Pink Floyd Project, grotendeels opgetrokken uit Friese muzikanten, is een tributeband met enige creatieve ambitie. Met bijvoorbeeld theatrale vertolkingen van dubbelalbum 'The Wall', waarmee men zelfs in Praag te zien was. Foto: Piet Douma
Tributebands, je struikelt erover in dit tijdsgewricht. Bijna geen poppodium dat niet een flink deel van de omzet uit zulke bands haalt. Gaat dat ten koste van nieuwe muziek? En is dat jammer? Wat zegt dat over deze tijd? Een beschouwing.
Een stel muzikanten, een bandbusje. Of een grotere toerbus, met een vrachtwagen voor de apparatuur. Kratje bier, consumptiebonnen, warm eten. Een poppodium, een café, een theater. Opbouw, soundcheck, spelen, afbreken, naar huis. De lauwe gehaktbal bij het tankstadion, in het holst van de nacht.
Bands, je hebt ze in alle soorten, maten, formaten. Een band die drijft op eigen werk, op creatieve dadendrang: die heeft te maken met dezelfde praktische toestanden als een tributeband, tot en met die spreekwoordelijke lauwe gehaktbal.
En, trouwens, geef ze eens de kost. De muzikanten die in de ene band hun eigen liedjes aan de wereld openbaren en een avond later in een tributeband teren op de creativiteit van anderen, van vroeger. Vaak voor meer publiek dan de avond ervoor.
L.A, Vation, U2-tribute uit Los Angeles. Foto: Hoge Noorden/Jacob van Essen
Zo groot is die tegenstelling dus ook weer niet. Toch leek het wel even zo, een paar weken geleden. Voltage, een soort southern-rockband (uit, best toepasselijk, Noord-Brabant), zag zich gedwongen om een optreden in Het Bolwerk in Sneek te annuleren.
Bekende meezingers
Reden: te weinig kaartjes verkocht. Onderliggende reden, volgens een post van de band op Facebook: meer en meer concurrentie van ‘avonden met bekende meezingers en tributeshows’. De oproep: kies voor ‘authentieke bands met eigen muziek’.
Pablo van de Poel, gitarist van de al wat succesvollere band DeWolff, voegde daar zijn eigen duit in het zakje aan toe. Gages van bands-met-eigen-werk staan zwaar onder druk terwijl poppodia steeds vaker kiezen voor tributes, is zijn klacht. En dan heb je zo’n razend populair SBS6-programma als The Tribute: Battle Of The Bands, dat zulke tributes zowaar naar de ZiggoDome brengt.
Bouke (uit Emmen) and The Elvis Matters band in ZiggoDome, Amsterdam. Foto: Marco Keyzer
Maar omdat zaken zelden zwart-wit zijn, en deze zaak zeker niet: Voltage-zanger Dave Vermeulen was ooit finalist in tv-talentenshowThe Voice Of Holland, dat evenmin als Battle Of The Bands draait om eigen werk. En DeWolff? Van de Poels muzikale opvoeding vond grotendeels plaats via de coverband van zijn vader, en zijn eigen band heeft verscheidene covers op de setlist staan.
Maar toch. Op zich zijn er genoeg redenen om volslagen en ongeneeslijk cultuurpessimist te worden van die vloedgolf van tributebands die de podia overspoelen. Je hebt één Pink Floyd, Rolling Stones, Queen, Eagles – u noemt ze maar op. En je hebt tientallen Pink Floyd-tributes, om van de rest nog maar te zwijgen.
Pink Fraud
Moeten we zulke bands dan maar gaan recenseren? Geen denken aan. Het enige dat telt bij zulke bands is hoeveel ze op de originelen lijken, hoe goed ze zijn in het kopiëren van het originele bandgeluid. De setlist kent doorgaans nul verrassingen, geen onbekende b-kantjes, geen nieuwe nummers, geen afwijkende versies.
Niet dat dat de kaartjeskopers iets kan schelen. Die gaan doorgaans niet naar The Simon & Garfunkel Revival Band, Slash ‘n Roses of Zwammstein, nee, die gaan naar Simon & Garfunkel, Guns ‘n Roses, Rammstein. Tenminste, dat is het verhaal ‘s maandags bij de koffieautomaat.
Dat het niet uitmaakt hoe die tributebands eigenlijk heten (en die naamkeuze getuigt doorgaans evenmin van creativiteit, al wint Pink Fraud op punten), of wie erin zitten, blijkt wel hieruit dat een Leeuwarder promotor ooit de ene Engelse Queen-tributeband verving (voor een optreden in het WTC) door een andere. Wat ook een wetmatigheid lijkt: van hoe verder weg de tributeband komt, hoe groter de zaal.
