Boekenclubs zijn er voor iedereen. Foto: Shutterstock
Boekenclubs schieten als paddenstoelen uit de grond. Anno 2026 is het stoffige imago van de leesclubs definitief voorbij, want elke boekhandel en bibliotheek heeft er wel een. En dat spreekt iedereen aan: jongeren op TikTok die boeken ontdekten in pandemietijd, veertigers die leestijd zoeken in hun drukke levens en ouderen die verdieping willen.
Dat lezen zo populair is geworden de afgelopen jaren, is niet zo gek. Toen in 2020 iedereen thuis zat vanwege de pandemie, hadden we massaal tijd over. Tijd om te lezen, bijvoorbeeld. Voor de een een oude hobby die nieuw leven werd ingeblazen, voor de ander een ontdekking.
De opkomst van de online boekencommunity op TikTok, ook wel booktok genoemd, hielp daarbij. In korte video’s deelden jongeren wat ze aan het lezen waren. En dat inspireerde. De boekhandels openden weer en in 2022 gingen er 43 miljoen boeken over de toonbank en groeide de (voorheen krimpende) markt met 2,7 procent. Deels met dank aan booktok.
Waar er in de pandemiejaren online via Zoom over boeken werd gepraat, is de offline boekenclub de laatste jaren weer helemaal terug. Mensen snakken naar community, naar écht contact met buren, collega’s of onbekenden die zomaar nieuwe vrienden kunnen worden. Daar is de boekenclub de ideale plek voor.
Leescafé waar iedereen mag aanschuiven
Erwin de Vries van Boekhandel Godert Walter in Groningen organiseert geregeld een leescafé: eigenlijk een hippe naam voor een klassieke boekenclub, want er wordt samen een boek besproken en aan het einde kiest de groep een nieuw boek. „Het eerste leescafé bestaat al sinds 2014: ons leescafé Duits. Twee oud-docenten van de RUG organiseren het en lezen met een groep elke twee maanden een Duits boek. Inmiddels hebben we ook een Engels en een Nederlands leescafé waar iedereen mag aanschuiven.’’
Het helpt de boekhandel, zegt Antoinette van den Berg van Kinderboekhandel De Toverlantaarn in Leeuwarden. Net als bij De Vries kopen de leden van haar leesclubs boeken in de winkel in plaats van hun boeken in een digitaal winkelmandje te gooien. „We organiseren boekenclubs voor leerkrachten van de basisschool. Dat is inmiddels zo populair dat we vier groepen hebben met leraren uit heel Friesland. Binnenkort beginnen we de eerste groep voor docenten van de middelbare school’, vertelt Van den Berg.
Een lezende leerkracht is een lezend kind
Met haar team houdt ze de leden ook op de hoogte van de nieuwe titels die verschijnen. Of ze tipt boeken over een thema dat de docenten willen bespreken in hun lessen. „Een prentenboek over rouw of een jeugdboek over kunst of poëzie bijvoorbeeld’’, legt ze uit. „Ik zeg altijd: een lezende leerkracht is een lezend kind.’’
Hoewel lezen natuurlijk iets is wat je alleen doet, geeft een boekenclub meer verdieping. Je leest af en toe een boek dat je niet zelf zou uitkiezen, je krijgt tips van anderen en het is een gezellig moment om samen te komen. En voor sommigen is het de motivatie om tóch tijd te maken om te lezen. Vier leden uit verschillende clubs vertellen erover en noemen het allemaal een ‘verrijking’. Of het nu in een leescafé in de boekhandel of in de bibliotheek is: de boekenclub lijkt in ieder geval definitief uit het stoffige hoekje te zijn gekropen.
Vier lezers over hun club
Marjon, Kasper, Karin en Simone zijn lid van een boekenclub. Ze vertellen wat ze er zo fijn aan vinden en wat ze dan zoal lezen met hun clubs.
