Nosferatu, de beruchtste vampier in de filmgeschiedenis. Illustratie: Job van der Molen
Er zijn talloze Draculafilms. En nu is er nummer drie van Nosferatu – die eigenlijk enger is dan zijn beroemdere broer, zegt kenner Julian Hanich. Wat maakt hem zo angstaanjagend? „Wij Duitsers noemen dat unheimlich.”
Deze week verschijnt Nosferatu in de Nederlandse bioscoop, de nieuwste horrorfilm van Amerikaanse maker Robert Eggers. Het is de derde film met die naam, en net als nummer twee uit 1979 een remake van het origineel uit 1922. Die film van expressionistisch filmmaker F.W. Murnau was de eerste vampierfilm in de filmgeschiedenis en kan worden beschouwd als een losse verfilming van het beroemde boek Dracula van Bram Stoker uit 1897.
De originele Nosferatu-film mag dan meer dan 100 jaar oud zijn, het is een tijdloze klassieker gebleken. Niet in de minste plaats door de lugubere manier waarop acteur Max Schreck zijn onvergetelijke en weerzinwekkende vampierpersonage neerzette. Hoe komt het dat er nu al voor de derde keer een film over deze vampier wordt gemaakt?
Geen charismatisch heerschap
Eerst is het van belang om te bekijken hoe de oorspronkelijke film eigenlijk tot stand kwam. F.W. Murnau maakte bewust een eigen expressionistische versie van het Dracula-verhaal: hij gebruikte gotische decors, grote contrasten tussen licht en donker, sterk dramatisch acteerwerk, bijzondere camerahoeken en een veelvoud aan surrealistische en symbolische elementen.
Wat betreft het verhaal vallen een aantal verschillen met het boek op. Nosferatu (1922) speelt zich af in het 19de-eeuwse Duitsland in plaats van Engeland. De personages hebben andere namen. Graaf Dracula werd Graaf Orlok, oftewel Nosferatu. En de heldhaftige Jonathan en Mina Harker werden Thomas en Ellen Hutter.
Het opvallendste verschil: de vampier in de film is niet het charismatische heerschap zoals Stoker in zijn boek Dracula beschrijft, maar een monsterlijk wezen met een bleke huid die meer doet denken aan de traditionele vampiers uit Oost-Europese volksverhalen. Daarover straks meer.
Een symbool van de dood
Ook ziekte speelt een belangrijke rol in het verhaal van Nosferatu. Graaf Orlok staat symbool voor de komst van de dood. De vampier neemt een schip vol ratten met zich mee naar het Duitse stadje, de pest volgt hem als een schaduw. De bewoners voelen dat hun noodlot onvermijdelijk is. De angst voor de zwarte dood is misschien wel net zo groot als die voor de vampier zelf.
Een beroemde scène uit Nosferatu (1922), met Max Schreck als graaf Orlok.
Ondanks de verschillen besloot de rechter dat alle kopieën van Nosferatu moesten worden vernietigd vanwege auteursrechten, maar de film wist te overleven. Tot vreugde van filmdeskundige Julian Hanich van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG).
De film uit 1922 heeft een speciaal plekje in zijn hart. Hij schreef twee boeken over filmmaker Murnau en een proefschrift over angst in cinema. „Hij was dé regisseur waar ik als student in geïnteresseerd was. Mijn fascinatie voor horror en mijn interesse in vroege Duitse cinema duwden me in zijn richting.”
‘Het is eng, maar toch veilig’
Volgens Hanich is de combinatie van stilistische filmkeuzes en een gruwelijk en bovennatuurlijk monster precies wat Nosferatu zo interessant maakt. „Murnau heeft de plot van het boek tot iets heel filmisch gemaakt. Hij speelt met schaduw, filmde op locatie, koos voor interessante camerahoeken. Een heel knap gemaakte artistieke film die bij een breed publiek populair werd.”
De volledige titel van de film uit 1922 is ‘Nosferatu, een symfonie van horror’. Volgens Hanich is dat niet voor niks. „De film was echt bedoeld om eng te zijn en is een van de oudste voorbeelden van een invloedrijke gotische horrorfilm. Dankzij Nosferatu werden monsters en ook specifiek vampiers iconisch in films.”
Murnau speelde in zijn meesterwerk met contrast tussen donker en licht.