Neil Young Tribute Band in Zaal Balk, Zuidhorn. Foto: Geert Job Sevink
Deugt er dan helemaal niks aan dat hele tributebandfenomeen? Zo is het natuurlijk ook weer niet. Er zijn tenslotte goede redenen waarom de zalen vollopen voor zulke acts.
Wie niet meer zo zit te wachten op nieuwe muziek, wie het huidige, nogal versplinterde muzieklandschap (met soms zelfs namen waarvan je nog nooit gehoord hebt in de stadions) nogal onoverzichtelijk vindt, wie herkenning en nostalgie belangrijker vindt dan wéér wat nieuws, wie zich weer lekker wil wentelen in de klanken van zijn jongere jaren: die is goed af bij zulke acts.
Lekker uit je dak gaan bij de bekende hits, niks onbekende b-kantjes of, erger nog, nieuwe nummers. Bands met muzikanten die heus wel kunnen spelen, misschien wel beter dan de sterren-op-leeftijd die ze naspelen en doorgaans te zien tegen een aanzienlijk vriendelijker entreeprijs (en dichterbij) dan de originelen, als het ze eens behaagt om op tournee te gaan.
Volle zaal
De clubs, theaters en cafés zien de zaal weer eens vollopen. Als de uitbaters een geweten hebben, kunnen ze die revenuen weer gebruiken om bands met nieuw, eigen werk te boeken. De hoofden horeca kunnen zich verlekkerd opstellen bij de kassa, want doorgaans drinkt dit publiek, vaak al wat ouder, aanzienlijk meer bier dan bezoekers bij een hiphop-concert of een dancefeest. En de muzikanten in zulke bands, die niet zelden hun eigen project met hun eigen muziek drijven, staan ook eens voor een volle zaal.
Zoek de verschillen: U2 The Music Foto: Carla Gorter
Toch. Tributebands, wat je er ook van vindt – er schuilt iets ongemakkelijks in. En het zegt ook iets over onze tijd, over hoe ‘we’ popmuziek beleven. En daar valt wel wat over te melden.
Covers in de popmuziek: op zich is dat niks nieuws, zal de scherpslijper opmerken. Klopt, hoor. Beatles, Rolling Stones, Bob Dylan: die begonnen met andermans nummers, op hun respectievelijke debuten (na ja, dat geldt niet voor die Beatles) moet je lang zoeken naar eigen werk. Elvis Presley, Frank Sinatra: die hebben zelden of nooit zelf een liedje uit de pen laten vloeien. Pas in de jaren 60 kwam de nadruk te liggen op eigen werk, authentieke zelfexpressie, van die dingen. Vooral ook dankzij Beatles, Stones en Dylan toen die eenmaal hun compositie-ader hadden aangeboord.
Maar de verschillen tussen die praktijk en wat er nu gebeurt, zijn groot. Als je Elvis Presley That’s Alright Mama hoort zingen, of Hound Dog, dan hoor je in de eerste plaats Elvis. Behalve als je behept bent met een zeker puristisch fanatisme denk je niet eens aan de originelen, van Arthur Crudup respectievelijk Big Mama Thornton. Die authentieke zelfexpressie, die zit hem in de uitvoering. Terwijl die tributebands, ja, als die niet heel erg klinken als het echte werk, dan is er iets goed mis.
Brothers In Band, met Dire Straits-saxofonist Chris White. Foto Carla Gorter
Nog een verschil: zulke covers kwamen uit de eigen tijd – er zat vijf respectievelijk vier jaar tussen bovengenoemde originelen en de versies van Elvis. Terwijl tributebands teruggrijpen op, ja, op vroeger. En dat willen ‘de mensen’ ook dolgraag. Uit nostalgie.
Och ja, 1977
En nostalgie is een merkwaardig fenomeen. Je kon anno 1977 een bloedhekel hebben aan de retecommerciële discopop van een Boney M (die niet alleen hun eigen liedjes niet schreven maar er ook niet of nauwelijks op zongen). Maar als je anno nu Ma Baker (destijds door producer en compositorische gauwdief Frank Farian gejat van een Tunesisch volksliedje) hoort, dan denk je toch, met enige weemoed, naar onstuimiger tijden. Och ja, 1977.
