Festival TakeRoot in Groningen veilige haven voor Amerikaanse artiesten aan vooravond presidentsverkiezingen
Peter van der HeideMuziek

Met de Amerikaanse verkiezingen voor de deur en de onrust die wordt verwacht, zijn veel van de artiesten die zaterdag op TakeRoot speelden blij even hun land uit te zijn.
De 26ste editie van het in Nederland toonaangevende rootsfestival trok in Groningen 3000 bezoekers en was daarmee uitverkocht.
Europa als veilige haven voor muzikanten die voortborduren op de Amerikaanse muziektraditie. Het moet niet gekker worden. Maar goed, onder de 24 acts die tussen vier uur ’s middags en middernacht in cultuurcentrum De Oosterpoort optraden, zaten vermoedelijk weinig aanhangers van de rechtse en conservatieve Donald Trump.
Van nadrukkelijk gepreek vanaf een van de zes kansels is zaterdag overigens geen sprake. Maar wie luistert naar de verhalen die de progressievere songsmeden voorschotelen, weet dat hier met liefde en empathie over de outlaws en de zelfkant van het leven wordt gezongen. En dat de meest commercieel succesvolle Amerikaanse countryartiesten van een ander soort zijn en uit een heel ander vaatje tappen.
‘This machine kills fascists’
Muziek is geen politiek, al kan je die twee zaken ook niet helemaal scheiden. Woody Guthrie schreef in de jaren veertig al de woorden ‘This machine kills fascists’ met koeienletters op zijn akoestische gitaar. Een statement van jewelste waar je nu bijna naar verlangt. Eigenlijk ook wel gek dat er tijdens TakeRoot zo weinig met vuur over de komende verkiezingsstrijd tussen Donald Trump en Kamala Harris wordt gesproken, al was het ook hier preken voor eigen parochie geweest.

Sandra Beckerman, Tweede Kamerlid namens de Socialistische Partij, geeft op vrijdagavond tijdens een pre-party van TakeRoot in de kelderbar van Vera al het goede voorbeeld door zich op de bescheiden dansvloer te begeven. Dat is na het optreden van cultheld Evan Dando, die voor momenten van kippenvel zorgt met zijn nog altijd fantastische stem en gouden popliedjes. ,,All my life, I thought I needed all the things I didn’t need at all.”
Dolende ziel
Dando wankelt lichtjes, maar blijft gelukkig overeind. Niet voor de mensen die een gelikte show willen zien en kwetsbaarheid zien als zwakte. Hier is een dolende ziel aan het werk zijn weg door het leven te vinden. Het goede nieuws is ook dat er een nieuwe plaat van zijn band Lemonheads aankomt.
Zo’n Dando is ook schatplichtig aan Big Star, de band die in de jaren zeventig kort bestond maar een fraai oeuvre achterliet. Tijdens TakeRoot wordt daaraan een ode gebracht door onder meer drummer Jody Stephens, het enige nog levende bandlid. Zoals verwacht mocht worden, wordt dit zorgvuldig gedaan door een stel veteranen die hun sporen ruimschoots verdienden in onder meer Wilco.
In binnen- en buitenland in de agenda’s
Prettig dat al zo vroeg een smaakmaker op het programma staat van een editie die het verder vooral moest hebben van de breedte (van de zwarte gospel van Kyshona tot de cumbia en tex-mex van La Lom), wat oudgedienden (Mary Gauthier, Giant Sand) en niet per se van echt grote publiekstrekkers.
Des te opvallender dat het festival weer uitverkocht was. Het zegt veel over de status van TakeRoot dat in meer dan twee decennia is uitgegroeid tot een evenement dat in binnen- en buitenland in de agenda’s staat van zowel liefhebbers van americana als artiesten.

Met een ticketprijs van bijna 60 euro valt het op zich nog mee. Kom daar maar eens om in Amerika waar je voor een kaartje voor Jason Isbell (volgende week maandag in Groningen) gemakkelijk 150 dollar betaalt, volgens programmeur Joey Ruchtie. ,,Daar is het echt voor de elite.” Hij vreest dergelijke toestanden hier, al zal het niet meteen zo uit de hand lopen. Maar als vanaf 2026 de btw-verhoging ingaat, zullen de gevolgen merkbaar zijn.
Charisma
Jordan Jones, bassist van de band Country Westerns, kijkt zijn ogen uit. Een dag eerder speelde hij in Vera en ja, dat is beslist een van de beste clubs waar hij ooit optrad. Hij vertelt het vlak voor zijn optreden in de kelder van De Oosterpoort. ,,Geweldig festival, maar ik heb bij dit gebouw het gevoel alsof ik op een luchthaven ben, haha.”

Als een van de headliners houdt Sam Beam alias Iron & Wine het intiem en stijlvol, maar wel vrij plechtig. Beslist een begenadigd songschrijver maar wel een die het moet stellen zonder het charisma waarmee je een grote zaal bespeelt. Dat valt ook op bij de Amerikaanse Alynda Segarra die met haar band Hurray For The Riff Raff speciaal is ingevlogen. Dat ze gaande de set toch in haar element raakt, verraadt dat ze wel degelijk wat in haar mars heeft als ze meer de spanning opzoekt.
‘God is good, life is twisted’
Energieker gaat het eraan toe bij Jenny Don’t & The Spurs, waar vooraan een 18-jarig meisje met een T-shirt van The Gun Club en een van Toody Cole gekregen ketting om geboeid toekijkt. Het kan geen toeval zijn dat de band uit Portland, Oregon, eindigt met Fire In The Western World van stadgenoten Dead Moon, inderdaad de band van de familie Cole.
Met Stephen Wilson Jr. zit de verrassing in de staart. Zijn plaat Søn Of Dad is indrukwekkend, maar ook live weet hij het overtuigend en indringend neer te zetten, slechts bijgestaan door zijn maat Scotty Murray die voor suspense zorgt met zijn steel-gitaar. ,,God is good, life is twisted”, klinkt het bezwerend als een mantra in Twisted. Alsof Nebraska van Bruce Springsteen een interpretatie krijgt van iemand die behoort tot een jongere generatie die op Amerikaanse leest geschoeide rootsmuziek nieuw leven inblaast. Precies zoals TakeRoot het zo graag ziet. Volgend jaar weer, op 1 november.











