Bokser Leen Sanders redde het leven van tientallen in Auschwitz. Foto: collectie Josua Ossendrijver
‘Joodse sporters, voor en na de Holocaust’ heet de nieuwe tentoonstelling in de synagoge van Coevorden. Daarin ook het relaas van Herman Zilverberg. Hij overleefde Auschwitz door in het concentratiekamp zélf onder te duiken. In de kelder waar hij boksles kreeg.
Sporten was rond 1900 eigenlijk ongepast onder Joden. „Vooral voor degenen in de orthodoxe hoek”, zegt bestuurslid Geke Koopal van Stichting Synagoge Coevorden. „Sporten was een verheerlijking van je kunnen. Dat kon niet: je hebt je hart en ziel te geven aan het geloof. En niets anders. Joden waren daarin geen uitzondering, streng gereformeerden dachten er net zo over.”
Arien Penninkhof (links) en Geke Koopal richten de expositie in over Joodse sporters. Foto: Gerrit Boer
‘Veel Amsterdamse Joden protesteerden tegen de heidense manie die een aantal decennia eerder uit Engeland was overgewaaid’, valt er op de tentoonstelling in Coevorden over Joodse sporters te lezen. Zondag is daarvan de opening.
Ondanks de weerzin was boksen rond 1900 populair onder Joodse jongens in Nederland. In Coevorden, dat een grote Joodse gemeenschap kende, raakte juist voetbal in trek. Jongens sloten zich aan bij Germanicus, de in 1911 opgerichte neutrale sportvereniging.
David (Dajo), Samuel (Semmy), Mietje Daatje (Mini) en helemaal rechts Herman Zilverberg. Foto: collectie familie Zilverberg
Zo ook de broers David (Dajo) en Herman Zilverberg. Hun ouders dreven in de Friesestraat een textielwinkel, De Bijenkorf. Nee, geen filiaal van het beroemde warenhuis uit Amsterdam. „Maar ze hadden wel toestemming gekregen om dezelfde naam te gebruiken”, weet historicus Dirkje Mulder, die onderzoek deed voor de tentoonstelling.
Links De Bijenkorf, de winkel van de ouders van Herman Zilverberg in de Friesestraat in Coevorden. Foto: synagoge Coevorden
Germanicus was mede vanwege de Joodse inbreng de schrik van de omgeving. „Ze konden uitstekend voetballen”, weet Koopal. „Zo was er de keeper Aron Potsdammer, die jarenlang zowat alle ballen uit het doel plukte. Die genoot een stevige reputatie. Tegenstanders kwamen met knikkende knieën het veld op als ze tegen Germanicus moesten.”
Herman stortte zich later ook op het zwemmen. Bij De Plons. In 1940 deed hij, toen hij 22 jaar was, mee aan de eerste Drentse zwemkampioenschappen.
Verboden toegang
Niet lang daarna mocht Herman het natuurbad niet meer betreden. „Na de inval van de Duitsers kregen de Joden het stukje bij beetje slechter in Coevorden. Eerst mochten ze nog wel doorgaan met sporten, maar al gauw kwam daaraan een eind. Voor de oorlog speelde het Jood-zijn nauwelijks een rol in de samenleving. Coevorden was een kleine gemeenschap, iedereen woonde binnen de grachten. Waar nu de woonwijken zijn, was toen helemaal niets. Iedereen in het stadje was op elkaar aangewezen”, zegt Koopal. Daar was snel niets meer van over.
Joden kregen steeds meer een stempel opgedrukt, vanaf mei 1942 letterlijk vanwege de verplichting een Jodenster te dragen. De winkel van de ouders van Herman was toen al lang gesloten.
Herman moest zich net als andere Joodse mannen in augustus 1942 melden voor een werkkamp. Samen met zestien andere Joodse Coevordenaren ging hij naar Linde, maar hij wist dezelfde avond nog met twee vrienden te ontsnappen. Herman dook onder in Amsterdam, waar zijn moeder Sara en broers Samuel en Dajo zich ook al verborgen hielden.
Bep van Klaveren
In het voorjaar van 1944 werden de broers verraden. Samuel ontsnapte door van het balkon te springen, Herman en Dajo kwamen via Westerbork in Auschwitz terecht. Daar zat ook Leen Sanders, Nederlands bokskampioen die in die tijd bijna net zo bekend was als Olympisch kampioen Bep van Klaveren. „Een SS’er herkende hem en pikte Sanders uit de rij. Jij gaat naar de huishoudelijke dienst, zei de Duitser. Dat was zijn redding”, weet Koopal. Zijn vrouw en twee zoontjes werden voor zijn ogen weggevoerd.
Bokser Leen Sanders redde het leven van tientallen in Auschwitz. Foto: collectie Josua Ossendrijver
Sanders kwam bij de wasserij terecht. Op zondagmiddag moest hij de nazi’s vermaken met bokswedstrijden. Sanders verdiende daarmee wat extra eten. Hij zat vanwege zijn werk sowieso al dichter bij de keuken. Door voedsel uit te delen redde Sanders het leven van tientallen Joden.
