Jacky Kuiper schreef de deels autobiografische roman 'Feniks' over een dochter van een criminele vader. Foto: Siese Veenstra
Na een ellendige jeugd in Lelystad, een studie journalistiek in Zwolle en een periode in Amsterdam vond Jacky Kuiper (1988) haar thuis in Groningen. Daar schreef ze de rauwe roman ‘Feniks’.
In Feniks vertelt een jonge vrouw – Eva – over een jeugd vol angst, onveiligheid en loyaliteitsconflicten. Veel in het debuut van Jacky Kuiper is fictief, maar het meest belangrijke niet. Ze groeide op in Lelystad, in een dysfunctioneel gezin waar de drugscriminaliteit van haar vader de sfeer bepaalde.
„Bij ons thuis werd gezegd: ‘ieder huisje heeft z’n kruisje’,” vertelt Kuiper in een koffiezaak in haar woonplaats Groningen. „Ik vatte dat op als: ieder huis heeft een geheim. In Lelystad, waar ik toen woonde, waren misschien wel meer mensen met een wietplantage op zolder.”
Jacky Kuiper werkte tien jaar aan haar debuutroman. Foto: Siese Veenstra
Pas nadat ze op kamers ging tijdens haar studie journalistiek, merkte ze hoe onveilig haar jeugd was geweest. „Voor het eerst voelde ik: zó hoort het dus te zijn.” Maar ook op afstand bleef haar vader aanwezig. „Ik had als student drie baantjes om rond te komen. Hij zorgde ervoor dat ik de deurwaarder op de stoep kreeg.”
Mijn boek en ik
In de maandelijkse rubriek ‘Mijn boek en ik’ komen mensen aan het woord over een boek dat ze recentelijk hebben gemaakt – van poëzie tot en met prentenboek, fictie en non fictie. Suggesties? joep.vanruiten@mediahuis.nl ovv. ‘Mijn boek en ik’.
Het breekpunt kwam toen ze samenwoonde en zwanger was. „Ik moest dingen voor mijn vader regelen als hij weer eens in de gevangenis zat. Mijn man hield zich lang op de vlakte. Tot hij zei: „Ik heb hier wat over te zeggen, want je bent zwanger van míjn kind.”
Jacky Kuiper: „De een heeft kunst aan de muur, de ander op het lijf.” Foto: Siese Veenstra
Het lukte het contact te verbreken. Haar moeder volgde later. „Ze was bij mij op bezoek toen hij weer eens stomdronken belde. Ik zei tegen haar: ‘Je weet dat je hier altijd mag blijven.’ Ze is niet meer naar hem teruggegaan.”
De loyaliteit blijft knagen. „Er gaat geen week voorbij dat ik me niet afvraag hoe het met hem is. Het laatste wat ik hoorde, is dat hij naar een andere gevangenis is overgeplaatst.”
Boekenpitch en schrijfopleiding
Het schrijven van Feniks duurde ongeveer tien jaar. Ze had honderd woorden voor haar levensverhaal toen ze meedeed aan een boekenpitch. „Ik zei: het is misschien weinig, maar ik kan het wel,” vertelt ze. Ze vond een uitgever en volgde een schrijfopleiding.
Het uiteindelijke idee ontstond onder de douche. De werktitel luidde toen nog Vergeet nooit waar je vandaan komt. Later werd dat Feniks. „Omdat het gaat over herrijzen. Over opnieuw beginnen.”
Jacky Kuiper: „Feniks gaat over herrijzen. Over opnieuw beginnen.” Foto: Siese Veenstra
Met drie jonge kinderen – een tweeling van 4 en een kind van bijna 7 – was dat geen eenvoudige opgave. Ze draagt de initialen van haar kinderen op haar vingers. Op haar polsen staan de woorden ‘Niet bang zijn’ (Wende Snijders) en ‘Durf te leven’ (Ramses Shaffy). „De een heeft kunst aan de muur, de ander op het lijf,” zegt ze.
Automutilatie
Hoewel Kuiper benadrukt dat zij niet haar hoofdpersoon Eva is, zijn werkelijkheid en fictie in Feniks nauw verweven. „Eva is een mix van mijn zusje, mijn broertje en mij. Sommige scènes zijn echt gebeurd, zoals dat mijn vader mij gebruikte als afleiding bij een transactie. Andere scènes hadden kunnen gebeuren, zoals Eva’s automutilatie en de verwaarlozing van haar kind.”
Schrijven was een kwestie van alles of niets, vertelt ze. „Ik dacht: ik geef gas. Dan kan het heel goed worden of heel slecht. De eerste drie versies heb ik weggegooid. Voor de vierde versie had ik op een gegeven moment 60.000 woorden; daar zijn er 20.000 van geschrapt. Ik ging niet voor gemiddeld. Het moest sterke thee worden. Dat vind ik lekkerder dan een slap bakkie.”
Zelfs de cover is zoals ze het wilde. „Iets in de sfeer van Never Mind the Bollocks van de Sex Pistols of Skunk van Doe Maar. En zo is het geworden.”