Verpleegkundige Theodoor V. blijft niet langer vastzitten. De verdenkingen tegen hem zijn volgens de rechter-commissaris niet sterk genoeg. Het voorarrest wordt niet verlengd. Zijn voorlopige hechtenis is opgeheven.
Het Openbaar Ministerie verdenkt de 31-jarige V. van betrokkenheid bij de dood van coronapatiënten op de gesloten afdeling van het Wilhelmina Ziekenhuis in Assen. Zelf verklaarde V. bij behandelaars van de GGZ in Drenthe, bij wie hij psychiatrische hulp zocht, twintig patiënten te hebben gedood. Dat vond de rechtbank bij een eerdere zitting voldoende om hem langer vast te houden.
Nu is de uitspraak anders. Volgens de rechter heeft het ingestelde onderzoek niet geleid tot aanwijsbare ‘concrete gevallen waarbij de verdachte op ontoelaatbare wijze betrokken was bij de dood van patiënten’. Daarom is het verlengen van het voorarrest volgens de rechtbank niet meer gerechtvaardigd.
Het strafrechtelijk onderzoek is nog in volle gang. Deskundigen onderzoeken of er in de medische dossiers onregelmatigheden te vinden zijn die zouden kunnen passen bij de verklaring die V. gaf.
Op de vraag of vervolging door justitie daarmee misschien ook van de baan is, antwoordt woordvoerster Melanie Kompier dat het Openbaar Ministerie Noord-Nederland nog komt met een reactie op de vrijlating van de verdachte: ,,Eerst informeren we de nabestaanden. Dan komen wij met een bericht op onze website om.nl.”
Advocaten verzochten om vrijlating
Advocaten Tjalling van der Goot en Ronald Knegt waren vanmiddag telefonisch nog niet bereikbaar voor een reactie op de vrijlating van zijn cliënt. Wel meldt hun advocatenkantoor Anker & Anker dat de vrijlating is gelast op hun verzoek: ,,De rechtbank in Groningen heeft vandaag de onmiddellijke invrijheidstelling gelast van de 31-jarige verpleegkundige van het Wilhelmina Ziekenhuis in Assen. Raadsman Tjalling van der Goot had in raadkamer een verzoek gedaan het bevel tot voorlopige hechtenis op te heffen. De rechtbank heeft dit verzoek nu gehonoreerd. Onze cliënt wordt verdacht van betrokkenheid bij het overlijden van een onbekend aantal patiënten in het ziekenhuis ten tijde van de coronapandemie.”
De advocaten benadrukken de uitspraak van de rechter dat nader onderzoek geen enkel hard bewijs heeft opgeleverd dat hun cliënt de dood op zijn geweten heeft van één of meerdere patiënten.