Mackenzie Sueters en Marit Kramer in september, een paar weken voor hun huwelijk. Foto: Ilva Stoelwinder
Mackenzie Sueters was nog geen 20 toen hij in september trouwde met Marit Kramer (23). Ze hadden net een half jaar verkering, Marit was ongeneeslijk ziek: botkanker. Een paar maanden later overleed ze. Marit is een van de deelnemers in Over mijn lijk.
„Nu komt het eraan”, zegt Mackenzie Sueters uit Oosterwolde over de uitzendingen van BNNVARA-programma Over mijn lijk, die zondag 19 april beginnen. „Dat vinden we wel heel spannend.” Er komen al fragmentjes voorbij op tv. Marits moeder Ingrid Bosma: „Hoor ik haar ineens roepen: ‘Kutkanker’! Dan draait mijn maag gewoon om.”
In september, vlak voor hun bruiloft, stond het verhaal van Marit en Mackenzie in deze krant. Ze werden er vaak op aangesproken, ook door onbekenden. „Sommige mensen gaven me zelfs geld”, zegt Mackenzie. „Dat raakte me toch wel. Niet om het geld, maar dat ze naar je toekomen.”
Marit wilde haar verhaal graag doen omdat ze iets wilde achterlaten na haar dood. Om dezelfde reden gaf ze zich op voor Over mijn lijk, het programma dat ongeneeslijk zieke jongvolwassenen over een langere periode volgt.
„Ze wilde laten zien dat het leven niet gelijk stopt met zo’n diagnose”, zegt moeder Ingrid Bosma. Ze knikt naar schoonzoon Mackenzie. „Ze hebben samen nog een fantastische negen maanden gehad.” In december overleed Marit op 23-jarige leeftijd.
Fantastische maanden
Hoe gaat dat, na zo’n aanmelding? „Er kwamen hier twee mensen van de redactie”, zegt Ingrid, „voor een soort sollicitatiegesprek met de camera erop.” Uit de overgebleven kandidaten werd Marit gekozen. Het blijft televisie, „heel hard, maar het moet wel in het programma passen. Je moet niet allemaal botkankers uit Drachten hebben.”
De pruiken van Marit Kramer hangen nog in de gang. Foto: Ilva Stoelwinder
Marit werd in het laatste halve jaar van haar leven intensief gevolgd. „Dan waren ze hier in de woonkamer met een ploeg van vijf man”, zegt Ingrid. Ze wijst vanaf de keukentafel. „En het is hier niet zo groot.”
Maar ze hebben louter goede herinneringen aan dit televisie-avontuur. Ingrid: „En ook aan de begeleiding. Echt fantastisch, hoor. Heel respectvol.” Mackenzie: „Heel lief.” Ingrid: „Elke keer bedanken dat ze er bij mochten zijn. Bij soms heel intieme momenten.” Mackenzie: „Je stapt elke keer weer in iemands leven. Wat je anders nooit ziet.”
Ingrid Bosma en Mackenzie Sueters: moeder en weduwnaar van Marit Kramer, die maar 23 werd. Foto: Ilva Stoelwinder
Een leven ook dat onder druk staat, onder de donkere wolk van de naderende dood. Maar het mooie is: deze serie is er, en blijft ook. Mackenzie: „Iets dat Marit ons heeft nagelaten, om terug te kijken. Van mijn opa heb ik bijna geen filmpjes, van haar heb ik uren beeldmateriaal. Dat is toch fantastisch!”
En dat gaat niet alleen om de beelden, zegt Ingrid. „Ook om de vragen die Tim Hofman stelt, en de antwoorden van Marit. Dat zijn gesprekken geweest, zo waardevol. Zijn vragen nodigen ook uit om dieper op de dingen in te gaan.” Mackenzie: „Dat was voor haar ook heel fijn.” Maar: „Na zo’n draaidag was ze echt wel gesloopt.”
Zonder beeld
Mackenzie moest huilen bij sommige diepe vragen van Tim. „Hij is op een goeie manier heel bot.” Vooral op het laatst rolden de tranen, toen Marit op haar sterfbed, in de woonkamer in Drachten, niet meer gefilmd wilde worden – haar laatste gesprek met Tim Hofman zit zonder beeld in de reeks.
Tatoeages ter nagedachtenis aan Marit Kramer. Ze heeft die op de arm van moeder Ingrid (links) zelf gezet, en de bijen op die van weduwnaar Mackenzie getekend. Foto: Ilva Stoelwinder
Ingrid tegen Mackenzie: „Ik vond het heel dapper van jou, dat jij toen wel voor de camera wilde.” Mackenzie: „Dat zei Marit ook al. Maar ik had het gevoel: nu moet ik even sterk zijn. Voor Marit, zij kon het er niet bij hebben dat ik helemaal overstuur zou zijn.”
En Tim stelde weer net de goede vragen. „Dat vond ik heel fijn, een goed gesprek. Om dingen van je af te praten.”
Tim Hofman is op een goeie manier heel bot
Marit heeft er zelf ook veel aan gehad, weten ze. Mackenzie: „Ik ben er heel blij mee dat ze zoiets moois heeft kunnen neerzetten en nog zulke leuke dingen heeft kunnen doen. Want ze heeft er echt heel veel plezier mee gehad, naar mijn idee.”
Wat Marit heel fijn vond: het contact met lotgenoten. „Andere mensen, die ook stervende waren”, zegt Mackenzie. Ingrid: „Het was voor haar een troost om te zien dat de ouders van iemand die dan al overleden was, de mensen om hen heen, het best goed deden.” Mackenzie: „Dat gaf een soort van rust, dat ze zich geen zorgen hoefde te maken over de achterblijvers.”
