Sanne Parlevliet (l) en Mineke van Essen. Foto: Corné Sparidaens
Pubers. Ze drijven hun opvoeders tot wanhoop en dat deden ze ruim een eeuw geleden ook al. Het boek De puber en de pedagoog beschrijft de waargebeurde geschiedenis van de jongen Jaap Kann en zijn huiswerkleraar Otto Barendsen. Een verhaal dat verteld móést worden.
Een vier. Hij had een vier. ‘Slordig werk, slordig geleerd’ stond erbij. Niet waar! Hij had zo hard gestudeerd op de kaart van Midden-Afrika dat zijn huiswerkleraar, Otto Barendsen, tevreden was geweest bij het overhoren. En nu? Een vier!
„Ik blok me dood van ’s morgens tot ’s avonds”, verzuchtte de jongen Jaap Kann. „Zondags werk ik de hele dag. ‘k Heb geen uur voor mezelf en dan geven ze allemaal onvoldoende op m’n proefwerk. Die smeerkanissen!”
Deze wanhoopskreet zou, misschien in iets andere bewoordingen, gisteren nog geslaakt kunnen zijn in Roden, Coevorden of Drachten. Maar dat is niet zo; het was 1914 toen pedagoog Otto Barendsen deze zinnen optekende uit de mond van zijn pupil. Pubers zijn van alle tijden, blijkbaar. Ze drijven hun opvoeders tot wanhoop. Maar Otto Barendsen meende de sleutel tot een oplossing in handen te hebben.
Hij wilde een boek schrijven over de vertrouwensband tussen een puberleerling en een veel oudere vriend. En daarmee zou hij toetreden tot de kring van vernieuwingspedagogen van die tijd, waartoe ook Jan Ligthart en de schrijvende schoolmeester Theo Thijssen behoorden. Zijn boek zou leraren in spe laten zien hoe je als een vaderlijke figuur om kon gaan met die recalcitrante jongeren. Hoe je ze zou kunnen ‘opvoeden door vriendschap’, zoals Plato en later Rousseau al hadden beschreven. Spoiler alert: Dat boek kwam er niet.
Otto Barendsen had observaties bijgehouden van zijn leerling. Die had hij samengevat in een stapel blauwpaars gekafte schriftjes. Foto: Corné Sparidaens
Niets verzonnen
Er kwam wel een heel ander boek, en dat ligt nu in de winkel: De puber en de pedagoog. Het is geschreven door onderwijshistoricus Mineke van Essen (1942) en neerlandicus en historisch pedagoog Sanne Parlevliet (1977) van de Rijksuniversiteit Groningen. Het vertelt het bijzondere verhaal van de band tussen de opstandige leerling en zijn huiswerkleraar, die hij na verloop van tijd zelfs Otto ging noemen. Het boek biedt een levendig inkijkje in het leven van een Joodse puberjongen na en ten tijde van de Eerste Wereldoorlog. Het is soms alsof je naast die twee aan tafel zit, in die studeerkamer op de eerste verdieping van een deftig huis in Den Haag.
En er is niets verzonnen.
Van Essen en Parlevliet werkten een paar jaar lang eendrachtig en enthousiast aan het boek. Het móest er komen, zegt Van Essen. ,,Ieder jaar op 4 mei dacht ik eraan. Ik dacht: ooit, een keer, als ik tijd van leven heb, moet dit verhaal worden verteld.’’ Iedere historicus weet: je kunt een oud verhaal niet vertellen zonder solide bronnen. En in dit geval beschikten Van Essen en Parlevliet over een ‘gouden bron’.
Goud? Platina! Otto Barendsen had namelijk voor zijn boek in wording nauwkeurige observaties bijgehouden van zijn leerling. Die had hij samengevat in een stapel blauwpaars gekafte schriftjes. Naast zijn dagelijkse aantekeningen had hij meer dan tweehonderd gesprekken uitgeschreven, er waren schoolschriften en tekeningen van Jaap bij, en zelfs een paar brieven. 70 jaar lang lagen de schriften opgeslagen in het archief van professor Gerard Heymans uit Groningen, totdat ze in de jaren 90 werden gevonden door psychologe Mien Doddema-Winsemius. Heymans, de beroemde grondlegger van de Nederlandse psychologie, had er in 1924 een briefje bijgedaan: ‘Bijliggende cahiers bevatten m.i. zeer belangrijke gegevens betreffende de ontwikkeling van een jongensziel gedurende de middelbare schooljaren.’
Fascinerend dus. Maar niemand deed er iets mee.
Het moet over en beter
Tot het jaar 1996. Er verscheen toen een klein boekje met een toegelichte selectie van de aantekeningen, geschreven door Doddema, Van Essen en professor Jeroen Dekker.
