Mira Bloemen: ,,Door innovatie kun je je concurrentiepositie versterken." Foto: Peter Wassing
Een ondernemer moet van alles. En vooral ook innoveren. Toch lukt het velen in Noord-Nederland niet om de vereiste stappen op dit gebied te zetten. Waar ligt dat aan? En hoe kan het beter? Mira Bloemen-Bekx, lector Regionaal Innovatie Vermogen aan de Hanzehogeschool: „Je moet innoveren, anders overleef je niet.”
Ondernemers krijgen een hoop voor hun kiezen. Ze worden geconfronteerd met de energietransitie, de verduurzaming van de economie, terwijl ook de digitalisering van de samenleving en het bedrijfsleven doordenderen. Tegelijk is arbeid steeds schaarser en komen er voortdurend nieuwe wetten en regels van de overheid.
Tegen die achtergrond is er ook nog de druk om te innoveren. Bedrijven moeten zorgen dat ze bijblijven en met nieuwe kennis en vaardigheden hun productieprocessen verbeteren zodat ze niet alleen morgen, maar ook over 5 jaar nog steeds zaken kunnen doen.
Echter, innovatie is niet vanzelfsprekend in Noord-Nederland. ,,Het lukt veel ondernemers hier nog niet om innovatie structureel in te passen in hun bedrijfsvoering’’, zegt Mira Bloemen-Bekx (Lieshout, 1966). Ze is begin deze maand geïnstalleerd als lector Regionaal Innovatie Vermogen aan de Hanzehogeschool en werkt sinds 2018 bij die onderwijsinstelling, onder meer als dean.
Alle ondernemers zijn het eens: innoveren moet
De nieuwe lector wil onderzoek doen naar innovatie in Noord-Nederland. De kennis die dat oplevert moet uiteindelijk ten goede komen aan het bedrijfsleven in dit deel van het land. Daarvoor wil ze regionale leernetwerken opzetten, waarbinnen ondernemers van elkaar kunnen leren.
Even terug naar het vaak gebezigde begrip innovatie. Wat is dat nou precies? ,,Innovatie is eigenlijk het eindpunt. Bij mij gaat het over innovatievermogen. Hoe komt een ondernemer tot innovatie? Wat moet hij of zij kennen of kunnen om te innoveren? Ondernemers moeten actueel en relevant blijven. Je moet werken aan je innovatievermogen, anders overleef je niet. Daar zijn alle ondernemers het over eens.’’
Nog iets preciezer voegt ze toe: ,,Het gaat om de vaardigheid om kansen met bestaande mensen, middelen, processen en technologieën om te zetten in innovatie. Wat je vaak hoort: het midden- en kleinbedrijf heeft moeite de vernieuwing bij te houden. Ze innoveren onvoldoende. En met die grote transitie en de ontwikkelingen die er zijn moet je dat wel kunnen. Als je tenminste je bedrijf toekomstbestendig wilt maken.’’
Lector Mira Bloemen-Bekx. Foto: Peter Wassing
Het gaat over aanpassingsvermogen
,,Het woord innoveren wordt al heel lang gebruikt, in elk geval al zo lang ik werk. Maar wat maakt het zo relevant? Ik denk door die transities en duurzaamheidsdoelstellingen. Daardoor wordt innovatievermogen steeds belangrijker. De klant vraagt om gezonde en duurzame producten. De veranderende wet- en regelgeving zorgt ervoor dat je processen in je bedrijf moet aanpassen. Eigenlijk gaat het ook gewoon over aanpassingsvermogen.’’
Innovatie is niet alleen een last, maar biedt volgens haar ook kansen. ,,Door innovatie kun je je concurrentiepositie versterken. Met digitalisering kun je efficiënter werken en misschien ook met minder mensen het beschikbare werk doen. Niet onbelangrijk, omdat veel bedrijven nu minder mensen tot hun beschikking hebben.’’
Hoewel er dus zorgen zijn over het vernieuwende vermogen van het noordelijke bedrijfsleven, zegt Bloemen-Bekx dat uit onderzoek blijkt dat het innovatievermogen hier verbetert. ,,Er komen meer koplopers. Ondernemers investeren meer, bedrijven en organisaties steken meer geld in onderzoek en ontwikkeling. En daar gebeurt het. Dat is ook waar ik me op wil focussen: kijken of we de kop van het peloton in beweging kunnen krijgen. En dan hopen dat de rest daar achteraan komt.’’
