Uitkomst van hun eigen Oerol-ritueel: Heleen van Benthem en Cees Weeda uit Maarssen gaan graag weer een jaar met elkaar door. Foto: Neeke Smit
Elk jaar tijdens Oerol, op donderdag, komen Heleen van Benthem en Cees Weeda samen aan de voet van de Brandaris, waar ze elkaar leerden kennen. Om te beslissen of ze weer een jaar met elkaar verder willen. Een privéritueel op een festival vol rituelen.
Dochter Benthe Weeda heeft de coördinaten van de Brandaris op haar linkerarm getatoeëerd. Als haar ouders elkaar niet hadden ontmoet op precies die plek, aan de voet van de Brandaris op de donderdag van Oerol in 1999, dan was zij er niet geweest.
En nu komen Cees Weeda en Heleen van Benthem elk jaar terug naar die plek. Voor hun eigen ritueel. Kijken of ze weer een jaar met elkaar verder willen. Omdat het allemaal niet vanzelf spreekt.
Hoe ging dat toen, in 1999? „Ik was vrij en zij was vrij. Toch wel een mooie manier om een relatie te beginnen.” Hij was voor het eerst op Oerol, zij kwam er al vaker.
Invechten
Cees liep een rondje door West-Terschelling, kwam uit bij de Brandaris – waar net een voorstelling aan de gang was. En daar stond Heleen. Wel met al wat andere mannen eromheen, „ik moest me een beetje invechten”.
Het was niet eens dat hyperromantische blikseminslagverhaal. Eerder het idee: „Zo’n vrouw, daar ben ik al heel lang naar op zoek. Met deze vrouw zou het kunnen.” En zij: „Cees had relatief lang haar, ik dacht: wel een interessante man.” Hij: „Ik hou van sterke, zelfstandige vrouwen. En ze was ook een schoonheid. En nu kwam dat ineens op mijn pad.”
Heleen van Benthem en Cees Weeda. 'Dit ritueel heeft ons heel erg geholpen' Foto: Neeke Smit
Ze hadden weg kunnen lopen, na de voorstelling. Hun eigen weg. Maar ze kwamen terecht op het terras van de Lutine [nu: Flaman, red.], naast de Brandaris. Van 10 tot 5, koffie en juttersbitters – het was slecht weer. En de familie van Cees maar ongerust zijn, de meeste mensen hadden nog geen mobieltje.
Voetbal kijken
Heleen wel, voor haar werk. Op die manier, via een dienst van de KPN, achterhaalde ze het (vaste) nummer van Cees. Want zulk soort gegevens uitwisselen, dat was er op het eiland bij gebleven. In dat eerste telefoongesprek nodigde hij haar meteen uit. Om voetbal te komen kijken.
Hij werkte bij de marine, daarna in verslavingszorg, asiel en jeugdzorg en hij heeft, jaren na zijn officiële pensioendatum, nog steeds zijn eigen bedrijfje. Ook is hij drie dagen per maand vrijwilliger bij Nijkleaster, in Jorwerd. Zij, boerendochter, was ceo, en is nu voorzitter van de raad van commissarissen bij verschillende bedrijven, „ik heb een voorkeur voor familiebedrijven”.
Allebei heel zelfstandige mensen, dus. Cees: „Dat is elk jaar weer een evaluatiepunt tussen ons. Het kan ook een handicap zijn voor je relatie. Dat het wel gezellig en oké is, maar dat je toch uit elkaar groeit.”
Open plek
Evaluatie, even de relatie onder de loep nemen. Dat is een belangrijk onderdeel van hun jaarlijkse ritueel. Ze komen onafhankelijk van elkaar vanuit hun vakantiehuis in Lies, al twintig jaar hetzelfde huis, naar deze plek, elke donderdag tijdens Oerol. „Hoe mooi is het”, zegt Cees, „om jaar in jaar uit te vieren dat we in deze festivalomgeving zoiets moois gestart zijn, deze relatie”.
Dat is niet iets om maar voor vanzelfsprekend aan te nemen. Ze zijn niet getrouwd, hebben elkaar dus niet dat wettelijke jawoord voor het leven gegeven. Vandaar dat, al heel snel, de behoefte kwam om van dat ritueel een evaluatiemoment te maken. „Een open plek, een plek waar alles gezegd kan worden. We hebben allebei relaties gehad, we weten hoe moeilijk het is om zo’n plek te creëren.”
Welbewust om de beurt, in de ik-vorm. Tien minuten, een kwartier. Op het terras van, tegenwoordig, Flaman. Cees: „Ik probeer naar mijn eigen aandeel in deze relatie te kijken. Ik probeer onder woorden te brengen wat er goed ging, waar ik moeite mee had, wat ik mij voorneem”. En dan zeggen, allebei: „Ik wil graag met je door”. Daarna: elkaar cadeautjes geven, dingen die met Terschelling te maken hebben. Ze hebben er thuis in Maarssen een hele tafel voor ingeruimd, „bijna een soort altaar”.
