V. was longverpleegkundige op de corona-afdeling van het WZA en verklaarde tegen hulpverleners minstens twintig patiënten te hebben gedood. Later ontkende hij dit. Illustratie: Ruben Oppenheimer
Na de biecht van oud-verpleegkundige Theodoor V. (31) trekt het Openbaar Ministerie (OM) aan het begin van een touwtje. Maar het is nog onduidelijk of de kluwen van V.’s geschiedenis uit elkaar getrokken kan worden.
Donderdag werd duidelijk dat de man uit Veenhuizen mogelijk betrokken is bij de dood van zeker twintig coronapatiënten in het Wilhelmina Ziekenhuis in Assen (WZA), tussen het voorjaar van 2020 en 2022.
In die periode was V. longverpleegkundige op de corona-afdeling en in die hoedanigheid verrichtte hij handelingen die het leven kostte aan minstens twintig patiënten. Althans, dat is zijn verklaring tegen hulpverleners. Hij zegt dat de patiënten ondraaglijk leden en met die motivering besliste hij eigenhandig over leven en dood. Dit verklaarde V. bij behandelaars van de GGZ in Drenthe, bij wie hij psychiatrische hulp zocht.
‘Biecht buiten het ziekenhuis’
Een geruchtmakende ontwikkeling in een zaak die zomaar uit kan groeien tot één van de grootste ooit in Nederland. Eén die volgens hoogleraar criminologie Jasper van der Kemp van de Vrije Universiteit Amsterdam al begint met een „opmerkelijke biecht”.
„Gevallen van artsen en verpleegkundigen die patiënten om het leven hebben gebracht, komen meestal aan het licht doordat collega’s opmerkten dat een collega opvallend vaak aanwezig was bij sterfgevallen. Of dat ze afwijkend gedrag bij de desbetreffende arts constateerden. In dit geval begint het met een biecht buiten het ziekenhuis.”
‘Niet bezig met waarheidsvinding’
Het is niet duidelijk wat V. exact in de therapiekamer bij de GGZ heeft verteld en hoe dat gesprek verliep. Maar zeker is dat één van zijn behandelaars zijn verhaal zo serieus nam dat de zorgorganisatie, na lang beraad en het inwinnen van juridisch advies, besloot de medische geheimhouding te schenden en het ziekenhuis in te lichten. Niet snel daarna werd de politie ingeschakeld. Ook de schending van het medisch beroepsgeheim geeft de zaak een opmerkelijke wending, zeggen twee geraadpleegde criminologen. Niet uniek, wel opmerkelijk.
Dat zit ‘m vooral in de rol van de behandelaar, zegt Van der Kemp. „Een behandelaar is niet bezig met waarheidsvinding. Als een patiënt bijvoorbeeld vertelt dat zijn moeder hem vroeger mishandelde, dan is dat zijn beleving en moet hij geholpen worden. Het maakt niet uit of het waar is of niet.”
Boekje te buiten
Hoewel er uitzonderingen zijn op het medisch beroepsgeheim, vindt Peter van Koppen dat de therapeut zijn boekje te buiten is gegaan. Van Koppen is emeritus hoogleraar Rechtspsychologie aan de Vrije Universiteit én autoriteit op het gebied van getuigendeskundigen van Nederland.
„Als patiënt wil je bescherming. Als ik zeg dat ik mijn moeder morgen ga vermoorden, dan moet de therapeut naar de politie ter voorkoming van leed. Maar als ik zeg dat ik mijn moeder vermoord heb, moet de therapeut zijn mond houden. In de therapiekamer doe je niet aan waarheidsvinding.”
Vervolgonderzoek nodig
Het is zonneklaar dat V.’s biecht geen hard bewijs is. Daarvoor zijn er teveel mitsen en maren. Een persoonlijkheidsonderzoek is volgens Van Koppen nodig om waarde toe te kennen aan V.’s verhaal. „Zijn verhaal vraagt interpretatie. Dat is voor een groot deel afhankelijk van hoe het verhoor is verlopen. Er zijn subtiele verhoormethodes die tot een valse bekentenis kunnen leiden.”
Met het vervolgonderzoek zal de politie zich richten op verhoren, V.’s gegevensdragers, medische dossiers van overleden patiënten en dienstroosters om overeenkomsten met V.’s biecht te ontdekken. Heeft-ie een dagboek bijgehouden? Heeft-ie zijn handelen mogelijk gefilmd?
‘Geen collega’s die aan de bel trokken’
Bemoeilijkende factor is vermoedelijk het gebrek aan contemporain bewijs (vergaard bewijs op het moment dat V. actief was, red.), zegt Van Koppen. „Nooit hebben collega’s van hem aan de bel getrokken. Er zal naar de administratie van het ziekenhuis gekeken worden. Maar dat wordt niet altijd goed bijgehouden. En als hij dodelijke middelen heeft toegediend, dan heeft hij dat hoogstwaarschijnlijk niet genoteerd. In dit soort zaken is er vaak, buiten een verklaring, een bewijsprobleem.”
Toch lijkt het erop dat het Openbaar Ministerie meer in handen heeft. Zowel het OM als de rechters zien „voldoende ernstige bezwaren” om de ex-verpleger langer vast te houden. Op welke bewijzen die ernstige bezwaren zijn gestoeld, is onbekend. In feite is V.’s verklaring slechts de start van het strafonderzoek. De komende maanden moet duidelijk worden hoeveel bewezen kan worden van V’s opmerkelijke biecht.