Jaap Beuker bij de microscoop waarmee hij thuis in Assen de vuursteen bestudeert. Foto: Marcel Jurian de Jong
„Dat ding daar heeft mijn hele leven bepaald”, zegt Jaap Beuker. De archeoloog uit Assen wijst op een minuscuul steentje, dat ingelijst aan de muur van zijn werkkamer hangt. „Ik vond het toen ik 10 jaar oud was.”
Op tafel ligt het boek Heligoland Flint in Prehistoric Europe: een rijk geïllustreerd boekwerk over vuursteen van het Duitse eiland Helgoland. Jaap Beuker (73) schreef het met vier collega-archeologen. „Het resultaat van 42 jaar onderzoek”, zegt Beuker. Ernaast staat een stuk appeltaart voor de verslaggever. „Gisteren gebakken.”
De oud-conservator van het Drents Museum geldt als dé vuursteenspecialist van Nederland. Jarenlang maakte Beuker zelf vuurstenen werktuigen om het materiaal beter te doorgronden en meer te leren over de bewerkingstechnieken die prehistorische mensen gebruikten. „Dat doe ik niet meer. Je kunt er stoflongen van krijgen.”
Hij schreef in 2010 het boek Vuurstenen werktuigen, een standaardwerk. „Er zijn niet zoveel mensen die zich met vuursteen bezighouden”, zegt Beuker bescheiden. „Erik Drenth, een van de andere auteurs van het boek, is ook een specialist. En Marcel Niekus zit er ook goed in.”
Vuursteen belangrijkste grondstof
Samen met Niekus blies Beuker in 1994 het neanderthaleronderzoek in Noord-Nederland nieuw leven in. „Neanderthalers bewerkten vuursteen dat hier werd gevonden”, zegt Beuker. „Dat was goed genoeg voor vuistbijlen, klingen en kleinere werktuigen.”
Toen mensen landbouw gingen bedrijven moesten ze echter ‘fatsoenlijke bijlen’ hebben, vertelt Beuker. „Van de rommelige vuursteen die je hier in het veld vindt, kun je geen grote bijlen maken.” Gevolg: bijna 6000 jaar geleden ontstond in Europa een levendige handel in vuursteen. Daarvan zijn ook in Noord-Nederland sporen terug te vinden.
Het paarsrode vuursteen dat alleen op Helgoland en het nabijgelegen Düne gevonden wordt. De kleur is ontstaan door specifieke ijzerverbindingen tijdens de vorming van het gesteente. Foto: Marcel Jurian de Jong
Vuursteen was vele duizenden jaren lang de belangrijkste grondstof van de mensheid. „Het was van levensbelang”, zegt Beuker. Het was voor de prehistorische mens wat olie, goud en zeldzame aardmetalen nu voor ons zijn. Je had zelfs ondergrondse mijnen waar het in grote hoeveelheden werd gedolven, zoals in het Limburgse Rijckholt.
„Dat materiaal vind je ook bij ons terug”, zegt Beuker. „Maar je vindt hier veel meer vuursteen uit Noord-Duitsland en Helgoland.” Die wetenschap is een van de resultaten van het onderzoek van Beuker en zijn collega’s. „Helgoland kun je in zekere zin het Groenland van de prehistorie noemen”, zegt hij met een kwinkslag.
De rode vuursteen van Helgoland
We nemen een hap van de appeltaart. Eerst nog even terug naar dat schoolplein in Erica en het ingelijste steentje. „Kijk goed: er zit een heel klein fossiel in, een schelpje”, zegt Beuker. „Ik ging ermee naar de onderwijzer en die legde me uit wat een fossiel is. Toen was het gebeurd. Het is nooit meer overgegaan.”
Jarenlang verzamelde hij fossielen. Hij verdiepte zich later in archeologie en in 1977 kon hij bij het Drents Museum aan de slag. „Ik beschreef al het vuursteen dat binnenkwam. Je kwam het overal in het veld tegen. Amateurarcheologen kwamen met zakken vol naar het museum. Ik dacht: daar moet ik me in specialiseren.”
In 1983, hij was inmiddels assistent-conservator bij het museum, mocht hij mee naar een vuursteencongres in Brighton. „Daar kwam ik bij toeval terecht bij een lezing van professor Friedrich Schmid, een geoloog. Ik wilde eigenlijk naar een lezing over archeologie, maar die viel uit.”
Schmid vertelde over vuursteen van Helgoland en had wat stukken meegenomen. „Die konden we na afloop bekijken. Daaronder was ook een opvallende rode soort. Ik dacht: ‘Verhip! Dat rooie spul ken ik!’ Een halffabrikaat van een bijl die bij Een is gevonden, is van die rode vuursteen gemaakt.”
