Marit Kramer (23) uit Drachten heeft ongeneeslijke, uitbehandelde botkanker. En toch gaat Mackenzie Sueters (19) uit Oosterwolde met haar trouwen. „Liever een jaar met jou dan een leven zonder jou.”
Die bruiloft, op 25 september, dat wordt het feest van hun leven. Hoe lang dat ook nog mag duren. „Op dat feest ben ik even niet ziek.”
Ook al heeft Marit Kramer (23) uitgezaaide botkanker. Ongeneeslijk ziek, maar toen ze haar verloofde leerde kennen nog niet uitbehandeld. Mackenzie Sueters (19) wist dat vanaf het begin. „Dat was een van de eerste dingen die je tegen me zei.” Ze is er altijd heel open over. „Tegen iedereen eigenlijk.”
Inmiddels is ze wel uitbehandeld. En toch gaan ze trouwen. Op donderdag 25 september, twee dagen voor Mackenzie 20 wordt. „Een soort onmogelijke liefde”, zegt hij.
En zij: „Wat ik er zo mooi aan vind: ik kan hier niet voor kiezen, maar Mackenzie wel. Dat hij ervoor kiest om met mij te zijn. Dat vind ik heel romantisch.”
Hij: „Een keus die je elke dag weer maakt. Ze heeft er heel moeilijke momenten tussen zitten. Maar dat doen we ook samen.”
Ze doen praktisch alles samen, „behalve mijn studie dan.” En die is net weer begonnen voor Mackenzie: verpleegkunde. Hij woont in Oosterwolde, bij zijn oma. En zij is weer thuis komen wonen, bij haar moeder in Drachten toen haar werk bij Ziggo in Leeuwarden niet meer ging.
Relatietest in Japan
Ze leerden elkaar nog maar acht maanden geleden kennen, gewoon, bij het stappen. Eerst troffen ze elkaar in een club in Groningen − Mackenzie: „Maar dat wist ik niet meer” − en toen nog eens in een coffeeshop in Drachten. Gemeenschappelijke vrienden, zo gaat dat. En sinds zeven maanden zijn ze dus een stel.
En nu al trouwen. Marit: „We hebben samen al zo veel meegemaakt, doorstaan kun je ook zeggen, dat we het gevoel hebben dat we al jaren met elkaar zijn.”
Naar Japan geweest bijvoorbeeld, negentien dagen lang, iets wat je normaal niet snel doet als je nog maar een half jaar verkering hebt. „Toch ook een relatietest”, zegt Marit. „Je hebt alleen elkaar, in Japan. Dan kom je er ook achter op wat voor manier je er voor elkaar kunt zijn.”
Ik kan hier niet voor kiezen, maar Mackenzie wel
Als je je rugzak kwijtraakt op het station van Tokio bijvoorbeeld. „Toen had ik echt een paniekaanval. Mackenzie heeft me letterlijk bij mijn schouders gepakt en gezegd: okee, we fiksen dit samen. Dan kom je erachter dat hij dat kan. En dat is gewoon heel fijn om te weten van elkaar.”
We zitten aan de keukentafel bij Marit thuis. Mackenzie: donker krulletjeshaar, zes ringen, metaal om zijn nek en in zijn oren. In het zwart, net als Marit − die ook het nodige metaal draagt, in haar gezicht. Mackenzie: „Onze stijlen lopen zo in elkaar over, dat we in principe elkaars shirts kunnen dragen.”
Achttien pruiken
Marit heeft steil, fel blond haar. Een pruik, daar draait ze niet omheen. Eigenlijk heeft ze blonde pijpekrullen. In de gang hangen er nog een stuk of achttien, in verschillende kleuren. „Ik vertelde Mackenzie ook meteen dat ik een pruik op had, dat ik bezig was met chemo.”
Dat Marit ziek is, dat Mackenzie vier jaar jonger is: het telt niet. Hij: „Ik vind haar gewoon een heel erg cool persoon. Om wie ze is.” Zij: „Het gebeurde gewoon. Ik vond hem heel interessant, ik wilde hem echt leren kennen. Op die manier.” Ze hadden al wel gezoend. Mackenzie: „Op een nummer van The Pixies: Where’s My Mind.” Dat wordt ook ‘hun’ nummer op de bruiloft.
Mackenzie: ,,Ik vind haar gewoon een heel erg cool persoon. Om wie ze is.'' Foto: Ilva Stoelwinder
Ze pakken geregeld elkaars hand vast, kijken elkaar in de ogen. Ze hebben het over dat moment, dat Mackenzie vroeg hoe serieus ‘t eigenlijk was. „Dat waardeerde ik wel, dat hij dat vroeg.”
