Pieter, geflankeerd door zijn vrouw Harmini toont het NSB speldje met gouden rand. Foto: Huisman Media
‘Zeer bijzonder en uniek’. Zo wordt het NSB speldje, met gouden rand, dat door Pieter en Harmini Snitjer uit Schildwolde tijdens de Niet Weggooien dagen wordt afgestaan, gekwalificeerd. En het verhaal er achter maakt het helemaal interessant.
Het is zaterdagmiddag in Kamp de Beetse in Sellingen direct raak als Pieter en Harmini Snitjer zich bij het ontvangstcomité aan tafel melden. Pieter toont een NSB speldje met gouden rand. „Mijn vader die in het verzet zat, heeft het van de jas van de toenmalige burgemeester van Zuidbroek gegrist. Ene meneer Ten Have. Een echte NSB-er. Zijn twee zonen waren ook lid van de NSB”, weet Pieter.
Pieter heeft het speldje tientallen jaren in bezit gehad, maar staat het nu af aan de mensen van Kamp de Beetse. „Hier hoort het thuis”, meent Pieter. Want zo leert het verhaal, een van de zonen heeft na de oorlog in het kamp in Sellingen gezeten.
De andere zoon was tijdens de Tweede Wereldoorlog in de Kaukasus om het leven gekomen. Gesneuveld op zijn 23ste verjaardag. Zijn vader heeft toen als dank het speldje ontvangen, omdat zijn zoon zich had opgeofferd voor het Derde Rijk.
Pieter wil het speldje schenken aan Kamp de Beetse. „Want het mag nooit in verkeerde handen komen.”
Zes ‘Niet weggooi’ sessies, kris kras door de provincie Groningen zijn achter de rug. Kamp de Beetse in Sellingen sloot de rij.
Verhalen raken niet uitgeput
De verhalen over de Tweede Wereldoorlog lijken niet uitgeput te raken. Steeds duiken weer nooit eerder vertelde verhalen op, of komen attributen te voorschijn die te maken hebben met de periode 1940-1945. Er zit dus ook nog geen sleet op de in 2018 geïntroduceerde, zogenaamde Niet Weggooien Dagen.
Karlijn Donders, van Museum aan de A in Groningen, een van de initiatiefnemers voor de tour door de provincie, blikt terug.
„Je denkt vaak dat alle voorwerpen uit de oorlog wel te voorschijn zijn gekomen. Dat geldt ook voor de persoonlijke verhalen. Maar telkens worden we weer aangenaam verrast. Dus we stoppen er niet mee. We gaan ook volgend jaar weer zo’n tour door de provincie maken. Dat staat nu al vast.”
De medewerker van Kamp de Beetse in Sellingen krijgt het NSB speldje en foto's onder ogen. Aangeleverd door Pieter Snitjer. Foto: Huisman Media
Sinds twee jaar haken ook Oost-Groninger organisaties aan, zoals MOW Museum Westerwolde in Bellingwolde en Kamp de Beetse in Sellingen. Bij de laatste locatie komt de geschiedenis van WOII heel dichtbij.
In de zomer van 1942 werden ongeveer 500 Joodse mannen uit Amsterdam naar Kamp de Beetse gebracht. Zij moesten onder dwang werken in onder meer de landbouw en bosbouw. Op 3 oktober 1942 kwam een abrupt einde aan hun verblijf. Die dag werden ze op transport gezet naar Kamp Westerbork, en van daaruit gedeporteerd naar vernietigingskampen oostwaarts.
Donders sluit niet uit dat volgend jaar ook samenwerking wordt gezocht met het MuzeeAquarium in Delfzijl.
Niet in depot verdwijnen
Wat tijdens de inloopmiddagen opvalt is dat mensen die met attributen aankomen, de zekerheid willen hebben dat hun WOII spullen ook daadwerkelijk worden tentoongesteld en niet in depots verdwijnen. „Die garantie kunnen we niet geven. Ieder museum heeft een eigen collectie en daar moet wel een ingeleverd attribuut in passen.”
Ook taxeren van ‘oorlogsstukken’ is niet aan de orde. De Niet Weggooien dagen zijn wat dat betreft absoluut geen Kunst en Kitsch. Het televisieprogramma waar naast historie, de spullen op financiële waarde worden geschat. „Het gaat ons alleen om het materiaal wat we onder ogen krijgen. Experts leggen dat vast en de mensen krijgen iets te horen over de oorsprong en gebruik. Maar bovenal gaat het ons om het persoonlijke verhaal.”
Natuurlijk worden er adviezen gegeven. Hoe bewaar je spullen het best voor het nageslacht. Op welke plek en onder welke condities. Vrijwel alles wordt vastgelegd en komt terecht in een databank, waar musea in Nederland gebruik van kunnen maken. „Zo blijft alles gedocumenteerd en bewaard.”
De oogst van de zes inloopsessies stemt tot tevredenheid. Honderden nieuwe WOII verhalen en attributen zijn vastgelegd of overhandigd aan een van de deelnemende musea. Zo blijft de herinnering in stand, op dat wij niet vergeten.
Pieter en Harmini zijn er maar wat blij mee. „Hier hoort het speldje thuis.”