Scan Job van Schaik. neanderthalers Drelsdorf voor bijlageverhaal Job van Schaik.
Fotograaf Jaap Beuker (vrij te gebruiken)
Een groep Noord-Nederlandse archeologen zocht onlangs in Nordfriesland naar neanderthalersporen. De amateurs en professionals waren uitgenodigd door twee Duitse onderzoeksinstituten.
,,Jaap!’’
Het is half elf zaterdagochtend op een akker in de Duitse deelstaat Sleeswijk-Holstein, zo’n 50 kilometer ten zuiden van de grens met Denemarken. De herfstzon beschijnt de lichtglooiende hellingen in de bocht van een stroomdal. Het blad aan de bomen die de velden omzomen is goudgeel verkleurd. Vanuit de verte weerklinkt een schot.
Er is in de buurt een drijfjacht gaande, had Martin Segschneider aan het begin van de zoektocht verteld. Even daarvoor zagen we een groep van tien reeën over een belendend landbouwperceel springen. Aan wild geen gebrek in de dunbevolkte streken van Kreis Nordfriesland, vlakbij de Noordzeekust.
,,Jaap, hierheen. We hebben er een!’’
Een groep van veertien mannen en één vrouw struint al ruim een half uur in slagorde de omgeploegde landbouwgrond af. Maar nu is de orde verstoord. Opwinding alom. De zoekers verzamelen zich rond Bernard Versloot. De amateurarcheoloog uit Niekerk heeft zojuist een door neanderthalers bewerkt stuk vuursteen opgepakt. Althans, zo luidt het voorlopige oordeel.
Hier wordt niet op wild gejaagd, maar op oeroude stenen werktuigen. En voordat er kan worden gejuicht, is het oordeel van Jaap Beuker noodzakelijk.
Beuker (66), tot zijn pensionering twee jaar geleden conservator archeologie bij het Drents Museum, is kenner bij uitstek van prehistorische stenen werktuigen. Hij publiceerde er in 2010 een dik boek over en beschikt daarnaast over een schat aan praktijk-ervaring.
Als een veldheer die toezicht houdt op zijn troepen loopt Beuker vandaag achter de zoekers aan. Rechte rug, korte grijze baard, priemende blik achter een brilletje met koord. Het is een gemengd gezelschap van Nederlandse en Duitse amateurarcheologen, aangevuld met enkele professionals en een journalist.
Als Beuker ter plekke is, volgt meteen de bevestiging: ,,Ja hoor! Een prachtige afslag! Mooie slagbult, fraaie slagnegatieven. Geen twijfel mogelijk.’’
Sönke Hartz, conservator van het Archeologisches Landesmuseum in Schleswig, drentelt wat nerveus om de zoekers heen. Hij is opgetogen, maar onzeker. ,,Het is een mooi stuk, toch?’’
Martin Segschneider, die vandaag alle vondsten met de gps inmeet, staat er glimlachend bij. Rustig, vol vertrouwen. Hij is hoofd van de afdeling Kust- en Zeearcheologie van het Niedersächsisches Institut für historische Küstenforschung (NIhK) in Wilhelmshaven.
De twee Duitse wetenschappers hebben de Nederlandse archeologen uitgenodigd om dit weekend in Nordfriesland te komen zoeken. Hun instituten nemen een groot deel van de kosten van de trip voor hun rekening.
Het is de derde keer dat de Drentse en Groningse neanderthalerjagers op deze plek helpen zoeken. ,,De eerste keer, in 2015, leverde veertien mp-artefacten op’’, vertelt Hartz. ,,De tweede keer in 2016 waren het er drie.’’
Mp is de meest gehoorde afkorting vandaag. Zij staat voor midden-paleolithicum: het middelste deel van de oude steentijd, toen Europa bevolkt werd door neanderthalers, een mensensoort die 28.000 jaar geleden uitstierf. Althans als aparte soort. Recent onderzoek wees uit dat Europeanen gemiddeld zo’n 2 tot 3 procent neanderthaler-DNA in zich dragen.
