In 2022 was de Vismarkt in Groningen het toneel van de demonstratie ‘Het Klopt Niet’. Archieffoto: Peter Wassing
Plattelanders hebben relatief vaker ‘schijt aan de overheid’ en instituten dan stadsbewoners. Dat blijkt uit een recent verschenen rapport van het Wetenschappelijk onderzoek- en Data Centrum (WODC).
De onderzoekers formuleren het zo: ‘Aanhangers van soeverein anti-institutioneel gedachtegoed wonen bovengemiddeld vaak in rurale gebieden en dorpen met ‘relatief sterke gevoelens’ van maatschappelijk onbehagen en anti-Randstedelijk sentiment en in dorpen met een hechte gemeenschap die gewend zijn om problemen zelf (buiten de overheid om) op te lossen of in agrarische gemeenten waar het verzet tegen stikstofbeleid relatief sterk aanwezig is’.
De vraag is eigenlijk: focust de overheid niet wat te veel op de spreekwoordelijke jihadist met een bomgordel onder zijn kleding? Heeft de overheid niet meer te duchten van de tikje corpulente witte man met wijkende haargrens en 1,2 kinderen op het platteland als het gaat om extremisme?
Het WODC-rapport rust op dit punt sterk op een onderzoek dat eerder in het Noorden werd gedaan. Onderzoekers van de ‘fenomeenanalyse extremisme Noord-Nederland’ schreven in 2022 dat zij in de noordelijke provincies ‘relatief sterke gevoelens’ van maatschappelijk onbehagen en anti-Randstedelijk sentiment zien. Die gevoelens zouden een voedingsbodem kunnen zijn voor anti-institutioneel extremisme.
Hoe ziet dit er dan uit? Denk aan het burgerverzet tegen windmolenparken, waarvoor activist Jan Nieboer uit Tweede Exloërmond binnenkort vier maanden moet zitten. Denk aan de onrust in Ter Apel die activist Jan Huzen inspireerde tot geïmproviseerde grenscontroles waarvoor hij zich later deze maand in de rechtbank moet verantwoorden.
Luuk de Boer, onderzoeker aan de Rijksuniversiteit Groningen, begeleidde het WODC-onderzoek. Hij doet onderzoek naar ‘soevereinen’ - burgers die de overheid niet erkennen en vervolgens in het uiterste geval bijvoorbeeld weigeren belasting en boetes te betalen. Het platteland telt gemiddeld meer soevereinen dan de stad, ontdekte De Boer. „We vermoeden dat het soevereine gedachtegoed een uitingsvorm is van bredere onvrede.”
Leeggeperst ten gunste van Den Haag
De onderwerpen waarop de onvrede naar boven komt? Stikstof, windmolenparken, Zwarte Piet, de bevingsellende om maar een paar te noemen. Maar daar zit wat onder, stelt De Boer: „De buslijn verdwijnt op het platteland, er is geen supermarkt meer, geen pinautomaat, maar we betalen wel 50 procent belasting.”
Het zijn vooral witte mannen van middelbare leeftijd die gevoelig zijn voor anti-institutionele tendensen, weet De Boer. „Die zagen de voorzieningen verdwijnen. Het gevoel, zeker in Groningen, is dat we worden leeggeperst ten gunste van Den Haag.”
Overigens zien deze witte mannen van middelbare leeftijd ze op zich niet vliegen. In ongeveer de helft (51 procent) van alle buurten en dorpen is de afgelopen vijf jaar de bereikbaarheid van noodzakelijke voorzieningen zoals de huisarts, basisschool, kinderopvang of de supermarkt verslechterd, blijkt uit cijfers van het CBS die de regionale omroepen analyseerden.
Eindeloze keuzemenu’s
De Boer ziet dat de anti-overheidssentimenten vooral sterk opspelen bij crises. „En als de regels heel erg veranderen. Het idee is dan: ‘De overheid bepaalt hoe wij moeten leven’ en ‘we betalen wel, maar er wordt niet naar ons geluisterd.”
Hoe moet het nu verder? „Veel mensen vinden het vreselijk dat de overheid geen gezicht meer heeft. Dat je enorme keuzemenu’s door moet als je iets wilt weten. De enorme bureaucratie.”
„Aan de andere kant moet je ook bedenken dat de anti-institutionele gevoelens ook een natuurlijk reactie zijn als mensen het gevoel hebben de controle te verliezen. De perfecte overheid bestaat niet, maar meer aandacht voor de regio’s en voor de burgers in de regio’s zou wel goed zijn.”