Jantina van der Broek is directeur van het speelgoedmuseum en vastbesloten het museum te redden. Foto: Marcel Jurian de Jong
Museumdirecteur Jantina van der Broek zit al anderhalf jaar in een achtbaan. In haar nieuwe functie sjeest ze van hoogte- naar dieptepunt, tot het moment waarop ze zelf bijna omviel. Nu gloort er hoop.
Jantina van der Broek uit Eelderwolde begint in januari 2023 aan haar nieuwe functie als directeur van museum Kinderwereld in Roden. Ze ontpopt zich tot enthousiast vaandeldrager van het ruim vijftig jaar oude, gedateerde museum. In haar eerste jaar presenteert ze ambitieuze vernieuwingsplannen. Om de toekomstige koers te onderstrepen krijgt Kinderwereld een nieuwe naam: Speelgoedmuseum Roden. Niet veel later wordt Van der Broek ook aangesteld als directeur van havezate Mensinge, het historische landgoed om de hoek.
Een paar maanden later stopt ze bij Mensinge en luidt ze bij de provincie en de gemeente de noodklok. De boodschap: zonder hulp gaan beide musea kopje onder. En zijzelf ook.
Hoe kijk jij terug op de afgelopen periode?
„Die was heftig. Iedere ochtend zat ik om 8.00 uur al te mailen tijdens het ontbijt en dan werkte ik door tot 23.00 uur ‘s avonds. Er was altijd wat. Ik nam geen pauzes, ging even snel bij de bakker een broodje halen en nam niet de tijd dat op te eten, omdat er dan alweer een stapel problemen lag. Zo ging het maar door. Ik had nergens tijd en aandacht voor, ook niet voor de mensen hier. Terwijl juist de mensen deze baan zo leuk maken. Ik vloog van hoogte- naar dieptepunt zonder dat ik de tijd had het te verwerken. Het laatste half jaar was helemaal heftig. Directeur zijn van twee kleine musea, met bij het Speelgoedmuseum het hele vernieuwingstraject en fondsenwerving en bij de havezate de financiële problemen, dat was echt niet te doen.”
Waarom zei je ja tegen het directeurschap van Mensinge?
„Ik ben naar Mensinge gegaan in de hoop dat we beide musea samen konden brengen met één ondersteunende afdeling en een Raad van Toezicht. Zodat we minder kwetsbaar zouden zijn. Mensinge bleek grote financiële problemen te hebben, vooral door gestegen energiekosten. Omdat beide musea zo kwetsbaar zijn, bleek samenvoeging op dit moment echt niet mogelijk.”
Hoe heb jij je tijd bij Mensinge besteed?
„Bij kleinere musea doet iedereen alles. Ik moest dat anders invullen. Ik wist dat de Drentse cultuurnota eraan kwam. Ik dacht: de enige mogelijkheid om extra geld binnen te halen voor Mensinge is volop inzetten op de lobby en fondsenwerving. Daarnaast hebben we bij beide musea prachtige nieuwe tentoonstellingen georganiseerd, maar ook dat kost tijd. De druk op beide organisaties nam daardoor nog verder toe. Je ziet dat je roofbouw pleegt op je medewerkers als je te hard van stapel loopt. Dat maakt het erg ingewikkeld. Niets doen is geen optie en aan de andere kant zijn de financiële en personele mogelijkheden zo beperkt. Ik vond het erg moeilijk om het besluit te nemen om te stoppen bij Mensinge. Ik ga eigenlijk altijd door als het lastig is, maar het was niet te combineren.”
Je ging zelf bijna kopje onder. Wat gebeurde er?
„Ik merkte dat het niet zo goed ging en dacht: ik ga hard richting burn-out. Ik vond dingen niet meer leuk. Terwijl: dit is een hartstikke leuke baan, die ik heel graag wilde hebben. Ik merkte ook dat ik fysieke klachten kreeg. Mijn kinderen vonden het ook niet meer leuk, terwijl zij wel gewend zijn aan een werkende moeder. Ik was alleen maar lijstjes aan het afwerken en kon niet eens meer rustig praten. Op adrenaline ging ik de hele dag door.”
