Tien jaar geleden viel het doek voor Verkeerspark Assen. Herinneringen leven voort in loods van verzamelaar Henk: 'Zijn vrouw zei: de bus moet terug naar Assen'
Henk Brink tussen de oude autootjes van het Asser Verkeerspark. Foto: Hilbrand Dijkhuizen
In de serie Deze week in... blikken we terug op bijzondere gebeurtenissen. Vandaag gaan we terug naar april 2014, toen het doek viel voor het Verkeerspark in Assen. Na de sluiting waaierden relikwieën als zandkorrels uit over het land.
Vorig jaar kreeg hij een telefoontje van een vriend. „Hij had de bekende bus gezien van het Verkeerspark. Ergens op een markt in Heerde”, zegt Henk Brink (65) uit Assen. Een twinkeling in zijn stem. „Ene Arie uit Epe. Een beetje een malle Pietje, maar wel een geweldige kerel. Hij verzamelde oude driewielers en autootjes.”
‘Bus moet terug naar Assen’
Dus Brink, hup, in de auto naar de Veluwe. „Arie wilde ‘m eerst niet verkopen. Maar toen we twee maanden later terugkwamen, zei zijn vrouw: Arie, de bus moet terug naar Assen.”
In april 2023 keerde de bus terug in de Drentse hoofdstad, de plek waar hij decennialang rondreed. „Op dat moment had de bus al een heel toer gemaakt. Na de sluiting van het Verkeerspark in 2014 was de bus gekocht door een verzamelaar uit België. Later kocht Arie hem weer over.” Inmiddels staat de befaamde bus, waarin honderdduizenden kinderen hebben gezeten, in de loods van Brink. De Assenaar en zijn zoon Martijn zijn helemaal gek van het Verkeerspark. Sinds de definitieve sluiting in 2014 verzamelen ze autootjes van het attractiepark.
Honderdduizenden kinderen reden ooit rond op de miniatuursnelweg van het Verkeerspark Assen was. Deze foto is genomen op 29 mei 1986. Archieffoto: Jan Anninga
Abrupt einde
Tien jaar geleden stopte het feestje voor het Verkeerspark. Vrij abrupt. ‘Verkeerspark in zwaar weer’, kopt Dagblad van het Noorden op 17 april 2014. Het is een alarmerend bericht. Eigenaar Herman Jasper vertelt dat hij park hoopt te verkopen aan een overnamekandidaat, die genoeg geld heeft om het verouderde park in een nieuw jasje te steken.
Op dat moment maakt het park een desolate indruk. De tijd is er harder gegaan dan het onderhoud. Ook de cijfers vallen tegen. Het bezoekersaantal bevindt zich al enkele jaren in een neerwaartse spiraal. Rond 2014 stokt de teller bij 70.000 tot 80.000 bezoekers per jaar voor het Verkeerspark, tegenover 120.000 in de hoogtijdagen. Het eigen vermogen zit bovendien vanaf al jarenlang in de min.
Het komt niet goed voor het Verkeerspak. Eind van het lied is dat de verkoop niet doorgaat. Verkeerspark Assen, de plek voor schoolreisjes en oneindig plezier voor kinderen, sluit de deuren. Voorgoed. Het nieuws hakt erin in de Drentse hoofdstad. „Het voelde als een gemis”, zegt Brink. „Veel Assenaren hadden een abonnement. Vroeger hadden wij twee abonnementen: één voor het dierenpark in Emmen en voor het Verkeerspark. Om het weekend waren we er met de kinderen. Ze hebben het er nog altijd over.”
Na de sluiting begint een levendige handel in relikwieën van Verkeersparkautootjes. Een deel van de inboedel verkast naar pretpark Duinen Zathe in Appelscha, een ander deel belandt in een veilingverkoop. Fanaten die verzot zijn op alles met wielen slaan er hun slag. Brink is er ook zo één. „Gek van alles dat rijdt en, als het even kan, ook hard gaat”, omschrijft hij zichzelf.
Bij de eerste veiling tikt Brink de beroemde politiewagen („Prins Bernhard reed er ooit nog in”) op de kop. „Als een eerbetoon aan mijn vader”, vertelt Brink.
Idee uit Duitsland
Brinks vader was de eerste agent van het Verkeerspark, dat in 1957 begon met wegen, trapautootjes en verkeersborden in de Gouverneurstuin in hartje Assen. „Hij werkte altijd bij de politie en heeft zeker een jaar gewerkt op het Verkeerspark. Mijn vader stond in de verkeerstoren en lette op of de kinderen zich wel aan de verkeersregels hielden. Vond-ie prachtig.”
Drukte op het park op 12 juni 1982. Archieffoto: Han de Graaf
Het was politierechercheur Klaas Bos die Brinks vader vroeg om in de rol van verkeersagent te kruipen. Bos was geestelijk vader van het Verkeerspark. Hij zag in 1956 in de Duitse stad Essen hoe kinderen op een schoolplein met enkele krijtstrepen en kartonnen borden in aanraking kwamen met het toentertijd snel groeiende verkeer.
Met een kop vol ideeën keerde Bos terug in Assen. Het gemeentebestuur en de middenstand bleken meteen enthousiast. Een jaar later opende het Jeugdverkeerspark de deuren in de Gouverneurstuin. In 1988 verkaste het park naar De Haar, vlakbij het TT Circuit.
‘Levensgevaarlijk, maar wel mooi’
Op de gekste plekken tikte Brink autootjes op de kop. „Zo wilde ik ooit met mijn zoon een sportauto kopen bij een oldtimerdealer in Vriezenveen. En ja hoor, wat stond daar naast de ingang? Een oud trapautootje van het Verkeerspark. Die mochten wij later overkopen.” Inmiddels bezit de Assenaar twee gemotoriseerde jeepjes, de politiewagen, de bus, een trapautootje en een bijna prehistorisch skeltertje van het Verkeerspark.
Zijn zoon Martijn Brink, professioneel stuntman, bouwde één van de jeepjes om tot een racewagen. Hij verving het generatormotortje door een viertakt 600 cc-motor. „Die gaat van 0 tot 100 binnen enkele seconden.” Brink barst in lachen uit. „Levensgevaarlijk, maar wel mooi. Mijn zoon is de enige die erop mag rijden.”
Park werd spookdorp
Een tijd terug stond Brink nog eens voor de zware ijzeren toegangspoort van het Verkeerspark. Hij schudde meewarig zijn hoofd. Op de plek van het attractiepark herinnert weinig meer aan de tijd van joelende kinderen en plezier op iedere vierkante meter. Na de sluiting werd het park een spookdorp, dat geteisterd werd door vandalisme.
Tegenwoordig zetelt er een bedrijf waar mensen met airsoftgeweren kunnen schieten. „Het is echt een rommeltje geworden”, zegt Brink. „Het is een schril contrast met hoe het hier ooit was. Gelukkig leeft het Verkeerspark op andere plekken nog voort. Zoals bij mij thuis.”
Er is weinig over van het Verkeerspark in Assen. Foto: Marcel Jurian de Jong