In deze streken jaagden neanderthalers met hun vuurstenen werktuigen op mammoeten, rendieren, wilde paarden en wolharige neushoorns. ‘Moderne’ mensen deden hier pas tegen het einde van de laatste ijstijd hun intrede, zo’n 15.000 jaar geleden.
,,Deze akker is de meest noordelijke neanderthalersite van Europa die nu bekend is’’, zegt Sönke Hartz. ,,Maar er moeten er nog veel meer zijn. Ook hier in de omgeving. Helaas is de kennis die nodig is om neanderthalerartefacten te herkennen nauwelijks aanwezig. Ik ken slechts één amateurarcheoloog in Sleeswijk-Holstein die ernaar zoekt.’’
Het is een vreemde situatie. In Duitsland willen de instituten graag onderzoek doen naar de neanderthaleraanwezigheid van weleer, maar is er weinig kennis. In Nederland is die kennis er wel, mede dankzij een grote vindplaats bij Peest, maar hebben de instituten hun handen van het onderzoek afgetrokken.
,,Toen ik nog bij het Drents Museum werkte, kreeg ik alle medewerking’’, zegt Beuker, die samen met de zelfstandige Groningse archeoloog Marcel Niekus aan de wieg stond van het neanderthaleronderzoek in Noord-Nederland (zie kader). ,,Nu ik gepensioneerd ben, vindt vanuit het museum geen onderzoek meer plaats naar het midden-paleolithicum. Logisch, want het Drents Museum heeft geen onderzoeksopdracht.’’
De Rijksuniversiteit Groningen doet na het vertrek van Dick Stapert, de wetenschapper die Tjerk Vermaning als oplichter ontmaskerde, ook niet meer mee. Beuker: ,,Je hebt in Noord-Nederland eigenlijk alleen nog de Stichting Stone en de amateurarcheologen van de Drents Prehistorische Vereniging die je hier ziet rondlopen.’’
Het zijn de liefhebbers die het neanderthaleronderzoek levend houden. ,,Je moet mensen hebben die op een prettige manier een beetje ‘gek’ zijn en tijd, zin en heel veel geduld hebben om het veld in te gaan’’, zegt Beuker. ,,Dat hou ik Martin Segschneider en Sönke Hartz ook steeds voor: leid mensen op! Maar makkelijk gaat dat niet.’’
In 2015 en 2016 werd gezocht op de zogenaamde Schmallacker bij het dorpje Drelsdorf. Nu is de groep een akker opgeschoven, omdat de Schmallacker te sterk begroeid is. ,,Bijna alle boeren kiezen tegenwoordig voor groenbemesting in de winter, om erosie tegen te gaan’’, vertelt Martin Segschneider. ,,Dat is een groot probleem voor ons archeologen, want je ziet de stenen niet meer liggen.’’
Het veld dat vandaag wordt afgezocht, is onlangs geploegd. Door de regen in de week voor de zoektocht zijn de stenen aan de oppervlakte van de akker goed zichtbaar. Alleen de maïsstoppels die na de oogst zijn blijven staan, en afgewaaide bladeren en takjes van de eiken langs de akker belemmeren het zicht een beetje. Er ligt veel oud en verweerd vuursteen aan de oppervlakte van de akker, die zich bevindt op het hoogste punt van de overgang naar een beekdal. Lager in het beekdal zou nog meer kunnen liggen, maar de dalen zijn door erosie dichtgeslibd en daar liggen de oude grondlagen veel dieper.
,,We pakken zoveel mogelijk stenen op en draaien ze om’’, zegt Jaap Beuker, als hij even na half tien de zoekers hun marsorders geeft. ,,Het is namelijk veel moeilijker om een neanderthalerartefact van 100.000 of 50.000 jaar oud te herkennen, dan stenen werktuigen van 5.000 jaar oud. Die pik je er zo uit. Mp’s zoeken is een vak apart en je kunt het niet uit boeken leren.’’
