Bluesman Bé Hegen in 2013 in een karakteristieke pose. Foto: Harry Tielman
De Drentse bluesmuzikant Bé Hegen is vrijdag op 83-jarige leeftijd overleden. Zijn dochter Karin maakte het nieuws bekend via Facebook: ‘The blues will always remain. Lieve pap, voor altijd in mijn hart.”
Met Hegen verliest Drenthe een van zijn markantste muzikanten: een purist, een verhalenverteller en bovenal een onvermoeibare pleitbezorger van de authentieke blues.
Geboren in Assen, op 17 september 1942, raakte Berend Jan Hegen eind jaren 50 in de ban van de blues. Die fascinatie groeide uit tot een levenslange toewijding. In de jaren 60 speelde hij in The Spencers, later richtte hij zijn eigen B.J. Hegen Bluesband op. Daarmee speelde hij decennialang in binnen- en buitenland.
‘Blues is berusting’
Hegen was een purist. Voor hem was blues geen rekbaar begrip, maar een traditie met wortels in de slavernij en de zuidelijke Verenigde Staten. „Blues is berusting, geen verzet”, zei hij in 2002 in deze krant. „Is je vrouw weggelopen? Neem een borrel.”
Zijn voorkeur ging uit naar de sobere Chicagoblues: een ingetogen ritmesectie, geen overbodige franje, geen batterij pedalen. „Het moeilijkste van muziek maken”, zei hij vaak tegen drummer Henk van der Veen, „is om het zo simpel mogelijk te houden.”
Die eenvoud was een esthetische keuze. Hegen had een enorme kennis van de traditionele blues en kende veel Amerikaanse grootheden persoonlijk, onder wie Eddie ‘Guitar’ Burns en Eddie C. Campbell. Hij stond zelfs in het voorprogramma van B.B. King.
In het Noorden was hij een gevestigde naam en werd hij in één adem genoemd met mannen als Lefthand Freddy en Harry Muskee. Toch bleef de landelijke erkenning beperkt. „Een enorme legende en een gemis voor dit land”, noemt Van der Veen hem. „De authentieke blues wordt niet meer vertolkt zoals hij dat deed.”
Compromisloos
Dat ‘ondergewaardeerd’ zijn, had volgens zijn omgeving meerdere oorzaken. Hegen was compromisloos in zijn opvattingen. Wat hij geen blues vond, wás simpelweg geen blues.
Tegelijkertijd was hij gul voor jonge muzikanten. Bassist Hans Niemeijer herinnert zich hoe hij als jonge muzikant advies vroeg. Hegen kwam langs bij een repetitie, versterker onder de arm, en hielp de band op weg. „Zo zijn er wel tien die door Bé zijn aangestoken”, zegt Niemeijer.
Van der Veen drumde al op zijn 16de met hem mee en was de laatste 15 jaar zijn vaste slagwerker.
Hegen gaf jongeren niet alleen een podium, maar ook context. Hij vertelde over het ontstaan van de blues, over de verhalen achter de songs. Conservatoria en scholen huurden hem in om studenten en scholieren te laten kennismaken met de traditie, ook al kon Hegen zelf geen noot lezen; zijn kennis van de blues en de verhalen achter de muziek gaven hem daar vanzelf gezag.
Karakter op het podium
Wie hem alleen van platen kende, miste volgens Van der Veen iets wezenlijks. Zijn voorkomen, zijn anekdotes, zijn licht ironische blik op de moderne muziekcultuur – ze maakten hem tot een karakter op het podium.
Tot op hoge leeftijd bleef hij spelen. Hij noemde zich met bandgenoot Jan Warntjes een van de oudste actieve bluesmuzikanten van Nederland. Nog in augustus 2025 trad de band op. Maar Hegens gezondheid ging achteruit. Hij kampte al langer met luchtwegproblemen en kreeg de laatste weken zware longontstekingen. De fysieke beperkingen deden hem zichtbaar pijn, juist omdat muziek en tekenen – hij was ook kunstschilder en cartoonist – zijn leven bepaalden.
Met zijn overlijden verliest Drenthe een hoeder van een traditie. Iemand die de blues niet zag als stijlmiddel, maar als levenshouding: sober, eerlijk en geworteld in verhalen. Zijn band heeft besloten niet zonder hem verder te gaan.