Je vond zelf een oplossing.
„We hebben bij het Speelgoedmuseum een heel goed jaar gedraaid. We krijgen voor dit en komend jaar ook meer subsidie van de gemeente. Daarvan heb ik eerst het salaris van het personeel opgehoogd, in het kader van fair pay. Toen bleek dat er ook nog wat ruimte was om mijn uren uit te breiden. In overleg met mijn Raad van Toezicht werk ik tot april in plaats van twee vier dagen voor het museum. Dat geeft rust. Ik ben daar enorm van aan het genieten. Maar voor de zomer leek alles voor de musea alsnog mis te gaan..”
Wat was er aan de hand?
„De meicirculaire van de gemeente Noordenveld viel nogal tegen. Daarom besloot de gemeente de verbouwing van het museum op de lijst ‘nu even niet’ te zetten.
Je voelde je genoodzaakt om bij de provincie de noodklok te luiden.
„De provincie heeft het beleid dat ze vijf musea van provinciaal belang ondersteunen. Op zich begrijp ik de keuze om een aantal musea goed te ondersteunen in plaats van voor meer musea iets te doen. Er is nu alleen geen kans om in te stromen. We staan met 15.000 bezoekers in de top 10 van Drenthe, maar je ziet dat we een stap moeten zetten omdat we het anders niet gaan redden. Wij concurreren met al die musea in Drenthe die veel meer geld krijgen en meerdere leuke activiteiten per maand kunnen bieden. Dat proberen wij ook te doen en dat gaat best goed, maar op den duur ga je die strijd verliezen. Ik ben hier naartoe gegaan omdat ik dit museum wil redden en ik denk ook dat onze plannen zo goed zijn dat het kan.”
Wat was het resultaat van je inspanningen?
„Heel positief. Vanuit de Staten is unaniem gezegd: er moet wat gebeuren voor die kleinere musea. Er zijn meer musea die in nood verkeren. De provincie is op het moment bezig met het ontwikkelen van een regeling.”
Waarom vind jij dat het Speelgoedmuseum bestaansrecht heeft?
„We trekken 15.000–20.000 bezoekers per jaar en dat is veel voor een museum met onze formatie. Je ziet dat we vooral in de zomer veel toeristen trekken. Drenthe wil graag meer ‘slechtweeraanbod’ voor inwoners en toeristen. Dat bieden wij. Onze aanwezigheid is bovendien heel goed voor de omgeving, voor bijvoorbeeld de middenstand. Maar we zijn ook belangrijk voor onze eigen mensen, met tientallen vrijwilligers vormen we een gemeenschap. We geven nieuwkomers en mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt een plek en hebben dagbesteding. Alle bezoekers zijn hier heel blij. Je ziet dat het werkt, het verhaal dat wij vertellen over spelen en kind zijn. Al is het museum gedateerd, we krijgen nog steeds erg goede recensies.”
Jantina van der Broek is directeur van het speelgoedmuseum en vastbesloten het museum te redden. Foto: Marcel Jurian de Jong
Waarom zijn die vernieuwingsplannen dan nodig?
„De stap maken van 15.000 naar 20.000 bezoekers, ik denk dat dat best moeilijk wordt. Ik ben altijd heel optimistisch ingesteld, maar met beperkte middelen is het gewoon niet te doen. We moeten dus investeren. We hebben echt fantastische plannen die door landelijke fondsen worden omarmd. Zij zeggen: dit is echt de weg naar een goede, gezonde toekomst voor jullie. De verwachting is ook dat we daarmee flink extra bezoekers kunnen trekken. Zonder extra steun van de overheden wordt dat wel moeilijk. Er zijn een aantal fondsen die hebben gezegd: we vinden het financieringsmodel wankel, de overheden doen te weinig.”
