Hangen in het klimnet, een eigen bibliotheek en áltijd een sporthal ter beschikking: de kinderen van Veenhuizen nemen hun intrek in een fonkelnieuw kindcentrum
Apetrots zijn de leerlingen van het fonkelnieuwe kindcentrum SPEEL en LEER in Veenhuizen. Foto: Marcel Jurian de Jong
Apetrots zijn de leerlingen van het fonkelnieuwe kindcentrum SPEEL en LEER in Veenhuizen. Eindelijk kon vrijdag de opening van het gebouw worden gevierd.
Tegenover de oude openbare basisschool en tegen de al bestaande sporthal in het dorp aan staat een hypermodern gebouw. Vierkant, zoals veel oude gebouwen in Veenhuizen ook zijn, en met heel veel ramen. Op het schoolplein staan houten speeltoestellen. Er is een trap- en zelfs een beachvolleybalveld en her en der bloeien wilde bloemen.
Poep en pis
Het gebouw mag fonkelnieuw zijn, toch is de geschiedenis van het gevangenisdorp overal aanwezig. Net als veel huizen in het dorp hebben de lokalen en andere ruimtes in het gebouw opschriften in het kenmerkende Veenhuizen-lettertype. De benaming is er vaak één met een knipoog. Zo heet het schoonmaakhok ‘spik en span’. Het opschrift op de wc? ‘Poep en pis’.
Van binnen oogt het open en licht. Houten wanden, met daarin gezellige nisjes, delen het gebouw van de school en de kinderopvang op in kleinere ruimtes. Her en der hangen prikborden aan de muren, waarop de kinderen met tekeningen hebben uitgebeeld wat ze het mooiste vinden aan hun nieuwe school.
De grote trap, de moestuin en zelfs het insectenhotel gooien hoge ogen. Maar de kers op de taart? Dat is het klimnet, dat boven de ingang hangt. Om te klimmen of te luieren met een boek uit de bibliotheek.
In optocht naar de nieuwe school. Foto: Marcel Jurian de Jong
Hoogtepunt van samenwerking
Directeuren Aukje Oldenkamp van de basisschool en Leonie Schuiten van kinderopvang KidsCasa zijn al net zo trots op het nieuwe gebouw als de kinderen. De ingebruikname is het voorlopige hoogtepunt van de samenvoeging van de openbare en christelijke school in het dorp en de samenwerking met de kinderopvang.
Die samenwerking bevalt goed, stelt Schuiten. ,,De peuters en kleuters delen een plein. En als bijvoorbeeld het oudste broertje in groep zes zit, kan-ie wel even een kusje komen brengen. Als een kind een rotdag heeft gehad op school, dan weten wij daarvan.”
Oldenkamp, die kort voor de scholenfusie in 2017 werd aangesteld als schooldirecteur, herinnert zich de beginjaren alsof ‘Ajax en Feyenoord gingen samenwerken’. ,,Ouders en kinderen waren eigenlijk prima met waar ze zaten.” De nieuwe organisatie moest vanaf de grond worden opgebouwd en de nieuwbouw van de nieuwe school werd onderdeel van dat proces. Precies goed, blikken ze terug. ,,Op deze manier konden we het gebouw voor iedereen ideaal maken”, stelt Schuiten.
Kinderen uit Veenhuizen openen hun nieuwe basisschool SPEEL en LEER. In optocht. Op het schoolplein wordt het schoollied gezongen. Foto: Marcel Jurian de Jong
Gemoedelijke dorpsschool
De kinderen, die elke week een kijkje namen bij de bouw van hun nieuwe school, keken reikhalzend uit naar de verhuizing. ,,Maar door corona was het tot op het laatste moment spannend of dat kon doorgaan”, vertelt Oldenkamp. Verhuizen rond de kerst lukte, maar de kinderen moesten thuisblijven. Pas voor de zomervakantie konden alle kinderen weer een kijkje nemen en vandaag mogen de leerlingen hun ouders eindelijk het nieuwe gebouw laten zien.
Een paar ouders zetten zich al in rondom het nieuwe gebouw. Een werkgroep, die zichzelf voor de gelegenheid en volgens Veenhuizer traditie omdoopte tot ‘Plant en pluk’, legde een moestuin en een eetbare plantenroute aan. Oldenkamp hoopt dat de kinderen straks van de geoogste groenten soep maken voor de ouderen van de dagopvang aan de overkant.
,,Ik ben heel trots op de afgelopen vier jaar”, zegt Oldenkamp. ,,We hebben hard gewerkt aan het ontwikkelen van allerlei nieuwe tradities vanuit wat we zelf belangrijk vinden.” Nu staat-ie er: een gemoedelijke dorpsschool en kinderopvang met een sterke binding met de omgeving. ,,Hiermee hebben we een mooie basis, maar ik heb veel zin om te ontdekken wat er verder nog mogelijk is. Ik vind het heel bijzonder dat we in een Unescodorp zitten. Met de geschiedenis van het dorp willen we nog veel meer doen.”