En dat ze kanker heeft? Mackenzie weet wat het is. „Mijn opa is overleden aan kanker, mijn moeder heeft kanker gehad. Dus mijn reactie was iets van: o, da’s wel kut.” Marit: „Hij deed er lekker normaal over, heel fijn.”
Want zo denkt Mackenzie erover. Tegen zijn verloofde: „Weet je, jij bent niet je ziekte. Zo heb ik haar nog nooit gezien. Ik zie haar als Marit, en dat is het enige waar ik in die periode naar keek.”
Natuurlijk kwam het besef wel. Ongeneeslijk ziek. „Dan maak je opnieuw de keus om door te gaan”, zegt Mackenzie. „Maar die keus had ik gelijk al gemaakt.”
Uitbehandeld, trouwen
En dus trouwen. Een statement van liefde. Altijd al, maar in dit geval zeker. Er echt voor gaan, en elkaar ook niet meer loslaten. Tot dan dat einde. Marit: „We hadden het er wel over gehad, over trouwen. En gewoon afgesproken: als ik uitbehandeld ben, is dat wel het uiterste puntje. Zodat we nog lang genoeg hebben om er ook echt van te genieten.”
Maar wanneer Mackenzie haar ging vragen... geen idee. Tot hij, in Japan, op zijn knieën ging en de ring tevoorschijn haalde. In de oude hoofdstad Kyoto, bij de Fushimi Inari-tempel. Beroemd om zijn duizenden rode poortjes. Laat op de avond, de toeristen waren al weg, de regen verspreidde een fijne nevel over die poortjes.
Samenwonen? Voordat wij in deze markt een huis hebben gevonden, ben ik al bedlegerig
Hij had al twaalf dagen die ring in zijn zak, zij had „echt geen idee”. Mackenzie: „Ik pakte haar hand vast, en jij wist het meteen.” Hij op de knieën, zij huilen. En uit principe, uit respect voor de traditie, is hij persoonlijk naar haar beide ouders gegaan: om de hand van Marit vragen. „Lopend door de regen, naar het huis van mijn vader. Heel traditioneel, heel netjes.” Daarom betaalt hij ook de ringen helemaal zelf.
Terug van Japan, de bruiloft plannen. De bezoeken aan het ziekenhuis gaan gewoon door. „En ondertussen moet ik mijn eigen begrafenis regelen.” Alles tegelijkertijd. „Er ligt een map in de kast waaruit ik mijn kist moet uitzoeken. En een playlist maken voor de muziek.”
Speedrunnen
Intens leven. Marit: „Het lijkt wel speedrunnen. Alsof ik mijn leven nu heel snel aan het doen ben. Zo voelt het ook.” Maar wel realistisch blijven. „Samenwonen? Dat gaat ‘m niet meer worden voor ons. Want voordat wij in deze huizenmarkt een huis hebben gevonden, ben ik al bedlegerig.” Mackenzie: „Of al overleden.” Marit: „Maar daar zijn we wel oké mee.”
Marit: ,,Ik vind het ook heel mooi dat ik de kans krijg om afscheid te nemen van mijn familie.'' Foto: Ilva Stoelwinder
Uitbehandeld zijn. Marit: „Dat is het laatste nieuws wat je wilt horen, het ergste wat iemand kan overkomen. Maar aan de andere kant... Ja, daar ben ik weer met dat positieve de hele tijd.... Ik vind het ook heel mooi dat ik de kans krijg om afscheid te nemen van mijn familie. Als ik nou op slag dood zou zijn... Nu kunnen we al met elkaar rouwen.”
Twee jaar geleden kreeg ze het slechte nieuws, nadat ze er jaren over deed om erachter de komen waar die helse pijnen in haar been vandaan kwamen. Osteosarcoom: kwaardaardige, snelgroeiende botkanker. Een tumor van 30 centimeter in haar been. Het is een zeldzaam geval: elk jaar worden er zo’n dertig jongeren mee geconfronteerd.
In die tussentijd is ze ook al eens ‘in remissie’ geweest − dat de kanker uit haar lichaam verdwenen leek. Maar die sloeg weer terug. Even leek het erop dat de chemo aan zou slaan. Maar ook die hoop werd snel de bodem in geslagen, ingehaald door de keiharde realiteit, Ze heeft een prothese van chirurgisch staal in haar been, maar ook flinke uitzaaiingen in haar longen.
