Met natuurgebieden als het Dwingelderveld gaat het volgens de provincie onvoldoende goed om op basis van extern salderen natuurvergunningen te kunnen verstrekken. Foto: Marcel Jurian de Jong
Het gaat de goede kant op met de Drentse vennen. Maar het herstel stagneert en blijft fragiel. In deze plasjes op hogere veen- en zandgronden zit bijzondere natuur.
Sinds 1980 zijn de vennen in Drenthe hersteld van verzuring door de zure regen. De typische kiezelwieren en sieralgen die in zulke plassen zitten, zijn toegenomen. Een van de redenen daarvoor is dat het grondwaterpeil in grote delen van Drenthe is gestegen, waardoor er minder verdroging plaatsvindt.
De onderzoekers bekeken de kwaliteit van achttien vennen binnen Natura 2000-gebieden van Drenthe. In de zomer van 2025 publiceerden zij hun conclusies, maar nu brengt ook de Provincie Drenthe de resultaten naar buiten. De onderzochte plekken liggen verspreid door de hele provincie: negen in het Dwingelderveld, vier in het Drents-Friese Wold en vijf elders.
Een succesverhaal is bijvoorbeeld het gele plantje ‘beenbreek’. Deze zeldzame zonliefhebber groeit sinds 1990 niet meer in twee, maar in zes vennetjes. Dat bewijst dat er op sommige plekken genoeg mineraalrijk grondwater is, waar dat eerder niet het geval was.
Rijker aan voedingsstoffen
Toch zijn de onderzoekers voorzichtig in hun optimisme. Alle vennen zijn rijker aan de voedingsstoffen stikstof en fosfaat dan ze van nature horen te zijn. Een deel komt uit de lucht en omgeving, een ander deel ligt opgeslagen in de bodem als voedingsstof. Door een opwarmend klimaat kunnen die voedingsstoffen vrijkomen en dreigt er zogeheten ‘eutrofiëring’. Het ven wordt dan overwoekerd door algen, waardoor licht- en zuurstoftekort in het water ontstaan. Planten en dieren kunnen in zulk water niet overleven.
Het is al de vierde keer dat de onderzoekers deze achttien vennen beoordelen, de eerste keer was in 1991-1993. De conclusies van het laatste rapport wijken niet veel af van die uit het vorige onderzoek (2011-2013). Toen concludeerde men ook dat de vennetjes waren verbeterd in kwaliteit. Tijdschrift De Levende Natuurkopte in 2014 bijvoorbeeld: ‘Natuurkwaliteit Drentse vennen gaat vooruit’.
Wel zijn er kleine dingen veranderd sinds 2011. Positief is bijvoorbeeld dat de zuurgraad in de meeste vennetjes verder is afgenomen. Op andere vlakken is de natuurkwaliteit in het afgelopen decennium achteruitgegaan. Drijvende waterweegbree is bijna verdwenen en snavelzegge is ook sterk afgenomen. Bij twee zandvennen in rustgebied zijn de voedingsstoffen stikstof en fosfaat enorm gestegen. Dat komt door ganzenpoep van een toenemend aantal overwinterende ganzen.