Mariët Meester en Jaap de Ruig begin jaren tachtig. Foto uit besproken boek
Mariët Meester wilde een stadsmeisje in Groningen worden. In haar boek ‘Een vrij leven’ beschrijft ze wat gebeurde nadat ze haar grote liefde ontmoette en de onbevangenheid omarmde.
Halverwege de jaren zeventig besloot Mariët Meester, opgegroeid in gevangenisdorp Veenhuizen, docent creatieve technieken te worden. Denk aan tekenen, handvaardigheid en textiele werkvormen. Ze trok daarvoor naar de stad Groningen, waar ze in een schoolkantine een lange figuur met donkere pijpenkrullen en bruine ogen ontmoette: Jaap de Ruig.
Meester, 18 jaar, raakte verliefd. Niet lang daarna gingen zij en Jaap samenwonen. Er volgde een overstap naar de vrije richting van Academie Minerva waar ze les kreeg van Karl Iljitsj Pelgrom. Diens opvattingen en levenshouding maakten diepe indruk. Alles wat Pelgrom zei en deed kwam als waarachtig op haar over.
Maar toen belandde haar vriend in een crisis. Jaap de Ruig brak met zijn studie en reisde naar Frankrijk om zich vanuit een vervallen landhuis in de Bourgogne bezig te houden met weinig anders dan een kudde geiten en kaas. Na een periode van verwarring besloot Meester hem achterna te reizen. Ze wilde hem niet kwijt.
Wellicht kon Meester in Frankrijk doen wat ze moest doen ter voorbereiding op haar eindexamen bij Minerva. Wellicht kon ze, net als De Ruig, een leven leiden in de geest van de Amerikaanse schrijver en denker Henry David Thoreau (1817 – 1862): eenvoudig, met passende waardering voor wat de natuur voortbrengt.
Doelen bereikt
Veertig jaar later heeft Meester (Den Haag, 1958) die doelen min of meer bereikt, op haar eigen manier. Ze is in de jaren tachtig afgestudeerd als beeldend kunstenaar met een project over het verschil tussen stad en land, maar tegenwoordig vooral bekend als schrijver van romans, essays en non-fictie. Ze woont half in Amsterdam en half op het platteland, in een woonwagen in Nieuwesluis.
In Een vrij leven, haar nieuwste boek, blikt Meester terug op de jaren waarin haar voornemen om een stadsmeisje te worden ingrijpend veranderde. Sinds de reis naar de Bourgogne leidt ze met minimale middelen op steeds andere plekken een onafhankelijk bestaan en streeft ze naar een zo’n klein mogelijke ecologische voetafdruk.
Verzamelen van geld is nooit haar doel geweest en zal het niet worden ook. Ze zou niet weten wat ze ervan moet kopen. Het is altijd gelukt met weinig rond te komen. Het vooruitzicht dat ze binnenkort AOW ontvangt, eindelijk een basisinkomen, zal daar weinig aan veranderen.
Franse pagina
Ter promotie van haar boek bezocht Meester de bibliotheek van Roden – als er in het nabijgelegen Veenhuizen een bibliotheek was geweest, was ze daarheen gedaan. Ze toonde er foto’s, vertelde over de vormende jaren tachtig, beantwoordde vragen en zette na afloop een handtekening op wat in boekdrukkerskringen de Franse pagina heet.
Er wordt veel gereisd in Een vrij leven, op niet-alledaagse manier. Meester en De Ruig bouwden in Frankrijk een provisorische woonwagen en kochten een pony om het voertuig met drie kilometer per uur van dorp tot dorp te verplaatsen. Later werd de pony vervangen door een paard, dat een klein kapitaal aan hoefijzers versleet. Ook kwam er een fiets voor boodschappen en verkenningen.
Onderweg specialiseerde het stel zich in het sprokkelen van bruikbare spullen, voor kunstwerken en onderhoud aan hun woonwagen. Ze struinden bermen en vuilnisbelten af – in de jaren tachtig, toen nog nauwelijks aan afvalscheiding werd gedaan, had elk dorp er wel een. Geld voor voedsel werd verkregen door het verlenen van hand- en spandiensten.
Duurzaam leven zonder vast adres bleek zwaar. Vrijwel alle tijd ging op aan het vervullen van basisbehoeften. De eerste tijd ontbrak het Meester aan energie. Daarnaast leverde het zoeken naar plekken om te overnachten vaak afwijzingen op. Regelmatig werd het stel gezien als onwelkome gasten, als zigeuners.
Daar stond een herwaardering voor dieren en de natuur tegenover. Meester ontwikkelde opnieuw oog voor het leven op het platteland en de wisseling van seizoenen. Ze ontdekte dat verbeteringen klein beginnen, ook als het om ingrijpende veranderingen gaat. Als iedereen van mening blijft dat een buurman als eerste zijn verantwoordelijkheid moet nemen, blijft alles bij hetzelfde.
Club van Rome
Meester schreef Een vrij leven mede voor een jonge redacteur op haar uitgeverij met wie ze gesprekken voerde over hoe te leven in tijden van milieucrisis en klimaatopwarming. Dat speelde in de jaren zeventig en tachtig ook al, hield ze de redacteur voor. Wat nu duurzaamheid wordt genoemd, werd toen al bepleit door de Club van Rome.
Ze had cynisch kunnen worden door de overconsumptie om haar heen en daarmee samenhangende ontkenning van de achteruitgang. Ze leerde dat te pareren door te denken aan wat de filosoof Spinoza ooit zei: ‘Doe wel en wees blij’ en het besef dat het goede voor iedereen iets anders kan zijn.
Ook dat is vrijheid, leerde Meester, anderen ruimte laten voor een eigen invulling. Het gaat erom dat iemand zijn of haar best doet en kiest voor het belang van collectieve en anderen geen nadeel berokkent.
Wanneer je niets bezit, kun je niets verliezen, schrijft ze ergens in Een vrij leven over haar a-materiële levenshouding. Inmiddels ziet ze gezondheid als haar grootste bezit, naast het vermogen om vrij en onbevangen door het leven te gaan. Dat je, zelfs als je in Roden door de winkelstraat loopt, vol verwondering kunt denken dat je op reis bent.
Jaap de Ruig is nog steeds haar grote liefde.
‘Een vrij leven’ is uitgegeven door De Arbeiderspers. Prijs: 24,99 euro (302 blz.). Mariët Meester schrijft in 2026 het vijfde essay ter nagedachtenis aan de dichter M. Vasalis.
'Een vrij leven' (2025), Mariët Meester. Foto: uitgeverij De Arbeiderspers