‘Niet te kanen’
Daarnaast: de leuke dingen. De feesten, de raves, de bucketlist. Uit een vliegtuig springen, prachtig gefilmd door twee camera’s. Thee in 7-up doen, „niet te kanen” volgens Mackenzie. Een vleescake, ofwel gehaktbrood bakken.
Van de bucket list: uit een vliegtuig springen. Foto: BNNVARA/ Mediawan Skyhigh
Dat lukte Marit op het laatst niet meer, dus namen Mackenzie en Tim Hofman de honneurs waar. „We wisten het allebei beter. Zag ik hem toch stiekem de boel nog fijner snijden.” Tim Hofman is vegetariër, „maar hij heeft er wel van gegeten.”
Het team filmde ook de huwelijksceremonie. Ingrid: „Overdag merkten we het niet zo, maar later zei Marit: ‘Jullie waren wel erg aanwezig’.” Het team heeft er zijn excuses voor aangeboden.
Marit Kramer en Mackenzie Sueters bij hun huwelijk. Foto: BNNVARA/ Mediawan Skyhigh
Bij het uiterst vrolijke bruiloftsfeest ‘s avonds werd er niet gefilmd. Bij de uitvaart van Marit ook niet. Maar iedereen was er wel. Medewerkers, andere mensen die in het programma gevolgd werden, nabestaanden, Tim Hofman.
Tegeltje
Ingrid: „Het programma was een belangrijk onderdeel van haar laatste fase. Op het laatst, toen het helemaal niet goed ging, heeft ze Tim nog een appje gestuurd. Dat betekent dat het voor Marit echt een deel van het proces is geweest. Anders denk je daar niet aan.”
Bij de aftrap van deze reeks, een paar weken geleden, was er voor elke deelnemer (vier van de zes zijn al overleden) een tegeltje, met een quote. Die van Marit: ‘Ik zou wel zeggen dat ik een volmaakt leven heb gehad’.
Tegeltje met uitspraak van Marit Kramer. Foto: Ilva Stoelwinder
Mackenzie en Ingrid blijven achter. En hoewel Marits einde op haar sterfbed in de woonkamer heel mooi en rustig was ( „en daar wil je geen camera bij hebben”), blijft de pijn. Mackenzie: „De heftigste pijn die ik ooit ervaren heb.”
Fushimi-Inari
De eerste twee maanden waren het moeilijkst. Ingrid: „Ik heb me opgesloten in mijn eigen bubbel. Dit was wel ons huis, van Marit en mij, ik heb geen andere kinderen. Ik gaf me een beetje over aan mijn verdriet, maar dat komt niet altijd. Als het komt, is het wel heel heftig.” Ze maakt nu lego- en andere knutselwerkjes af waar Marit mee begonnen was.
Mackenzie: „Ik was elke dag aan het drinken eigenlijk. Om het maar van je af te feesten en te doen. Maar toen ben ik gestopt, ik dacht: ik moet ermee gaan dealen.” Zijn motto: leven voor twee, ook voor Marit. Zes weken road trip op de Balkan, naar Kreta, Japan, Berlijn.
„Ik probeer echt te genieten, het meeste uit het leven te halen. Zodat Marits dood niet voor niets is geweest. Haar in alles eren, zo veel ik kan. Dit gaat mijn hele leven vormen. Door Marit wordt mijn leven zo fantastisch mooi. Ondanks mijn verdriet ga ik zo gelukkig zijn. Door haar, de dingen die ik nu weet.”
In Japan strooit hij de as van Marit (een deel daarvan, tenminste) uit op de plek waar hij haar vorige zomer ten huwelijk vroeg. Bij de beroemde rode poortjes van de Fushimi-Inari-tempel in Kyoto.
Tim Hofman: ‘Met Marit hebben we veel gelachen’
„Een intense ervaring”, zo noemt presentator Tim Hofman zijn werk bij Over mijn lijk. „Het programma laat zich niet zo goed sturen, anders dan bij veel andere dingen die ik gemaakt heb.”
En dan moet je ook nog vaak naar de begrafenis van mensen die je een tijd intensief gevolgd hebt. „Nou, dat is geen moeten, dat doe ik met liefde. Je hebt te maken met ongeneeslijk zieken die ons vanaf de start op de eerste rang laten meekijken, ook bij heel intieme momenten. Dat schept een band. Dat hoeft niet altijd vriendschap te zijn, maar ik heb er wel degelijk maten aan overgehouden.”
Hofman werkt doorgaans met een vast team, „Best een hecht clubje, zodat mensen zich veilig en comfortabel voelen om hun verhaal te doen. Ik zorg dat ik mentaal en fysiek fit ben, zodat ik een luisterend oor kan zijn.”
Hij stelt vrij directe, confronterende vragen. „Ik wil weten waar de kanker zit, hoe de uitvaart eruit gaat zien, wat voor kist het wordt. Dat kan alleen als de vertrouwensband groot is.”
Met Marit en haar naasten was die band er zeker. Ze wilde laten zien dat het leven niet meteen ophoudt na de kankerdiagnose. „Daar hoort nog steeds lol en plezier bij. Met Marit hebben we heel veel gelachen.”
Het zijn journalistieke vragen, „human interest”, en niet direct vragen die elk ziekenbezoek zou stellen. Toch dient Over mijn lijk een heel ander doel dan, bijvoorbeeld, BOOS. „Daarin doen we aan onderzoek, op het scherpst van de snede. Over mijn lijk gaat over verbinding. Het idee dat elke week een miljoen mensen, hoe verschillend onderling ook, even op diezelfde frequentie zitten, datzelfde vacuüm. Dat vind ik er heel bijzonder aan.”
Mackenzie Sueters, Marit Kramer en Tim Hofman bij de opnames van 'Over mijn lijk'. Foto: BNNVARA/ Mediawan Skyhigh