Gerard Cramer bij de prinsenwagen van De Zeskante Steen. Zijn vader richtte deze carnavalsvereniging 56 jaar geleden op. Foto: Boudewijn Benting
Zeven weken voordat Pasen valt, rijden er in meerdere dorpen bij Emmen praalwagens. Overal lopen verklede mensen en is het vier dagen feest. Maar hoe dit katholieke feest hier groot werd, weet bijna niemand. Het begon allemaal met de nieuwsgierigheid van Gerards vader.
Momenteel telt de Vlinderstad vijf carnavalsverenigingen: ’t Stiekelzwien in Barger-Compascuum, De Zeskante Steen in Barger-Oosterveld, De Veentrappers in Zwartemeer, De Dördouwers in Weiteveen en De Kainbongels in Emmer-Compascuum. Deze verenigingen trekken in het weekend van het volksfeest samen tienduizenden bezoekers.
De oorzaak daarvan ligt bij de familie Cramer. „Toen mijn ouders in 1958 naar het centrum van Barger-Oosterveld verhuisden, had mijn moeder een supermarkt. Mijn vader werkte als aannemer en runde daarnaast een cafetaria”, vertelt Gerard Cramer (69), de tiende uit het gezin van Casper en Siene Cramer, die alles als klein jochie meemaakte.
„Later werd deze cafetaria in 1966 de Boogie Bar. Een begrip in de omgeving. De Boogie Bar had een voorzaal en een aparte ruimte met een biljarttafel. Ook werd er toentertijd een meubelzaak gebouwd, die werd beheerd door mijn broer Herman.”
Diezelfde broer wilde voor zichzelf beginnen, vertrok naar Oldenzaal, trouwde daar en begon ook een meubelzaak. „Die stad staat bekend als plek in Oost-Nederland waar carnaval echt groots wordt gevierd”, zegt Gerard. „Daar zeiden ze tegen hem: als je snel naamsbekendheid wilt, moet je prins carnaval worden. Als prins kent iedereen je binnen de kortste keren, en andersom ook. Zo werd mijn broer in Oldenzaal prins carnaval.”
‘Wat zij daar kunnen, kunnen wij ook’
Zo gezegd, zo gedaan. Vader Cramer ging met de familie, inclusief Gerard als veertienjarig jongetje, naar Oldenzaal om daar naar de carnavalsoptocht te kijken waaraan zoon Herman meedeed. Toen het gezin terugkwam, was vader Casper stellig: „Wat zij daar kunnen, kunnen wij ook. Maar hoe werkt dat?”
Casper nodigde Herman bij hem thuis uit, samen met enkele bestuursleden van de carnavalsvereniging uit Oldenzaal, en stelde hun vragen: „Hoe werkt carnaval eigenlijk? Wat heb je ervoor nodig? Wat zijn de officiële spelregels?” Ondertussen maakte hij aantekeningen, zodat hij het later zelf in het dorp kon organiseren.
Prins Carnaval
Even later knobbelde Gerards vader in de voorzaal van de Boogie Bar aan een stamtafel met een clubje kameraden uit Barger-Oosterveld. Hij zei tegen hen: „Ik wil een carnavalsvereniging oprichten. Jullie weten dat Herman nu prins carnaval is in Oldenzaal. Wat daar kan, moeten we hier toch ook kunnen?”
Er bestond toen al wel een carnavalsvereniging in Emmen: ’t Stiekelzwien uit Barger-Compascuum, vijf jaar eerder opgericht. „Alleen werd er toen maar op één avond carnaval gevierd”, vertelt Gerard.
Aan diezelfde stamtafel vroegen anderen zich af hoe ze dat moesten aanpakken. Er moest natuurlijk ook een prins carnaval komen. Casper stelde Willem Gerders voor. „Die doet op bruiloften en partijen altijd mooie en grappige stukjes. Hij kan goed spreken en iedereen vindt hem leuk, dus dat is een goede keuze”, zei zijn vader.