Hoe zien de plannen er ook alweer uit?
„We hebben een bekende ontwerpstudio (Perspekt Studio en Sax architecten) ingeschakeld om de plannen vorm te geven. Het museum moet vrolijker, aantrekkelijker en moderner worden. We willen een nieuw museumcafé en een winkel, die samen met het grote speelplein ook voor niet-bezoekers toegankelijk zijn. De tentoonstellingsruimtes gaan op de schop en we willen moderner speelgoed laten zien. We gaan straks meer inzetten op onze maatschappelijke functie en vooral aandacht besteden aan het belang van spelen voor alle generaties. Spelen draagt bij aan sociale vaardigheden en voorkomt mentale problemen.”
Hoe schat jij op dit moment de kans in dat de verbouwing door kan gaan?
„Dat is wel spannend. Met de fondsenwerving zijn we goed op weg. Voor de eerste fase is 1,8 miljoen euro nodig. We hebben nu ruim een miljoen binnen. Als fase een lukt, lukt de rest ook wel. Maar eerst moet het gebouw op orde. Dat ligt bij de gemeente en die is van goede wil, maar heeft ook te maken met financiële krapte. We kunnen niet beginnen met een grote verbouwing als hier het dak lekt.”
Waarom vind je dat jij die plannen moet realiseren?
„Ik heb altijd iets willen doen voor de maatschappij. Ik ben gewoon best wel een idealist en ik denk dat er behoefte is aan een museum als dat van ons. Een plek waar je mensen speels laat zijn en laat zien hoe belangrijk spelen is voor je sociale ontwikkeling en voor je psychisch welzijn. Het is zo belangrijk om speels en creatief te blijven. Ik ben daar zelf een voorbeeld van.”
Hoezo?
„Als ik geen tijd heb voor mezelf, om leuke dingen te doen, dan weet ik dat het slecht met me gaat. Je moet tijd vrijmaken om, op wat voor manier dan ook, te spelen.
Hoe doe jij dat zelf?
„Ik ontspan graag in de tuin en heb net dit weekend vijfhonderd bloembollen gepoot. Ik speel heel graag spelletjes met mijn dochters. Barricade, bijvoorbeeld. Dat gaat er fanatiek aan toe. En ik ga graag met ze op reis. Op vakantie bekijken we veel musea. Ik heb twee dochters die het gelukkig wél leuk vinden om culturele dingen te doen, het zijn inmiddels museumexperts geworden.”
Wanneer verwacht je uitsluitsel?
„We hebben vanwege de fondsen en onze eigen financiën niet de tijd om het vernieuwingstraject heel lang op te rekken. Ik hoop dat we in april duidelijkheid hebben.” Lachend: „Ik ga hoe dan ook strijdend ten onder. Maak er niet een te zwaarmoedig stuk van he? Ik heb ook gewoon heel veel lol.”
De gemeente Noordenveld maakte bij de presentatie van de begroting bekend dat het ondanks de financiële krapte toch 9 ton uittrekt om het museum in 2026 op te knappen. De belangrijke eerste horde naar realisatie van de plannen is daarmee genomen. Mirjam Will is aangesteld als interim manager voor havezate Mensinge.
Paspoort
Naam: Jantina Eveline Daphne van der Broek
Geboortedatum: 29 oktober 1975 in Groningen
Opleiding: Geschiedenis aan de RUG.
Carrière: Gewerkt als beleidsadviseur cultuur bij de gemeenten Zuidhorn, Ten Boer en Groningen en als senior beleidsadviseur en projectleider cultuurnota bij de provincie Groningen.
Privé: Moeder van twee dochters van 16.
Hobby’s: Lezen, vooral over geschiedenis. Tijdens onze vakanties musea en erfgoed bezoeken met mijn dochters.