Mira Bloemen-Bekx, lector regionaal innovatievermogen op de Hanzehogeschool Groningen. Foto: Corné Sparidaens
Hanze-lector Mira Bloemen vreest voor de samenstelling van het stichtingsbestuur van Nij Begun. Volgens haar is het noodzakelijk dat daar ondernemers in komen. „Overheid en ondernemers zien elkaar nog niet genoeg als bondgenoot.”
Het klinkt mooi op papier: overheid, ondernemers en onderwijs die hand in hand belangrijke beslissingen nemen over Nij Begun-geld. Zij hakken samen knopen door over de vele miljoenen die dertig jaar lang uit Den Haag deze kant op komen, om de economie een oppepper te geven als goedmakertje voor alle gasellende.
Die drie partijen zitten straks samen in het bestuur van Nij Begun. Een dergelijk ‘stichtingsbestuur’ is een idee van kwartiermaker Jakob Klompien. Hij schreef het begin dit jaar op in zijn economische agenda. Het stichtingsbestuur bestaat uit negen mensen: drie bestuurders, drie mensen uit het onderwijs en drie ondernemers.
Vrees voor terugkrabbelen
Maar lector Mira Bloemen-Bekx (59) van de Hanzehogeschool in Groningen maakt zich zorgen over dit idee. Ze krijgt signalen dat sommige gemeenteraden in Groningen huiverig zijn om het onderwijs en met name ondernemers dergelijke macht te geven over Nij Begun. Den Haag heeft het plan van Klompien al goedgekeurd, maar de gemeenteraden moeten er nog een klap op geven.
Bloemen-Bekx is gespecialiseerd in regionale innovatie en doet onderzoek naar regionaal leiderschap in Noord-Nederland, waarbij dezelfde drie partijen een rol spelen. Ze zegt dat het juist wél belangrijk is om ondernemers en het onderwijs te laten meebeslissen, en niet alleen de overheid. Ze vreest dat de overheid terugkrabbelt als puntje bij paaltje komt en in dat geval alle beslissingsbevoegdheid bij zichzelf houdt.
‘Durf anderen te laten meebeslissen’
Volgens haar is er een gebrek aan vertrouwen, met name vanuit de overheid richting ondernemers en andersom. „Ze zien elkaar nog niet genoeg als bondgenoot. Maar in Nij Begun moet je naast elkaar staan. De overheid moet niet in z’n eentje aan het roer willen staan, maar dat leiderschap echt gaan delen”, bepleit Bloemen-Bekx. „Durf als overheid om anderen te laten meebeslissen. Dat gaat niet vanzelf, je moet lef hebben om de inbreng van ondernemers te waarderen.”
Mira Bloemen-Bekx. Foto: Corné Sparidaens
De lector wijst naar Brainport in Eindhoven, waar een combinatie van de drie groepen ook succesvol is. „Ik denk dat je, zeker op lange termijn, betere besluiten neemt als je iets vanuit drie perspectieven benadert. Onderwijsinstellingen hebben veel kennis over innovatie, over de energietransitie, over gezondheid. En mkb’ers komen zelf uit het gebied, zorgen voor werkgelegenheid en zijn nauw betrokken bij de lokale gemeenschap. Respecteer die inbreng.”
Bloemen-Bekx snapt wel waarom gemeenteraden huiverig lijken om een stukje controle uit handen te geven. Ze maakt een vergelijking met het winnen van de loterij. „Stel dat je dan een vriend en een broer vraagt om mee te beslissen. En je zegt tegen hen: dit is ongeveer wat ik ermee wil, maar híér is het geld en jullie mogen meebepalen. En toch is dat precies wat de overheid nu moet doen. Dat vraagt lef en moed.”