Ja, dan heb je het wel even moeilijk.
Marit: „Ik kan niet genoeg benadrukken hoe trots ik op Mackenzie ben. Hoe knap ik het vind dat hij dit doet.” Mackenzie: „Daarom gaan we ook trouwen, hè. Om te bezegelen dat ik elke dag die keus maak, voor haar. Dat ik nergens meer heen ga.”
Vijf tumoren in linkerlong
Wat haar prognose is? Altijd lastig, zo’n vraag. „Ik zeg zelf: twee jaar.” En ja, beter twee gelukkige jaren dan dertig ongelukkige. Maar eigenlijk wil ze het helemaal niet weten. „Dat je, heel ironisch, naar het einde toe gaat leven. En dat je er dan heel erg op gaat letten: o, nu is het bijna zover, nu zou ik me slecht moeten voelen. En dat je je dan ook zo gaat voelen. Misschien is het nu al heel slecht, maar kijk eens hoe ik erbij zit! Ik kan me bijna niet voorstellen dat ik uitbehandeld ben.”
Mackenzie: ,,Je voelt je zo machteloos. Liefde geven, dat is het enige wat ik kan doen.” Foto: Ilva Stoelwinder
Maar ja. Wel vijf tumoren in haar linker long, zo tussen de 2,5 en 5,5 centimeter. „Dat is best wel wat. En ik voel het ook wel. Druk op mijn borst, mijn middenrif. Ik kan nu nog gewoon mijn paracetamol nemen en dan is het wel oké. Maar het gaat wel erger worden. Als het echt moet, hebben ze vast wel morfine voor me. Maar liever niet, hè. Liever zo laat mogelijk.” Botkanker is wel een van de meest pijnlijke vormen van kanker die kunt hebben. „Botpijn! Echt verschrikkelijk!”
Het huwelijk dan. De ceremonie is in het Lycklamahûs in Beetsterzwaag. Dan eten met familie. Mackenzie: „Jouw ouders en de mijne hebben nog amper de kans gehad om elkaar te leren kennen.” En daarna feest, in de tuin van Marits bonusvader. Marit: „Een groot feest, om het met zo veel mogelijk mensen te vieren.” En het is nadrukkelijk niet haar afscheid. Het gaat die dag echt om de liefde van Mackenzie en Marit. Maar, en dat weten ze ook: „Het wordt wel een extreem emotioneel beladen dag.”
Donatielink
Ze krijgen hulp van alle kanten. Maar zoiets kost wel wat − en het jonge paar heeft er niet bepaald jaren naar toe kunnen sparen. Mackenzie heeft er een baantje bij genomen, in de zorg, naast zijn werk bij een viswinkel in Oosterwolde. En er is een donatielink voor opengezet. Zo hebben ze die vakantie in Japan ook betaald. „Mijn laatste reis, zo hebben we dat genoemd.”
Het liefst, zegt Mackenzie, zou hij de ziekte van zijn verloofde overnemen. „Zodat jij verder kunt leven. Maar je voelt je zo machteloos. Liefde geven, dat is het enige wat ik kan doen.” Marit: „Dat doe je ook, hoor.”
De kist is ze zelf aan het uitzoeken, de rouwkaart ontwerpen, de foto kiezen. ,,Ik vind het fijn om dat zelf te kunnen doen.'' Foto: Ilva Stoelwinder
Marit is enig kind, straks hebben haar (gescheiden) ouders helemaal geen kinderen meer. „Dat vind ik heel lastig. Natuurlijk heb ik het daar met hen over, het is goed dat dat kan. Samen huilen, dat mag gewoon. Dan komt er zo’n momentje, laat op de avond. Als Over mijn lijk langskomt op televisie, dan wordt het even wat lastiger. Ja, wat kan het nou kwaad om het te hebben over je gevoelens?”
Mackenzie heeft laatst samen met Marits moeder lopen huilen. Ja, zij blijven straks achter. „Dat is voor mij ook een teken van... dat we niet alleen zijn, ook al ben jij straks weg.” Marit heeft dat ook voor ogen. „Dat als ik er niet meer ben, dat het toch goed gaat met de rest. Dat ze het echt met elkaar doen, dat ze elkaar steunen. Niet dat ieder zijn eigen pad volgt, maar dat ze het samen doen.” Mackenzie: „Dat komt echt wel goed, dat weet ik zeker.”