Het probleem met de neanderthalerartefacten in de Noordwest-Europese kustgebieden is dat ze er anders uitzien dan de werktuigen die in zuidelijker regio’s worden gevonden. In de laatste ijstijd werden de stenen hier aan extreme omstandigheden blootgesteld, waardoor hun oppervlak sterk veranderde en ze soms zelfs deels kapot vroren.
Een nog veel groter probleem is dat de klimaatinvloeden enorme hoeveelheden zogeheten pseudoartefacten hebben voortgebracht: stenen die lijken op werktuigen, maar die op natuurlijke wijze zijn gevormd door de inwerking van vorst en transport door gletsjers, branding en rivieren. ,,Dat zijn er niet duizenden of miljoenen, maar miljarden’’, zegt Beuker. ,,Net als in Nederland.’’
Bij de vorige zoekactie, in 2016, liep een professor uit Hessen mee, die gespecialiseerd is in de tijd van de neanderthalers. ,,Hij was heel andere vondsten gewend en had veel moeite om hier echte artefacten te onderscheiden van pseudoartefacten’’, vertelt Beuker. ,,En onlangs heb ik nog een Duits artikel gelezen, waarin zonder blikken of blozen pseudoartefacten als werktuigen werden aangeduid.’’
Ook in Nederland trappen amateurarcheologen nog weleens in de val die de ijstijden hebben gezet. ,,Je moet bij twijfel altijd naar de logica achter de bewerkingssporen kijken’’, legt Beuker uit. ,,Zit er een plan achter? Want de natuur is een betonmolen die stenen willekeurig bewerkt.’’
Op de heenreis liet een van de zoekers, Anne ten Brink, een afslag zien die hij onlangs opraapte op een nieuwe vindplaats in Drenthe, die al enkele fraaie artefacten voortbracht. Prachtig exemplaar vond iedereen in het busje, maar Beuker is onverbiddelijk: geen artefact. ,,De jongens vinden mij weleens te streng. Maar liever kritisch dan een discutabele vondst.’’
De onervaren Duitse zoekers worden vandaag naast de Nederlandse zoekers gezet, die al jaren op de grote neanderthalervindplaats in Peest en andere plekken in Drenthe en Groningen actief zijn. ,,We zoeken zeer systematisch, met zijn allen op een rij, net zoals de politie terreinen afzoekt’’, instrueert Beuker. Als hij halverwege zijn toespraak is, komt André Kerkhoven doodgemoedereerd de akker oplopen. Felgeel jack om de schouders, handen in de zakken, muts plus cap op het hoofd. ,,Ja hoor, heb je net een inleiding gehouden …’’ Gelach alom.
Kerkhoven, die een eigen archeologisch onderzoeksbedrijf in Lelystad runt, is een van de twee professionele Nederlandse archeologen die vandaag meezoeken. Hij had alvast een akker even verderop verkend, toen de anderen nog stonden te wachten op de aankomst van de Duitse zoekers.
Voor hem is de trip naar Duitsland ontspanning, een minivakantie. ,,Amateurarcheologie is veel leuker dan professionele’’, zegt Kerkhoven. ,,Geen papierwerk, geen geregel, geen deadlines. Gewoon lekker zoeken, met je neus in de modder.’’
De eerste keer, in 2015, vond Kerkhoven hier twee neanderthalerartefacten. Hij weet waarop hij moet letten. Voor de anderen, en dan met name de minder ervaren Duitsers en de Nederlandse journalist, legt Beuker het nog een keer uit: ,,Er zijn drie categorieën: de echte mp’s, de pseudoartefacten en de incertofacten.’’
Die laatste categorie, ook kortweg incerto’s genoemd, heeft Dick Stapert bedacht voor stenen waarvan het ook na grondige bestudering onzeker is of het bewerkte stukken zijn of natuurlijk gevormde.