‘Eine Sensation!’
Eerst dacht Beuker nog aan toeval. „Maar een jaar later ontmoette ik een amateur-archeoloog die een rode afslag had. Weer een jaar later kwam ik bij een andere amateur een kling tegen van rode vuursteen. ‘Dit wordt te gek’, dacht ik. Toen ben ik de Drentse rode vondsten gaan inventariseren.”
Beuker schreef ook professor Schmid aan. „Hij geloofde er niks van. Ik schreef: ‘Ik stuur een Drentse vondst op.’ Al een week later, het ging toen nog gewoon per post, kreeg ik antwoord: ‘Eine Sensation!’ Schmid was heel verbaasd dat er werktuigen gemaakt waren van het rode vuursteen van Helgoland.”
Jaap Beuker met een vuursteenknol die hij zelf opraapte op Helgoland. De archeoloog uit Assen heeft de grootste collectie Helgolandvuursteen, die hij binnenkort overdraagt aan onderzoeksinstituut NIhK in het Duitse Wilhelmshaven. Foto: Marcel Jurian de Jong
Het was het startschot van een jarenlang onderzoek, dat inderdaad sensationele resultaten opleverde. Zo werd duidelijk dat er uitgebreide vuursteen-handelsnetwerken in Europa bestonden. „Het is mijn levenswerk geworden”, vertelt Beuker. „Een van de leukste ontdekkingen die ik ooit heb gedaan.”
Hij reisde vanaf 1986 meerdere keren zelf naar Helgoland, het eiland dat 55 kilometer boven de Noord-Duitse Noordzeekust ligt. „Ik heb zoveel mogelijk vuursteenmateriaal verzameld. Onbewerkt spul. Je bekijkt het onder de microscoop en vergelijkt het met andere soorten. Kenmerken vaststellen.”
Grootschalige export
Het vuursteen van Helgoland is in de prehistorie op grote schaal gebruikt om werktuigen van te maken, ontdekte Beuker. „Dat wordt steeds duidelijker uit vondstinventarisaties.” Het begon al in de Oude Steentijd, toen Helgoland nog te voet te bereiken was door jagers-verzamelaars. „Uit die tijd hebben we ook een paar vondsten in Drenthe.”
In de Nieuwe Steentijd nam de export van Helgolandvuursteen een grote vlucht. De behoefte aan kwalitatief goede vuursteen nam toe omdat het gereedschap steeds groter werd. „Uit de periode tussen de Oude en de Nieuwe Steentijd, het mesolithicum, toen de zeespiegel steeg en Helgoland een eiland werd, hebben we niks gevonden.”
Maar in het neolithicum leerden mensen blijkbaar zeewaardige boten te bouwen. „Met de kano van Pesse ga je het niet redden”, zegt Beuker. Hij lacht. „Het was een hachelijke onderneming. Mijn Duitse collega Martin Segschneider, die ook meeschreef aan het boek, heeft op de zeebodem daar twee neolithische bijlen gevonden, waarvan een van Helgolandvuursteen. Daar is dus wat misgegaan.”
De boeren uit de tijd van de hunebedbouwers stuitten op meer complicaties. „Op een gegeven moment kom je op een punt waar je het vasteland niet meer ziet en Helgoland ook niet. Dan moet je navigeren. En dat konden ze dus. Onvoorstelbaar.”
Sieraden van rode vuursteen
Helgoland is bekend om zijn paarsrode vuursteen. „Dat is nog steeds heel gewild”, zegt Beuker. „Er worden zelfs sieraden van gemaakt.” Maar vooral de plaatvormige grijze vuursteen van Helgoland bleek uitermate geschikt voor het fabriceren van forse werktuigen.
„Collega Segschneider zegt: ‘Dat rode spul is mooi, maar het is slechts bijvangst. Het grijze is veel meer gebruikt.’ Daar heeft hij gelijk in. Alle vuurstenen sikkels die in Nederland en het westelijk deel van Duitsland zijn gevonden, zijn ervan gemaakt.”
Het is een van de resultaten van het onderzoek van Beuker en zijn collega’s. Dankzij materiaalanalyses kunnen ze de verschillende soorten vuursteen onderscheiden. Een andere opmerkelijke bevinding is dat veel vuursteen waarvan de eerste boeren in Noord-Nederland hun werktuigen maakten afkomstig is van de Oostzeekust.
Jaap Beuker bestudeert een stuk vuursteen onder de microscoop. Foto: Marcel Jurian de Jong
„Het gaat om een gebied met een lengte van enkele honderden kilometers. Daar komen dezelfde vuursteentypes voor. Je weet dus niet exact waar de werktuigen oorspronkelijk vandaan komen. Het unieke van de objecten van Helgoland-vuursteen is dat je daarvan de oorsprong wel ‘precies’ weet.”