Casper aarzelde geen moment en belde Willem meteen. „Willem, ben je thuis? Kun je even langskomen?” Willem Gerders kwam langs en vroeg zich af wat Casper van plan was. Gerards vader zei lachend: „Jij wordt onze eerste prins carnaval. Ik weet hoe het moet!”
De Zeskante Steen
Tegelijkertijd merkte zijn vader op dat ze een naam nodig hadden voor de carnavalsvereniging. Het gezelschap kwam er niet uit, totdat één van de kameraden zei: „De naam ligt al op tafel. We zijn de knobbelende zeskante steen.” Zo werd carnavalsvereniging De Zeskante Steen in Barger-Oosterveld geboren. Dat is inmiddels 56 jaar geleden.
De eerste foto van De Zeskante Steen met de Raad van Elf, het bestuur, Prins Carnaval en Casper Cramer in het midden. Foto: collectie familie Cramer
Carnavalsverenigingen
Alleen door de oprichting van De Zeskante Steen is het carnaval in Emmen niet zo groot geworden. Gerards vader had ook een biljartvereniging. Met die vereniging ging hij in de buurt langs cafés om competitie te spelen. Tijdens een van die avonden deelde Casper zijn carnavalsinitiatief met de rest: „Jongens, dat carnaval is ook iets voor jullie: laten we dat met elkaar doen.”
Cramer senior ondernam direct actie en ging eerst naar Zwartemeer. Daar woonde Willem Wolken, een oude bekende van hem. Wolken had vroeger in de aannemerij van Casper gewerkt. „Mijn vader zei tegen Willem: dan kun jij mooi prins carnaval worden in Zwartemeer en daar een carnavalsvereniging oprichten. Dat zijn dus De Veentrappers geworden”, vertelt Gerard.
Na Zwartemeer ging Casper Cramer naar café Duinkerken in Klazienaveen, van Andries Duinkerken. Hij kende de familie Wesseling in Weiteveen goed en bezocht later ook Emmer-Compascuum. Ook in Erica – waar hij later zelf een café had – en in Emmen zelf richtte hij carnavalsverenigingen op, maar die in Klazienaveen, Erica en Emmen bestaan inmiddels niet meer, net als die in Nieuw-Dordrecht, „want daar was geen opvolging voor en het leefde daar niet echt”, zegt Gerard. „Maar zo ontstonden er dus in korte tijd meerdere carnavalsverenigingen in Emmen, dankzij mijn vader.”
Casper Cramer is de grondlegger van carnaval in Emmen (twee van links). Foto: collectie familie Cramer
Afspraken maken
Er bleef toen nog één zorgpunt over: de carnavalsoptocht. Hoe moest die worden verdeeld, nu er in korte tijd meerdere verenigingen waren ontstaan? „Barger-Compascuum bestond al. Die vereniging was toen nog klein en is later pas groter geworden. Zij zeiden tegen mijn vader: wij hebben al een optocht op Rosenmontag. Dat blijft van ons.”
Gerards vader regelde vervolgens dat De Zeskante Steen de optocht in Barger-Oosterveld op zondag kon houden. Daarna ging hij naar Zwartemeer en sprak af dat zij hun optocht op zaterdagmiddag voor hun rekening konden nemen. Weiteveen (zaterdagochtend) en Emmer-Compascuum (vrijdagavond) wilden ook een optocht. „Zo werd het hele carnavalsweekend gevuld. Niet allemaal tegelijk, maar om de beurt.”
Gerard kijkt met bewondering terug op de manier waarop zijn vader het katholieke volksfeest naar Emmen bracht. „Carnaval is samen met Koningsdag de mooiste gebeurtenis van het jaar. Ik haal daar zoveel voldoening uit. Iedereen maakt het samen, terwijl bijna niemand weet hoe het hier is begonnen.”