Beuker hamert er bij de zoekers op om, als ze denken dat ze een neanderthalerstuk hebben gevonden, te blijven staan en hem, Hartz en Martin Segschneider met zijn gps erbij te roepen. ,,Het gaat niet om de afzonderlijke vondsten, maar om het geheel’’, legt hij uit. ,,We beoefenen vandaag wetenschap en dat is iets anders dan stenen verzamelen. Al is het natuurlijk een enorme sensatie als je opeens met een steen in je handen staat, die 50.000 jaar geleden door een neanderthaler is bewerkt. Dat is elke keer weer een bizarre ervaring.’’
,,Jaap!’’
Om elf uur ontstaat opnieuw consternatie op de akker. Jan van Rijn heeft zojuist een groot stuk vuursteen opgepakt waarvan iedereen onmiddellijk kan zien dat het door mensenhanden is bewerkt. ,,Dit is een relatief grote en gave kern, waarvan klingen zijn afgeslagen’’, constateert de Assenaar.
Klingen zijn stenen messen die onder meer gebruikt werden om huiden mee te bewerken en vlees te snijden. ,,Kijk, de rand is duidelijk bewerkt om goede klingen te kunnen produceren en de slagnegatieven zijn heel goed zichtbaar.’’
,,, roept Jaap Beuker uit, als hij zich met Sönke Hartz en Martin Segschneider bij Van Rijn heeft gemeld. ,, De vondst van de dag!’’ Hartz moet zich bedwingen om geen vreugdedansje te maken. Segschneider glimlacht en zorgt er in alle rust voor dat de gps-gegevens van de vindplaats zorgvuldig worden vastgelegd. ,,Dit is toch echt bijzonder, nietwaar Jaap?’’, zegt Hartz op vragende toon. Hij kan het niet geloven.
Even later krijgen de zoekers bezoek. Een jongetje uit het dorp meldt zich bij de akker, in gezelschap van zijn moeder. ,,Mijn zoon is heel nieuwsgierig naar wat hier gebeurt’’, zegt ze. Het jongetje wordt meteen uitgenodigd om mee te zoeken. Een neanderthalerartefact vindt hij niet, maar na een half uur komt hij wel aanzetten met een afslag uit de tijd van de hunebedbouwers. De akker ligt ermee bezaaid.
Beuker prijst de jongen omstandig en feliciteert hem met zijn vondst, die hij mee naar huis mag nemen. ,,Zijn vader heeft een akker hier in de buurt’’, vertelt Beuker even later. ,,Als zo’n jongetje enthousiast is, is de kans groot dat we toestemming krijgen om die ook af te zoeken. Je bent altijd afhankelijk van de medewerking van de boeren. En nieuwe zoekers zijn natuurlijk altijd welkom!’’
De vindplaats in Drelsdorf werd vroeger 120.000 jaar oud geschat, hadden we gezien bij ons bezoek aan het Landesmuseum in Schleswig, de dag voor de zoektocht. ,,Daarbij had ik al zo mijn twijfels’’, zegt Beuker tijdens de middagpauze. ,,De klingkern bewijst dat je eerder aan 50- tot 40.000 jaar geleden moet denken. De klingtechniek is tamelijk jong. Er hebben hier dus late neanderthalers gezeten.’’
Als Beuker zijn koffie op heeft, moet hij alweer aan de slag: een van de Duitse amateurarcheologen die meezoeken, blijkt hier vaker te hebben gezocht. Hij heeft een doosje met eerdere vondsten meegebracht. De Nederlandse zoekers kijken hoofdschuddend toe, terwijl ze hun broodjes opeten.
,,Daaraan heb je dus niks’’, moppert Anne ten Brink. ,,Als je geen gps-bepaling doet, verstoor je de vindplaats alleen maar. Hij kan beter op andere akkers in de buurt naar nieuwe vindplaatsen zoeken. Dat voegt wat toe.’’