Dat is dus inmiddels 49 jaar geleden. Het begin van de rock-‘n-roll, de oerknal, wordt doorgaans gesitueerd in 1951. En wel bij het nummer Rocket 88, van Jackie Brenston And His Delta Cats - in de praktijk gewoon Ike Turner, voor hij zijn Tina ging slaan. De rock-‘n-roll-component kwam vooral van het gitaargeluid, naar verluidt afkomstig van een versterker die bij het in- of uitladen enigszins defect was geraakt. Rock-‘n-roll, het zit in een klein hoekje.
Tributes via Australië
In de ontwikkeling van tributebands is niet alleen tijd een factor, de afstand in de tijd tot de originelen, maar ook ruimte - de fysieke afstand. De markt in Australië is een belangrijke bakermat voor dit fenomeen, juist omdat de grote bands van die tijd dat continent doorgaans links lieten liggen wegens te ver. Dus dan maar een tributeband optuigen. Vandaar: Björn Again, actief sinds 1988 en gewijd aan Abba – met ook een stevig parodiërend element dat we bij de huidige generatie tributes toch moeten missen. Er zijn verschillende edities van Björn Again actief op de verschillende continenten.
Dan hebben we het dus wel over 75 jaar rock-‘n-roll-historie. Meer verleden dan toekomst, zou je kunnen zeggen. Zeker als het heden je al te versplinterd is. Genoeg verleden om uit te putten, in ieder geval.
Daar komt bij dat dat verleden, paradoxaal genoeg, veel dichterbij is gekomen – of in ieder geval een stuk bereikbaarder is geworden. Op de streamingsdiensten en op YouTube heb je alle poptijdperken (sinds pakweg 1951, tenminste) onder de knop. Voor de jongere tot jongste generaties maakt het inmiddels minder uit of hun luistermateriaal nu uit 2026 stamt of uit 1966 of 1976, en voor de ouderen is het een stuk makkelijker om hun luistergewoonten tot zulke vervlogen decennia te beperken.
Teruggrijpen
Terugkijken: het is een essentieel onderdeel geworden van de popcultuur. Lees het boek Retromania van de Britse muziekjournalist Simon Reynolds (ook al uit 2011) er maar op na. Revivals volgen elkaar steeds sneller op, en er komt een dag dat het ‘echte ding’ en de revival elkaar overlappen of zich zelfs tegelijkertijd afspelen. En bovengenoemde technologische ontwikkelingen maken dat teruggrijpen wel een stuk gemakkelijker.
In de klassieke muziek, trouwens, is het volstrekt normaal om andermans stukken te spelen. Anders gezegd: eigenlijk is elk klassiek orkest, koor of ensemble een coverband, of tributeband. De scheiding tussen componisten en uitvoerend muzikanten is in die hoek veel strikter, dat is een. En de klassieke muziek heeft nog weer veel meer verleden achter de rug dan pop, dat is twee. Eeuwen!
Kast-zanger Syb van der Ploeg (links) in 'The Stones Vs The Beatles Battle'. Foto: Carla Gorter
Verschil met de tributepraktijk is er ook. In de klassieke muziek komt het veel meer aan op interpretatie. Let maar eens op bij de recensies: hoe pakt deze dirigent of gene violist dit al of niet eeuwenoude stuk nu weer aan? Punt is natuurlijk dat we nooit precies kunnen weten hoe de componist ‘t eigenlijk bedoeld heeft, als er geen opnamen van het origineel bestaan (en dat kon tot pakweg begin vorige eeuw niet). Terwijl we bij pop doodleuk de plaat op kunnen zetten, en wee de tributeband die van die plaatversie af durft te wijken.
Repertoiremuziek
Klassieke orkesten duiken soms wat letterlijker in het tributeband-fenomeen. Dat zag je wel bij de crossover-projecten van het Noord Nederlands Orkest. Van hun plannen om Rammstein te koppelen aan Richard Wagner – net zo Duits, tikje antisemitischer – met hulp van tributeband Feuerengel, kwam niets terecht. De ‘moederband’ of liever het management stak er een stokje voor. Eerder al bewerkte dit orkest hits van Beatles, Abba, Genesis en Queen, waarbij er in het laatste geval zelfs een zanger uit een tributeband werd gerecruteerd. (Artistiek leider Marcel Mandos, na lezing van de recensie in deze krant: „Dat doen we niet weer.”)
De lessen van klassiek
De lessen van klassiek stemmen niet vrolijk. We zagen al dat klassieke muziek al veel langer drijft op bestaand repertoire. Klassiek heeft een geschiedenis, en dus een repertoire, van eeuwen. Het gewicht van dat verleden leunt zwaar op de sector.
