Het gevangenismuseum, met rechts één van de panden die in de verkoop gaan. Foto Google Maps
Het Rijk gaat monumenten van de voormalige strafkolonie Veenhuizen verkopen. Al het vastgoed dat niet wordt ingezet voor rijkstaken wordt vanaf deze zomer als één geheel aangeboden.
Het Rijksvastgoedbedrijf heeft een groot deel van de monumentale panden van de voormalige strafkolonie Veenhuizen in bezit. Al jaren zijn gesprekken gaande met de gemeente en provincie Drenthe over de wijze waarop dit rijksvastgoed het beste kan worden afgestoten. De knoop hierover is nu eindelijk doorgehakt.
De penitentiaire inrichtingen Esserheem en Norgerhaven (plus bijbehorende gebouwen), het militaire complex en de pachtgronden blijven in eigendom van het Rijk. De overige gebouwen, waaronder vele monumenten van de voormalige kolonie, dienen geen rijksdoelen meer en worden verkocht aan één partij om versnippering te voorkomen.
Officieel gaat het Rijksvastgoedbedrijf pas vanaf deze zomer op zoek naar een nieuwe eigenaar, maar op een bewonersbijeenkomst werd volgens een aanwezige huurder de naam van Het Drentse Landschap genoemd als koper. Die zou met twee andere partijen gezamenlijk een bod voorbereiden en zorg willen dragen voor het vastgoed.
Het Rijksvastgoedbedrijf wil dit niet bevestigen, maar geeft wel toe dat er een consortium van enkele partijen interesse heeft getoond. „Uit welke partijen dit consortium bestaat, kunnen wij op dit moment niet delen”, laat woordvoerder Loek Houtepen weten. „Wij bereiden nu een proces voor om verdere belangstelling te peilen.”
Zowel de gemeente als de provincie vindt het belangrijk dat de bijzondere geschiedenis van Veenhuizen met respect behandeld wordt, zeker met het oog op een mogelijke Unesco Werelderfgoed-status van de Koloniën van Weldadigheid. „Er is ruimte voor een vernieuwende aanpak”, zegt Houtepen, „maar met oog voor de erfgoedwaarde en aandacht voor duurzame ontwikkeling. Wel staat het proces van een Werelderfgoed-nominatie in principe los van de eigendomssituatie.”
Huurders van de panden van het Rijksvastgoedbedrijf hoeven in eerste instantie niet op zoek naar nieuwe woonruimte. De huidige huurcontracten moeten volgens Houtepen door de nieuwe eigenaar worden gerespecteerd.
Het Drentse Landschap was niet bereikbaar voor commentaar op de mogelijke aankoop van de kolonie-monumenten.