Beuker keurt twee stenen goed, de rest is niks. Sönke Hartz kijkt verbaasd toe. ,,Deze man speurt hier al vier jaar’’, vertelt hij. ,,Ik wist van niks. De meeste amateurarcheologen in Sleeswijk-Holstein zijn eenlingen.’’
Drelsdorf heeft in totaal inmiddels zo’n honderd zekere neanderthalervondsten opgeleverd. Daaronder slechts twee vuistbijlen. ,,Een kleintje op de akker hiernaast en een grotere, even verderop’’, vertelt Hartz. De vondst van het klingkernstuk biedt daarvoor een mogelijke verklaring: de klingtechniek maakte vuistbijlen min of meer overbodig.
Dat er neanderthalers hebben geleefd bij Drelsdorf was al bekend in 1985. ,,Ik was destijds nog student archeologie’’, vertelt Hartz. ,,Een boer uit de omgeving, Hans-Ingwer Boockhoff, wilde zijn vondsten laten bekijken. Hij had tussen 1975 en 1985 veertig plastic tassen vol vuursteen verzameld. Op alle stenen was met viltstift de vindplaats genoteerd.’’
Hartz vermoedde destijds dat zo’n 350 stenen mp-artefacten waren. Toen Jaap Beuker ze jaren later controleerde bleven er dertig goede stukken over. De boer heeft altijd geweigerd zijn verzameling over te dragen aan het Landesmuseum. ,,Boockhoff was een moeilijke man’’, vertelt Hartz. ,,Pas na zijn dood, in 2002, mochten we van zijn weduwe enkele stukken lenen om te exposeren in het museum.’’
In 2009 nodigde Hartz zijn collegae Jaap Beuker en Marcel Niekus uit om de latere vondsten van Boockhoff, uit de periode 1985 tot 2002, te komen beoordelen. ,,We hebben toen een hele dag op de zolder van de boerderij stenen bekeken’’, vertelt Beuker. Onder de 5.000 stenen die door hun handen gingen, bleken nog eens 42 neanderthalerstukken te zitten.
,,De weduwe van Boockhoff was zeer vereerd dat twee specialisten uit Nederland naar de vondsten van haar overleden man kwamen kijken’’, zegt Hartz. ,,De familie verzamelt ook Nordfriese klederdracht’’, voegt Beuker toe. ,,Toen wij aangaven dat we die ook graag wilden zien, konden we niet meer stuk bij haar. We kregen koffie met taart en ze maakte zelfs eten voor ons.’’
Na de middagpauze wordt in slagorde de tweede helft van de akker afgezocht. Bukken, oprapen, bekijken en weer weggooien. En heel af en toe die juichkreet: ,,Jaap!’’
Halverwege de middag staat de teller op tien zekere neanderthalervondsten. ,,Als we op elf uitkomen is het eerste rondje Asgaard vanavond voor mij’’, kondigt Anne ten Brink aan. Het smaakvolle Vikingbier dat in Schleswig wordt gebrouwen is voor de zoekers een goede motivatie want al snel klinkt er opnieuw gejuich. ,,Jaap!’’
Even later, als Beuker de vondst heeft goedgekeurd: ,,De Asgaard is binnen!’’
Sommige zoekers hebben een handige afvalgrijper, wat de pijn in rug en benen aan het eind van de dag enigszins beperkt. De avond ervoor, in de Deense roeiclub te Schleswig waar het Nederlandse gezelschap overnacht, was al vastgesteld dat dit een hobby is voor witte mannen van boven de 50. Boos zijn ze allerminst, maar na zo’n dag zoeken zijn de spieren meer dan stram.
Later op de middag verslapt de aandacht van de zoekers wat, vooral bij de Duitsers. Er heerst anarchie in de rij die zich over de akker voortbeweegt. ,,Ze worden moe’’, constateert Jaap Beuker. ,,Jongens, rustig aan’’, klinkt het meermaals. ,,We gaan twee keer zo snel als vanmorgen!’’