Familiebedrijven doen het goed
Sectoren in Groningen waar veel wordt geïnnoveerd zijn vooral de chemie en de biochemie. Veel vernieuwing is eveneens te vinden bij tal van kleine bedrijven in de stad die zich bezighouden met medische technologie. Ook op energiegebied blaast Groningen een flinke partij mee.
Bloemen deed in het verleden uitgebreid onderzoek naar familiebedrijven. Die spelen volgens haar een prominente rol: ze zijn innovatiever dan niet-familiebedrijven. Met die bedrijven is overigens iets aan de hand. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) zijn het er in ons land zo’n 377.000. Ze liet een Gronings databedrijf met AI naar die cijfers kijken en komt op een veel kleiner aantal. Landelijk zo’n 10.000 bedrijven, tegen 825 in Noord-Nederland.
,,Een aanname is dat een deel van de familiebedrijven niet naar buiten brengt dat ze een familiebedrijf zijn, bijvoorbeeld omdat het in hun branche niet als een pluspunt geldt. Sommige families willen ook niet met een bedrijf in verband worden gebracht. Andersom geldt dat ondernemingen die zich echt profileren als familiebedrijf dat waarschijnlijk ook zijn. En dan kom je op dat lagere aantal en dat is in elk geval de basis. Het CBS-getal is de bovenkant. De waarheid zal ergens in het midden liggen.’’
Foto: Peter Wassing Foto: Peter Wassing
Als klant zie je er niets van
In sommige sectoren zie je nauwelijks innovatie, zoals in de detailhandel en de horeca. Hoe kan dat? ,,Er gebeurt wel degelijk iets bij het assortiment. Online is er veel veranderd. En in de bedrijfsvoering, maar daar zie je als klant niet veel van. Veel ondernemers zijn ook bezig met energie. De Maripaangroep hier in de stad (eigenaar van een aantal Jumbo-vestigingen - red.) doet wel degelijk veel, maar daar merk je niet altijd iets van.’’
De koplopers, bedrijven die goed innoveren, hebben gemeen dat ze hun klanten nu goed kunnen bedienen, maar tegelijk ook al bezig zijn met de vraag hoe de markt eruit ziet over 5 jaar. ,,Het zijn ondernemers die twee processen gelijktijdig kunnen doen. Ze kennen ook heel goed hun markt en grijpen tijdig kansen. Het zijn mensen die innovatieprocessen succesvol kunnen afronden in hun bedrijf..’’
Noord-Nederland telt veel kleine bedrijven. ,,Je hebt dan minder financiële slagkracht, minder mensen, minder denkkracht. Ik hoop dat we met ons onderzoek kunnen kijken hoe die kleine bedrijven elkaar beter kunnen vinden en met elkaar kunnen innoveren. Ze hebben elkaar nodig.’’
Ondernemer staat er alleen voor
Ook zitten bedrijven verder van elkaar af dan in het Westen. ,,Je ontmoet elkaar niet zo maar, dat is lastig. In de stad Groningen ligt dat anders en daar zijn ook nog hogescholen en een universiteit. Daar gaat het allemaal sneller.’’
De ondernemer speelt bij innovatie een cruciale rol, zeker in kleinere bedrijven. Met hem of haar staat of valt die, ziet Bloemen-Bekx. Maar de groep heeft veel aan het hoofd. ,,Het beroep van ondernemer is zwaar, er wordt veel gevraagd. Je staat daar en er wordt verondersteld dat je het allemaal maar kunt als ondernemer. We moeten veel meer om de ondernemer heen staan en kijken hoe we die beter kunnen ondersteunen. We hebben start-ups en scale-ups waar we alles voor doen. Maar de mkb-ondernemer staat nog te veel alleen. Daar moet echt meer aandacht voor komen.’’
,,Het is geen schande om te zeggen: ik wil een bepaalde competentie versterken, want ik merk dat ik daar moeite mee heb. Dan is het mooi als je mensen bij elkaar kunt brengen, die zeggen: ‘Ik heb moeite met innovatie”. Ik wil daar leertrajecten voor beginnen, waar ondernemers van elkaar kunnen leren. En met elkaar aan de slag gaan. Natuurlijk, er zijn ook ondernemers die denken: wat een gedoe, ik doe het zelf wel.’’
,,Innoveren is ook gewoon leuk. Iemand is ooit begonnen met een visie voor zijn bedrijf. Hij ziet de markt, heeft de vrijheid om te besluiten wat hij wil in zijn bedrijf. Hoe leuk is dat?’’