,,Maar we wisten toen niet hoe het afgelopen was met Jaap Kann’’, zegt Van Essen. ,,Dat wisten we pas toen we voor de boekpresentatie contact hadden kregen met Jaaps zoon. Die Otto bleek te heten. Otto Kann vertelde hoe zijn vader hem tijdens de Tweede Wereldoorlog had gered en daarbij zelf om het leven was gekomen. Vanaf dat moment dacht ik: er zit meer in dit boek. Het moet over, en beter. Want het verhaal is rijker.’’
Ze wierp zich 6 jaar geleden andermaal op het onderwerp, samen met collega en kinderboekenauteur Sanne Parlevliet. Die was net zo gefascineerd als zij. ,,We wisten dankzij de aantekeningen veel over Jaap, maar wie was zijn leraar?’’, zegt Parlevliet. ,,We wilden ook zijn verhaal over het voetlicht brengen.’’
Jaap Kann en zijn huiswerkleraar Otto Barendsen. Foto: Corné Sparidaens
Leraar op het doveninstituut
Otto Barendsen, in Overijssel opgeleid als onderwijzer, was leraar op het Gronings Doveninstituut geweest en had gestudeerd bij professor Heymans waardoor hij zijn vrouw Lie Gravelaar zal hebben ontmoet. Zijn aanstelling als huiswerkleraar kreeg hij vanaf 1913, bij een rijk Joods bankiersgezin, waar de jongste zoon Jaap maar niet scheen te kunnen leren en zijn leraren schoffeerde waar ze bij stonden. De knaap leek alleen maar belangstelling te hebben voor de praktische vakken. Een schier hopeloos geval. Maar ja, rijke jongens moesten een positie van aanzien gaan bekleden. Hij moest toch op zijn minst zijn middelbareschooldiploma halen. Otto Barendsen zag moderne oplossingen in het verschiet. Er waren in die jaren steeds meer psychologische en pedagogische artikelen geschreven over het ‘wezen van de puber’. Die pubers, zo werd geconstateerd, wilden maar één ding: een intense vriendschap met leeftijdgenoten.
Daarmee lag, zo meenden deze zogeheten reformpedagogen, kuddegedrag op de loer. Maar, zo stelden zij, zou een ‘oudere, wijze vriend’ misschien uitkomst kunnen bieden door zo nu en dan het onbesuisde gedrag onopgemerkt bij te sturen? Het leek Barendsen een interessant experiment. En zo, tussen 1913 en 1918, werkte hij aan zijn observaties, die hij samenvatte op kladjes papier. Later werkte ook zijn vrouw Lie daaraan mee.
Eer bewezen
Dat Jaap Kann onbesuisd gedrag vertoonde, is zacht uitgedrukt. Hij had gewoon een bloedhekel aan school en liet dat merken ook. Had hij een onvoldoende? Hij scheurde het proefwerk aan stukken en wierp het voor de ogen van de docent in de prullenbak. Werd hij eruitgestuurd? Hij bedankte de docent recht hartelijk, want dan kon hij tenminste een uurtje hockeyen. Zo haalde hij heel het docentencorps van zijn Haagse Lyceum het bloed onder de nagels vandaan.
De vriendschapsband tussen Jaap Kann en Otto Barendsen verstevigde in de loop van die 6 onderwijsjaren. Maar het boek dat Barendsen wilde schrijven, kwam er niet. Hij stierf in 1923 aan de gevolgen van de Spaanse Griep. Zijn vrouw Lie bracht de schriften en de andere documenten naar professor Heymans, en in de decennia erna dreigde alles te verstoffen in de kast. Nee dus.
Want er is nu dit boek. De puber en de pedagoog. Van Essen en Parlevliet zijn er trots op. Ze hebben het gevoel beide mannen eer te hebben bewezen. ,,Heel soms, als we tevreden waren, hadden we het gevoel dat we het boek schreven dat Otto niet kon voltooien ’’, zegt Van Essen.
In hun zoektocht stuitten de onderzoeksters op wonderbaarlijke ontwikkelingen en toevalligheden. Over een heldendaad van Jaap. Over Lie’s ontmoeting met de jongen die genoemd was naar haar overleden man.
Maar heeft Jaap zijn hbs-diploma nou gehaald of niet? Had Otto Barendsen geen verborgen agenda? Waarom zaten er geen doorhalingen in de dagboekfragmenten over Jaap Kann? Waren ze wel echt? Ja toch? Of…
Dat staat allemaal in De puber en de pedagoog. Lezer, lees dit boek.
Titel De Puber en de Pedagoog, vernieuwingsonderwijs en adolescentie in Nederland begin twintigste eeuw
Auteurs Mineke van Essen en Sanne Parlevliet
Uitgever Amsterdam University Press Prijs: 29, 99 euro (344 blz.)
In de Universiteitsbibliotheek wordt op vrijdag 19 september om 15.00 uur door de auteurs een – gratis toegankelijke - lezing gehouden over De puber en de pedagoog. Ook is daar een tentoonstelling over het boek te zien.