'Moet dwalen' van Charlotte Mutsaers is een verre van realistische roman. Foto: Corné Van der Stelt
De 64-jarige Isidorus Rudolf Witlamm von Waldorf, zeg maar Isi, is met zijn dertig jaar jongere vriendin Fleur Vischbeen aan het wandelen in Oost-Frankrijk, in de buurt van de rivier de Doubs als ze merken dat ze verdwaald zijn.
Die constatering, waar Isi voorlopig nog niet aan wil, leidt tot stekeligheden over en weer. Isi ziet de rivier meer als de geliefde van zijn leven dan Fleur.
Mutsaers zet Isi in Moet dwalen neer als een elitaire man – gymnasium, academicus, Blauwe Boekje – tegenover de minder ontwikkelde Fleur (‘Houdini? Wie is dat nu weer?’) die werkt op een ‘plattelandsuniversiteit’. Daarbij maakt Mutsaers via Isi feministische ideeën en het modieus taalgebruik belachelijk. ‘Hoe vaak ze ook beweerde dat ze in haar kracht stond, meer dan een vooruitgeschoven functie als staflid Vrouwenstudies aan de Universiteit Twente had er voor haar niet ingezeten, en op een handvol hardcore feministes na bleven haar collegezalen leeg.’ Dat er en passant nog sprake is van feminicide verderop in het boek mag de pret niet drukken voor Isi.
Levenslustige jongeman
Moet dwalen is verre van een realistische roman. Ondanks de setting lijkt Isi zich in een fantasiewereld te begeven, in dromen en in de fictieve wereld van het lied ‘k Moet dwalen, ‘k moet dwalen, langs bergen en langs dalen, daar kwam een kleine springer in het veld. Want nadat hij Fleur heeft achtergelaten komt hij de levenslustige jongeman Elan tegen voor wie hij een homo-erotische fascinatie krijgt.
Ondanks zijn buitengewoon nare karakter krijg je toch enigszins mededogen met hem als blijkt dat zijn geliefde Doubs opgedroogd is. Wellicht kun je de hele dwaaltocht in de roman interpreteren als een vergeefse zoektocht naar een verloren geliefde. De rivier geeft geen liefde meer, Fleur niet en Elan uiteindelijk ook niet. Al zal Mutsaers zo’n conclusie nooit zo expliciet opnemen.
Onnatuurlijke gesprekken
Intussen laat de schrijfster je ook verdwalen in de talloze uitweidingen in de nogal onnatuurlijke gesprekken die associatief van gezegden en uitdrukkingen, boeken, films en wetenschappers aan elkaar hangen, waardoor je als lezer soms ook wat aan het dwalen bent. Zo kan ze bijvoorbeeld via een scène in de badkuip van de film Psycho gaan naar Charlotte Corday (waarvan je maar net moet weten dat zij de revolutionair Marat vermoord heeft in bad) vervolgens overstappen naar de film Phaedra, Anthony Perkins en Melina Mercouri, de muziek van Theodorakis en een orgelfuga van Bach.
Als je die intertekstuele verwijzingen aankunt en houdt van goed geformuleerde meanderende zinnen dan is Moet dwalen een aanrader. Wie aanstoot neemt aan al te makkelijke aanvallen op het feminisme kan deze roman beter ongelezen laten.