Raven in Berlijn
Mackenzie en Marit praten er samen ook over. Waarbij hij ook een weg moet zien te vinden: hij draait immers nog maar ruim een half jaar mee in deze hele heftige mallemolen. „Voor mij is dit ook speedrunnen. Het gaat heel goed, maar als ik stress heb kan ik wel eens geagiteerd reageren. Maar dat is nooit om haar, dat is omdat ik zelf dan niet lekker in mijn vel zit.” Marit: „Dat nemen we elkaar nooit kwalijk. Er gebeurt zo veel met je... Daar kan de ander wel doorheen kijken.”
De trouwdag straks gaat echt om de liefde van Mackenzie en Marit. Foto: Ilva Stoelwinder
Intussen maken ze er wat van. Raven in Groningen of zelfs in Berlijn, dansen op de harde technobeats van dj’s, je laten meeslepen door de kracht van die repetitieve ritmes en die naar een elektronische toekomst lonkende muziek. Iets om helemaal in op te gaan. Marit: „Dan vergeet ik het even.”
Maar na de bruiloft volgt, op zeker moment maar onontkoombaar, de begrafenis. Marit: „De uitsmijter.” De kist is ze al aan het uitzoeken, de dingen die ze nog wil zeggen aan mensen. Zelf de rouwkaart ontwerpen, de foto kiezen, „Ik vind het wel fijn om zelf te kunnen doen, om het voor iedereen zo comfortabel mogelijk te maken. Dat het precies gaat zoals ik dat wil.”
Fijn. Maar ook: „Confronterend. Dat ik er dan niet meer ben.” Dus is ze er even niet mee bezig, eerst dat trouwfeest. „Het fijne is dat die map er ligt. Dat ik het kan doen in mijn eigen tempo, op mijn eigen momenten. Het valt best mee, om het zelf te moeten bepalen.”
Pluk de dag
Het is een wirwar van emoties, voor allebei. Maar dit weet Mackenzie wel: hij neemt hier wat van mee, ook als Marit er straks niet meer is.
,,Pluk de dag. Die les leren veel mensen aan het einde van hun leven, ik leer het aan het begin.'' Foto: Ilva Stoelwinder
„Door deze situatie ga je ook een stuk dieper nadenken over leven überhaupt. Wat zij mij leert.. Jij bent echt aan het leven van: pluk de dag. Dat ben jij letterlijk aan het doen. En dat doe ik nu ook, al ben ik niet ziek. Die les leren veel mensen aan het einde van hun leven, ik leer het aan het begin. Dat is zo waardevol, dat gaat echt de rest van mijn leven vormgeven. De keuzes die ik ga maken....” Marit: „...komen voort uit een deel van mij. Op die manier leef ik voort, in andere mensen.”
Mackenzie: „Met Marit heb ik superveel goede dingen, maar ik heb ook nog nooit zo veel intense pijn gevoeld. Die twee contrasten bij mekaar. Dat vormt je zo als persoon, dat verandert je echt in je kern. Dat blijf ik altijd meenemen. Tot de dag dat ik sterf neem ik haar verhaal mee. Je wordt er heel wijs van. Dat conflict, daar leer je zo veel van.”
Marit, tegen de verslaggever: „Wil je een doekje?”
Maar er komt een dag dat Marit „gewoon weg is”, zoals Mackenzie het ‘t liefst uitdrukt − Marit zelf praat wel gewoon over ‘overlijden’. „Ik zal wel gesloopt zijn dan, ik weet nu al dat dat afgrijselijk gaat zijn. Maar ik heb liever een jaar met jou dan een leven zonder jou. En ik weet dat dat ook wel goed komt. Ik ga mezelf de tijd geven om te rouwen. Maar ik weet ook: oké, ik moet echt voor twee gaan leven. Voor mezelf, maar ook voor jou. Nog meer uit het leven halen, want anders maak ik niet alleen mezelf ten schande maar jou ook.”
,,Ons verhaal is nog niet voorbij.'' Foto: Ilva Stoelwinder
Leven, doorleven. In dat kader begint Marit alvast over „de volgende vriendin” Mackenzie is daar nog lang niet aan toe, aan de vooravond van het huwelijk. „Maar ze wil dat ik ook als ons verhaal voorbij is, ik nog gelukkig ben. Maar ons verhaal is nog niet voorbij. Het begin en het einde ligt bij ons wel heel dichtbij. Alsof je een boek aan het lezen bent waarvan je het slot al weet.”