Het leven is eindig
In de loop der jaren publiceerde Beuker regelmatig over zijn bevindingen. „In 2014 hebben we een symposium gehouden in Wilhelmshaven voor archeologen en geologen. Daar is een boek uit gerold, maar daar kun je niet mee determineren. In dit boek hebben we alles wat nu bekend is op een rijtje gezet. Daarop kunnen anderen voortborduren.”
Nu het boek klaar is, rondt Beuker ook andere zaken af. „Ik heb gehoord dat het leven eindig is”, zegt hij schertsend. Dan, serieus: „De tijd gaat hard. Je merkt dat je minder scherp wordt, minder snel.” Zijn collectie Helgolandvuursteen verhuist dit jaar naar het Niedersächsisches Institut für historische Küstenforschung in Wilhelmshaven.
„Morris Mennenga, die ook meeschreef aan het boek, wil er onderzoek mee doen. Een jonge vent.” Beukers collectie is de grootste die er is. „Zo’n 1500 stuks. Het ligt hier in de schuur. Allemaal zelf verzameld. Het materiaal moet goed terechtkomen. Je ziet vaak dat na een overlijden gegevens wegraken of zelfs hele collecties.”
Zo is een van de eerste Helgolandvondsten in Drenthe verdwenen. „Die was mede de aanleiding voor dit hele onderzoek. We hebben alleen nog een oud fotootje. De familie heeft na het overlijden van de vinder de mooiste objecten uit zijn collectie bewaard en de rest weggedaan. Doodzonde.”
Er moet nog veel gebeuren
Helemaal stoppen doet Beuker niet. „Ik heb nog een aantal artikelen dat ik moet afmaken. Maar ik neem eerst een sabbatical. Het boek heeft me drie jaar gekost. Mijn vrouw is er ook wel klaar mee: ‘Of je schrijft of je zit in die microscoop te turen.’ Ik ga eerst even niks doen.”
Hij wijst op de dozen met vuurstenen in zijn werkkamer. „Ik hou een paar stukken hier in Assen. Maar op een gegeven moment moet je het loslaten. Daarom ook dat boek. Dat geeft handvatten waarmee anderen het onderzoek kunnen voortzetten.” Want er moet nog veel gebeuren.
Zo moet het Helgolandvuursteen beter geïnventariseerd worden. „Er staat een verspreidingskaartje in het boek waarop te zien is dat Drenthe vol ligt met vindplaatsen. Dat is puur het werk van ene Jaap Beuker. En van het grijze vuursteen hebben we ook nog maar een heel beperkt beeld.”
Korton, het zegt allemaal nog niet zo veel. „We hebben nog lang niet alle vondsten kunnen inventariseren, ook niet in Drenthe. Dan moet je in het archief in Nuis alle vondstcomplexen door, elke doos. Vrijwel onbegonnen werk. Het kan wel, maar daar heb ik geen tijd van leven meer voor, vrees ik.”
En dat zou dan eigenlijk overal in het verspreidingsgebied van Helgolandvuursteen moeten gebeuren. „Dat loopt van Denemarken, en misschien Zuid-Zweden, tot 400 kilometer Duitsland in. En in Nederland tot bijna Zeeland. Dat gebied zit helemaal vol vindplekken, maar die moeten grotendeels nog geïnventariseerd worden.”
We nemen nog een hap van het appelgebak. Jaap Beuker lacht. Hij weet het: hij heeft wat teweeggebracht met zijn ontdekking.
Het boek waarin 42 jaar onderzoek naar vuursteen van het eiland Helgoland is vastgelegd. Foto: Marcel Jurian de Jong
Boek
Het boek Heligoland Flint in Prehistoric Europe - Characteristics, Typology, Distribution, Symbolism and Provenance is geschreven door Jaap Beuker, Erik Drenth, Klaus Hirsch, Moritz Mennenga & Martin Segschneider. Het is te koop bij Sidestone Press als e-book (15 euro), paperback (50 euro) en hardback (100 euro). Maar het boek is ook gratis online te lezen. Zie ook: Sidestone.com.
De bijl van rood Helgolandvuursteen (een halffabrikaat) die bij Een is gevonden. De bijl is 20 centimer lang. Foto: Jaap Beuker
Paspoort
Naam: Jaap Beuker
Geboren: 14 oktober 1952 in Erica
Opleiding: lerarenopleiding geschiedenis en aardrijkskunde (1972-1977)
Loopbaan: werkzaam bij het Drents Museum van 1977 tot 2017: eerst als veldassistent, later als assistent-conservator, vervolgens conservator en hoofdconservator