Angst is een sterke emotie en zorgt voor een intense ervaring. Maar tegelijk is er bij een horrorfilm geen écht gevaar. We zitten er niet zelf middenin. „Niet wij maar Thomas en Ellen Hutter worden opgejaagd door graaf Orlok”, zegt Hanich. „We zitten de hele dag achter onze computer, maken weinig echte gevaren mee in het dagelijkse leven. Een ritje in de achtbaan op de kermis, maar ook een horrorfilm, zorgt voor een intense ervaring. Het is eng, maar toch veilig. Dat maakt horrorfilms zo heerlijk.”
Het sublieme van Nosferatu
Er is nog een reden waarom Nosferatu zo’n aangrijpende film is. Volgens Hanich wist Murnau het ‘sublieme’ haarfijn weer te geven. Subliem, een term van filosoof Edmund Burke, is alles wat indruk op ons maakt en angst of verbijstering oproept en daarom onze interesse trekt. Dat kunnen afschuwelijke dingen zoals een ramp of een aanslag zijn, maar ook de natuur kan subliem zijn. Denk aan grandioze gebergten of een onmetelijk grote oceaan. Het kan je als toeschouwer een overweldigend gevoel geven.
Het sublieme van de natuur speelt een grote rol in Nosferatu. Hanich ziet invloeden van schilder Caspar David Friedrich in de film, die ook gefascineerd was door het mystieke en het raadsel van het leven. „Er zitten prachtige beelden in, bijvoorbeeld van de Karpaten (een gebergte in Roemenië, red.) en een scène waarin Ellen Hutter naar de Baltische zee staart omdat ze haar man mist.”
Van boven naar beneden: dezelfde strandscène in de Nosferatu-films uit 1922, 1979 en 2024.
Dan is er nog het sublieme van de vampier zelf. Hanich ziet interessante verschillen tussen Dracula en Nosferatu. „De doodsheid van Nosferatu is veel zichtbaarder. Hij ziet er bijna uit als een wandelend lijk, ademt de dood. Dracula heeft meer een charismatische, aristocratische en verleidelijke uitstraling. Nosferatu is niet verleidelijk, maar heeft toch een sterke aantrekkingskracht. Hij overheerst de personages in de film. Ik vind Nosferatu zelf een stuk enger.”
De bleke Nosferatu zorgt voor angst en ontzag, omdat we hem niet kunnen plaatsen en dus angstaanjagend en geheimzinnig vinden. „Wij Duitsers noemen dat ‘unheimlich’. Een lijk herinnert ons aan de dood. Maar Nosferatu is zowel dood als levend. Als je een of ander wezen ziet dat die grens tussen leven en dood oprekt, dan is dat foute boel.”
Eerbetoon
Hanich vindt het logisch dat juist Robert Eggers een nieuwe Nosferatu maakt. Zijn stijl als filmmaker past er naadloos bij. In zijn eerdere films komen ook folklore, mythologie en gotische horror aan bod. Eggers speelt vaak met licht en donker en houdt van artistieke horror. Hij laat zich eveneens beïnvloeden door Duitse kunstenaars als Albrecht Dürer en Caspar David Friedrich. „Het project gaat hem aan het hart, zoals dat in 1979 bij Werner Herzog ook al zo was. Eggers lijkt bewust een eerbetoon te willen maken”, zegt Hanich.
Links De wandelaar boven de nevelen (1818) van Caspar David Friedrich, rechts een scène uit Nosferatu (2024) van Robert Eggers.
Zelf is Hanich gematigd enthousiast dat er een nieuwe versie van Nosferatu is gemaakt. „Ik ben eerlijk gezegd nooit zo’n fan van remakes, zeker niet van een film die me aan het hart gaat. Het originele werk van Murnau is al tientallen jaren een van mijn favoriete films. Maar de eerste recensies zijn laaiend. Ik ben heel benieuwd wat Eggers ervan heeft gemaakt. Het zou geweldig zijn als hierdoor een nieuw publiek zich aangetrokken voelt tot Nosferatu.”
Willem Dafoe in Nosferatu (2024).
Filmvertoning van originele Nosferatu uit 1922
Op zaterdag 11 januari vertoont Forum Groningen de expressionistische klassieker Nosferatu van regisseur F.W. Murnau uit 1922 met een live muziek van filmjournalist Kevin Toma (1974). Toma schreef speciaal voor de film een soundtrack om de duistere en onheilspellende sfeer maximaal tot zijn recht te laten komen. Kaarten zijn te koop via forum.nl.
De nieuwe film Nosferatu is vanaf donderdag 2 januari te zien in: Assen; Emmen; Leeuwarden (Pathé, Slieker) en Groningen (Forum, Kinepolis, Pathé).