Doodlopend pad
Er zijn momenten geweest dat dat niet vanzelfsprekend was, samen doorgaan. Er waren bepaalde tendensen, details hoeven niet in de krant, die dreigden uit te lopen op een „doodlopend pad”. Cees: „Maar dit ritueel, deze gesprekken hebben er heel erg bij geholpen om die kwestie in mijn leven, die consequenties te overwinnen”. Hij moet wel toegeven: „Ik ben altijd zenuwachtig”.
Dat zegt wat over de kracht van zo’n ritueel: een manier om je relatie te redden, om op het goede pad te komen en te blijven. Eigenlijk hangt heel Oerol van rituelen aan elkaar. Cees: „Er wordt hier een sfeer gecreëerd waarin mooie dingen mogelijk worden. Wat mensen een duwtje geeft om misschien ook iets moois te doen”.
Heleen: „Ik was hier ook toen er een jaar geen Oerol was [1994, red.], en toen is het besef gekomen hoe belangrijk het festival voor de Terschellingers is, maar ook voor alle festivalgangers. Dat het niet alleen maar bieren en slieren is. Ik denk dat iedereen hier wel dingen uit meeneemt. Verbinding is ook onderdeel van dat ritueel”.
Ongereguleerde anarchie
En natuurlijk: de voorstellingen. Ze missen de ongereguleerde anarchie van het vroegere Oerol, „in het onverwachte ontstaan de mooiste dingen”. Maar voorstellingen over hoe je naar de toekomst kunt kijken, en met elkaar om kunt gaan: daar worden ze blij van.
Dochter Benthe gaat met haar vriendinnen haar eigen gang: minder voorstellingen, meer feest. Van de week zei ze nog: „Gisteravond, hier was ik op mijn allergelukkigst.” Cees: „Dat heeft alles te maken met de sfeer, de openheid, het eiland zijn. Ik had er bijna de tranen van in de ogen.”
Hennie (77) en Thea (62)
Hennie Visser (77) en Thea de Jong (62), uit Rotterdam, komen al zeker 24 jaar op Oerol. Toen zijn ze getrouwd, tijdens Oerol, in de Brandaris, toen dat nog mocht, „als eerste vrouwen op het eiland.” Gezelligheid dat trekt hen het meest naar Terschelling. Fietsen op het mooie eiland. Het sfeertje.
Hennie Visser en Thea de Jong uit Rotterdam. 'Getrouwd in de Brandaris, als eerste vrouwen' Foto: Neeke Smit
En de voorstellingen? Och. Hennie: „Daar moet je wel een rijke fantasie voor hebben.” Oerol is een ritueel op zich, een gewoonte. Ooit sloegen ze over, zaten ze op Texel. „We waren bijna alsnog een dag naar Oerol gegaan.”
Anneke (57) en Mare (26)
Anneke Tilma (57) uit Zuidhorn was al vaker op Oerol, met die beruchte, wisselende vriendinnengroepen. Dochter Mare Hekmanns (26) uit Groningen kwam vorig jaar voor het eerst. „Boomerfestival”, is haar onverbiddelijke oordeel, „maar wel heel leuk. Rustiger dan Best Kept Secret vorig weekend, waar ik mijn schorre stem aan te danken heb. Hier maak je heel andere dingen mee. Daar zit je niet te huilen bij een voorstelling, hier wel.”
Anneke Tilma en dochter Mare Heckmanns. 'Boomerfestival, maar wel heel leuk' Foto: Neeke Smit
Vorig jaar nog bij Nynke Laverman. Verder is het een kwestie van „wijn drinken, rosé drinken en dansen”, al staan er voor een dag later niet minder dan vier voorstellingen op het programma. Wat dat allemaal gaat kosten? Anneke denkt er liever niet over na, ook al omdat ze wat ze aan Mare uitgeeft ook heeft toegezegd aan de jongere zusjes, als vakantiegeld. „Myn man wie it der net hielendal mei iens, mar ik hie it al sein.”
Peer (63)
Peer (63) uit ‘s Hertogenbosch, achternaam bij ons bekend, is hier met een vriendengroepje, en wel voor het eerst. Kamperen zorgt voor enige meerwaarde, in zo’n zware De Waard-tent die per Volvo het eiland op gebracht werd. Enthousiaste verhalen van vrienden en buren brachten de club naar Oerol. Hij ziet om zich heen „veel ritueel, vooral bij de verschillende vriendengroepen.”
Peer uit Den Bosch. 'Ik zou dit mijn patiënten voorschrijven' Foto: Neeke Smit
Van de voorstellingen maakte vooral Star Maps indruk, van Cello Octet Amsterdam op het Noordzeestrand, op de grens van dag en nacht. „De manier waarop het geluid overkwam, die herhaling. Je kon er een stuk irritatie van krijgen, denken van: er moet nog iets komen. Maar als je dan meebewoog met die herhalingen, dan was het geweldig.” Nu wil Peer wel kwijt dat hij werkt in de gezondheidszorg. Zou hij een receptje uitschrijven voor Oerol? Zeker wel. „Ga maar eens op een ander level zitten, in plaats van in de rat race van het bestaan.”