Hoe vaak zie je daar hedendaagse muziek op de lessenaars staan? Orkesten, ensembles, zalen en publiek hebben toch de neiging om te kiezen voor bewezen repertoire uit die vroegere eeuwen. Terwijl er heus wel hedendaags gecomponeerd wordt, ook door een jongere generatie met minder respect voor stilistische begrenzingen. Maar zulk nieuw werk wordt zelden uitgevoerd.
Daar is het nieuwe dus verdrongen door het oude. En dat is een niet onaanzienlijk risico van een ‘canon’, zoals zo’n verzameling erkende klassiekers dan heet. Die valt lastig opzij te duwen.
Daar zit wel een les in voor de popsector. Hoe groter zo’n canon, hoe moeilijker het is om daar tussen te komen. Ook wel een reden om de Top 2000, eigenlijk een soort canon en een uitgerekt pleidooi voor ‘vroeger’, diep te wantrouwen.
Misschien komt het nog eens zover, dat interpretatie in deze sector belangrijker wordt. Het gebeurt nu al wel voorzichtig, als een iets bekendere artiest toch maar voor andermans liedjes kiest. Syb van der Ploeg (ook eens door NNO ingehuurd voor een Queen-project) is een goed voorbeeld: die wisselt al jaren zijn eigen band De Kast af met thematisch iets breder opgezette coverprojecten als Motel Westcoast en The Stones Vs The Beatles Battle. En het ook al grotendeels Friese Pink Floyd Project vertoont beslist ambitie, met grootschalige, theaterale vertolkingen van onder andere dubbelalbum The Wall.
Het mag best verder gaan dan de gimmick: nummers van hardrockband Led Zeppelin uitgevoerd als reggae (door Dread Zeppelin, eind jaren 80 al en met een Elvis-lookalike als zanger), Abba in Ramones-tempo (uiteraard: de band Gabba).
Zodat de muziek ook weer iets gaat zeggen over de eigen tijd, de tijd dat ‘t wordt gemaakt, wordt uitgevoerd. Daar is het tenslotte popmuziek voor.
Originelen en tributes
Er zullen fans zijn die tributes verfoeien. Niks boven het origineel! Maar de muzikanten van die originelen denken er soms heel anders over. Bekend is het voorbeeld van Ian Paice, drummer en enig oorspronkelijk lid van de Britse hardrockband Deep Purple. Als die band niet voor tienduizendkoppige menigten in grote hallen speelt, drumt hij voor een paar honderd mensen in de clubs, met tributeband Purpendicular. De ‘moedergroep’ zul je zelden in het Noorden aantreffen, Purpendicular staat er .
Ian Paice, oprichter van en nog steeds actief in Deep Purple, in actie met tributeband Purpendicular in De Oosterpoort te Groningen. Foto: Corné Sparidaens
Tributebands kunnen zelfs dienen als leverancier van nieuwe bandleden voor het origineel. Zo kwam Judas Pries aan zanger Tim ‘Ripper’ Owens, ter vervanging van de vertrokken Rob Halford. Toen die zijn plek weer terug wilde, moest Owens uiteraard het veld ruimen. Deze geschiedenis ligt ten grondslag aan de film Rock Star (2001), met Mark Wahlberg in de hoofdrol. De Britse rockband Yes recruteerde zelfs twee maal een zanger uit zulke kringen.
Als voormalige bandleden het oeuvre van hun oude band gaan spelen is dat strikt genomen geen tributeband, maar veel scheelt het niet. Bassist Peter Hook, met slaande deuren vertrokken bij New Order, toert al jaren de wereld rond met het repertoire van die band en voorganger Joy Division. Wat ook voorkomt: verschillende edities van dezelfde band, elk met misschien één origineel bandlid, ruziënd om de naam. Zie Wishbone Ash.
Chris White speelde saxofoon bij een aantal tournees van Dire Straits, en is nu permanent op tournee met tribute-act Brothers In Band. Durga McBroom zong lange tijd bij Pink Floyd en treedt af en toe op met de Friese act Pink Floyd Project. Ooit vertrok ze vlak na een tourneetje met die band naar Italië, voor acht optredens met zes verschillende Pink Floyd-tributebands.
Interessant geval: Ray Wilson, ooit één album lang lid van de Britse band Genesis. Hij toert al jaren met de nummers van die band, gezongen door zijn voorgangers Phil Collins en Peter Gabriel, die aanzienlijk succesvoller waren in hun solocarrière. Hij zingt dan ook hun solohits. Gedoemd tot coveren, en dat geldt voor meer artiesten die bestaanszekerheid stellen boven scheppingsdrang.