Onbekende vertaalde klassiekers
Marjon Nooij (64) uit Beilen: „Toen ik van Noord-Holland naar Drenthe verhuisde, miste ik mijn boekenclub. Daarom richtte ik er zelf een op bij Boekhandel Het Logboek. Onze boekenclub leest Schwob-boeken: onbekende vertaalde klassiekers, die je niet zo snel bij de Bruna ziet liggen of in de Bestseller-60 tegenkomt. Zo ontdekken we samen soms een meesterwerk, zoals Ik die nooit een man heb gekend van Jacqueline Harpman of Het mensenschip van Autran Dourado. Tijdens onze leesclub hoorde ik laatst iemand zeggen ‘Oh jeetje, er zit veel meer in dan ik dacht’. Met veertien leden in totaal, mannen en vrouwen, van wie veel import-Drenten, is het een fijn gezelschap. Er is zelfs een lid dat deels in Frankrijk woont die we inbellen op de laptop op tafel.’’
Marjon Nooij. Eigen foto
Ook voor mannen
Kasper Kombrink (79) uit Hoogeveen: „Onze boekenclub bestaat uit vier vrouwen en vier mannen, allemaal tussen de 50 en 80 jaar oud. Mannen zie je minder in boekenclubs, maar ik lees mijn hele leven al. Drie jaar geleden sloot ik me aan bij deze groep, die hoort bij Literatuurclubs Drenthe. Na het lezen van een boek dacht ik vaak: daar wil ik met iemand over napraten. Dat kan nu op zaterdagochtend, eens in de drie maanden, in de bibliotheek in Hoogeveen. Laatst keek een bibliotheekmedewerker om het hoekje bij ons en zei een beetje verbaasd: ‘Oh, hier zit een boekenclub’. We tipten meteen het boek dat we op dat moment bespraken: Waak over haar van Jean-Baptiste Andrea. Een andere favoriet van mij is Moedermelk van Nora Ikstena, een Letse auteur. Daarna tipte iemand me Het achtste leven van de Georgische Nino Haratischwili: dat boek heb ik meteen aangeschaft. Me aansluiten bij deze club is iets waar ik geen moment spijt van heb gehad.’’
Kasper Kombrink. Eigen foto
In een ander daglicht
Karin Karlas (40) uit Drouwenermond: „Ik zit pas net in een boekenclub met zes mensen. Sommige mensen kenden elkaar via via al of zijn zelfs schoonzussen van elkaar. We komen bij elkaar thuis en bespreken een boek van de selectie die Literatuurclubs Drenthe voor ons maakt. Als kind ging ik elke week naar de bibliotheek, maar sinds ik werk schiet lezen er vaak bij in door de drukte en weet ik niet zo goed wat ik wil lezen. De bijeenkomst is een stok achter de deur voor me, het dwingt me op een positieve manier om een boek te lezen. En dat is echt verrijkend. Toen we Lied van de profeet van Paul Lynch bespraken, een moeilijk boek om doorheen te komen door de eindeloze hoofdstukken, vond iedereen het niets. Toch was één iemand in de club lyrisch over het boek. Dan ga je het boek toch in een ander daglicht zien. Ik denk bij boeken vaak: hier zit meer in dan ik doorheb, mis ik niet iets? Samen in discussie gaan over zo’n boek, geeft me verdieping.’’
Karin Karlas. Eigen foto
Voor juffen en meesters
Simone Grundemann (53) uit Leeuwarden: „Sinds 2025 zit ik bij een boekenclub speciaal voor docenten uit het basisonderwijs bij Kinderboekhandel De Toverlantaarn in Leeuwarden. Van kleuters tot groep 8, het is echt een mix van leraren. Zelf geef ik les aan groep 3/4. Toen een collega me vertelde over deze groep, wilde ik meteen meedoen. Niet elke leerkracht is geïnteresseerd in lezen, maar ik wilde juist meer met boeken doen in mijn les. In deze boekenclub krijg ik heel veel input en dat zorgt voor nieuwe ideeën. Ook maken we bij het boek dat we lezen direct lesmateriaal. Zo heb ik Een luiaard is niet lui van Matthijs Meeuwsen gelezen. In de klas heb ik mijn leerlingen bijzondere woorden laten opschrijven, omdat het boek over bijzondere dieren gaat. Er is zoveel mooie jeugdliteratuur. Per bijeenkomst leest iedereen iets anders, zo inspireren we elkaar. Soms krijgen we een ingepakt boek van de boekhandel. Een verrassing voor ons, maar meestal in een thema waar we meer mee willen doen in de les.’’