Ook Herman had op die manier net iets meer te eten. Hij kreeg ook nog eens boksles van Sanders, in de kelder van een van de gebouwen. In een aangrijpende documentaire uit 2002 van Omrop Fryslân over Auschwitz, wanneer Herman voor het eerst terugkeert, herkende hij nog het gat in het plafond waaraan de boksbal hing.
Arbeit mach frei? ,,De grootste leugen tegenover de mensen die hier zaten", zegt Herman Zilverberg in de documentaire. Foto: still uit documentaire Omrop Frylân
„Vaak werden we ‘s nachts uit de kribbe getrommeld of geslagen”, vertelde hij in die documentaire. „We moesten dan buiten naakt aantreden in de kou. Uren moesten we vaak wachten, om daarna door een tent te lopen waar SS’ers selecteerden. De muzelmannen (de gevangenen die door alle ontberingen geheel apathisch waren geworden, red.), die bijna aan de hongerdood toe waren, werden vergast.”
Onderduiken in bokskelder
Het werk dat Herman moest verrichten was zo zwaar dat hij vreesde eraan onder door te gaan. „Ik had er lucht van gekregen dat er een mogelijkheid was je gedeisd te houden in deze ruimte.” Dat was de bokskelder. „Het is me enkele maanden gelukt om hier naartoe te gaan, om zo onder te duiken. Je moet niet denken dat dat moeilijk was. Massa’s mensen van verschillende appelplaatsen marcheerden na het appel het kamp uit, naar hun commando.”
Tussen die groepen door ging Herman naar zijn onderduikplek. ‘s Avonds, als de mensen weer terugkwamen van hun werk, voegde hij zich weer tussen hen op het appel. Er waren meer gevangenen die zich op deze manier verscholen hielden.
„Niemand wist ervan, behalve mijn broer. Die is zich doodgeschrokken toen hij hoorde dat alle onderduikers waren opgepakt en in rijen stonden opgesteld om afgevoerd te worden. Ik had wel een vermoeden dat het slecht zou aflopen als ik was meegegaan met die rij. We moesten proberen daaraan te ontkomen. Dat deden we door steeds een paar passen achteruit te gaan, totdat we in de achterste rij stonden. Op een gegeven moment zijn we heel hard weggelopen.” Om vervolgens weer onder te duiken in de bokskelder.
Herman Zilverberg terug in Auschwitz. Foto: still uit documentaire Omrop Frylân
Omdat de Russen steeds verder oprukten, werd Auschwitz in januari 1945 geëvacueerd. Herman en Dajo moesten in de barre kou met duizenden anderen lopen en vervolgens per trein naar Dachau. In veewagons, een tocht van tien dagen en nachten zonder eten en drinken. In Dachau bleek Dajo zo ziek dat hij werd vermoord.
Herman overleefde ternauwernood Dachau. De Amerikanen hadden niet veel later moeten komen. Het duurde tijden voordat hij weer wat was aangesterkt.
‘Maar jij bent toch weggegaan?’
Zijn moeder heeft na de oorlog nog geprobeerd de winkel nieuw leven in te blazen. „Die bleek helemaal te zijn geplunderd”, zegt Koopal. Ook moest zij een heel gevecht aangaan om spullen uit haar woning te krijgen. „Maar jij bent toch weggegaan, kreeg zij te horen. Alsof ze vrijwillig was ondergedoken om aan de nazi’s te ontkomen. Van saamhorigheid was in Coevorden helemaal niets meer over.”
Kinderen van basisscholen stellen in 2001 vragen aan Herman Zilverberg. Foto: Jan de Vries
Herman werd later journalist bij Het Vrije Volk en hoofdredacteur van de Drachtster Courant. Hij en zijn vrouw Annie kregen twee kinderen: Hans en Mieke (bekend van het tv-programma Tussen Kunst en Kitsch). In 2004 overleed Herman, op 83-jarige leeftijd.
Op 30 december 1947 trouwden Herman Zilverberg en Annie Bolweg. Foto: collectie familie Zilverberg
Annie ging in 2002 met Herman mee terug naar Auschwitz. Zij reageerde emotioneler op wat ze zag. Herman: „Dat ik niet zoveel laat merken als men zou verwachten, dat ik in tranen zou zijn, daarop heb ik maar één antwoord: ik huil van binnen. Dat doe ik al vanaf de bevrijding. Waarschijnlijk wil ik niet laten merken hoe aangedaan ik ben door alles wat ik zie en alles wat ik heb meegemaakt. Ik wil geen slachtoffer zijn. Al die mensen die hier in koelen bloede zijn vermoord, dát zijn de slachtoffers.”
Gelooft u in God, is de laatste vraag in de documentaire. Herman slaakt diepe zucht. Heel langzaam schudt hij van nee.
Lezing over bokser Leen Sanders
De tentoonstelling wordt zondag geopend met een lezing van Erik Brouwer, die een boek schreef over de Joodse bokser Leen Sanders. Wie daarbij aanwezig wil zijn moet zich even aanmelden: secretaris@synagoge-coevorden.nl. De tentoonstelling is tot 30 juni te zien tijdens openingstijden van het synagogemuseum: donderdag tot en met zaterdag van 13:30 tot 16:30 uur. De toegang zondag is gratis.