Als de tweede helft van de akker in recordtempo is afgezocht en we op last van Beuker nog een keer in zigzagbeweging over de akker gaan, is alle organisatie weg. ,,Vrij zoeken!’’, roept iemand grappend. Jaap Beuker, die nu tussen de anderen meezoekt, schudt het hoofd. ,,Er liggen nog te veel grote stenen die niet zijn opgepakt’’, moppert hij.
Even na drie uur besluit Beuker van de nood een deugd te maken. Hij roept zijn troepen bij elkaar. ,,Jongens, we gaan nog even snel een akker verderop verkennen. Dat hoeft niet systematisch en je hoeft niet alles op te pakken.’’ De meest opmerkelijke vondst is een autosleutel. ,,Deze akker kunnen we verder vergeten’’, concludeert Beuker.
Na vier uur staat de zon zo laag dat er bijna niks meer is te zien. Het gezelschap begeeft zich naar de auto’s. De bemodderde laarzen en schoenen worden verruild voor schoon schoeisel, de Nederlanders nemen afscheid van de Duitse zoekers. Op de terugweg naar Schleswig overheerst onder de Noorderlingen een positief gevoel en niet alleen over de fraaie vondsten. ,,De Duitsers beginnen er steeds meer kijk op te krijgen’’, wordt geconstateerd.
In de Deense roeiclub te Schleswig poetst Jaap Beuker aan het begin van de avond de vondsten van de dag schoon met een tandenborstel. Eén voor één worden de stenen gehaald uit hun plastic zakje met gps-informatie over de vindplaats. Beuker dompelt ze onder in een emmertje water en schrobt. De Nederlandse jager-verzamelaars waren op de terugweg liever eerst langs de Asgaardbrouwerij gereden voor een glas bier, maar Beuker was onverbiddelijk: ,,Eerst de vondsten bekijken.’’
De stenen worden uitgestald op een lange tafel, waarbij Beuker nauwlettend in de gaten houdt of de juiste steen wel bij het juiste zakje blijft. ,,Deze geloof ik niet in’’, zegt Beuker, als hij een van de onzekere stukken nog eens goed heeft bestudeerd. ,,Die blijft bij de incerto’s.’’
Even later ontstaat toch weer wat opwinding als Beuker een vondst van André Kerkhoven na schoonmaak promoveert tot echt artefact. Daarmee is de oud-Drent met drie stukken topscorer van de dag. ,,Puur geluk’’, zegt hij. De totaalscore van vandaag is twaalf echte neanderthalerartefacten, plus acht onzekere stukken.
,,De grootste winst van vandaag is toch vooral dat de grenzen van de concentratie een stuk duidelijker zijn geworden’’, zegt Kerkhoven tegen Beuker. De oud-conservator van het Drents Museum knikt, terwijl hij de vondsten nog eens bestudeert onder een lamp met fel licht. ,,En de datering, dankzij die klingkern’’, zegt hij. ,,Ook heel belangrijk.’’
De amateurarcheologen buigen zich aan de lange tafel nog een laatste keer over de artefacten. ,,Je moet die stenen nu goed bekijken, want na vandaag zie je ze nooit weer’’, zegt Anne ten Brink tegen zijn medezoekers. ,,Ja, we hebben een rare hobby.’’ De vondsten gaan naar het Archeologisches Landesmuseum in Schleswig, waar Sönke Hartz zich erover ontfermt.
De onderwijzer uit Zuidlaren geniet enorm van zijn ‘schoolreisje met oude mannen’, zoals alle noorderlingen die mee hebben gezocht. Ten Brink: ,,Ik stap op vrijdag de auto in en begin te glimlachen. Die glimlach blijft op mijn gezicht tot ik zondagavond de auto weer uitstap. Dan kan ik er weer een maand tegenaan. Dit geeft zoveel energie.’’