‘Bruidstoilet’ (1937) door Amrita Sher-Gil. Olieverf op doek (86 bij 114,5 centimeter). Foto: Drents Museum
In het Drents Museum is het veelzijdige en interculturele oeuvre van Amrita Sher-Gil te zien. Een reis van Boedapest via Parijs naar New Delhi. Dat vraagt van de toeschouwer telkens een andere blik.
In het Drents Museum hangt een schilderij uit 1932 van de Seine in Parijs. Maar heel anders dan we gewend zijn, want de joodse in Boedapest geboren kunstenaar Amrita Sher-Gil bekeek de rivier vanaf de torenspits van de Notre-Dame.
De contouren van de donkere spits steken scherp af tegen een stad die in een bijna bovenaards licht is gedompeld. Dat deed ze vaker, licht achter de vormen schilderen. Dat schept een grotere ruimtelijkheid, ook in haar krachtige stillevens.
We kenden deze Hongaars-Indiase kunstenaar die in Parijs studeerde niet. Haar werk behoort in India tot de top, maar voor ons is het een voorzichtige kennismaking. En dan overrompelt ze je meteen met haar werk. Verbazing.
Stevige toetsen en kleuren
Die Seine, die we nooit eerder zo zagen, is een van haar vele krachtige schilderijen. Zo is Zelfportret als Tahitiaanse, waarop ze voor driekwart naakt staat afgebeeld, trefzeker met stevige toetsen en kleuren opgezet. Het is geschilderd tegen een achterwand die onmiddellijk aan Gauguin doet denken, de schilder die ze bewonderde, evenals Cézanne.
De naam van Amrita Sher-Gil (1913-1941) betekent ‘onsterfelijkheid’, ze overleed echter op 28-jarige leeftijd. In India zijn straten naar haar genoemd, er verschenen postzegels met haar portret, ze is daar een icoon, nog steeds. Ze wordt beschouwd als de grondlegger van de moderne Indiase kunst. En nu is haar werk voor het eerst in Nederland te zien, in het Drents Museum.
Haar moeder was een Hongaarse operazangeres, haar vader een aristocraat, wetenschapper en fotograaf. In 1929 werd de 16-jarige, zeer getalenteerde Amrita toegelaten tot de École des Beaux Arts in Parijs.
In die Franse periode straalt alles levenslust uit. Ze nam deel aan het dynamische kunstenaarsleven en had een zuiver gevoel voor de kwaliteit in haar eigen werk. Je ziet hoe ze speelde met vorm en kleur, licht en schaduw. De zelfbewustheid, het plezier. In haar vele zelfportretten experimenteerde ze met verschillende manieren van schilderen, pasteus of juist transparant, blond of verzadigd van kleur. En prachtige naaktstudies. In 1933 won ze als eerste Indiase vrouw op de Salon van Parijs een gouden medaille voor haar schilderij van twee vrouwen in een interieur.
Metamorfose in India
Wanneer ze vol heimwee naar de geuren en kleuren van India in New Delhi en Lahore is geland, lijkt er een metamorfose te hebben plaatsgehad. Ze schildert een Indiase wereld met ingetogen, in sari’s geklede vrouwenfiguren en plattelandstaferelen.
Op het affiche van de tentoonstelling staat ze breed lachend met een weelderige, zwarte haardos. Later, als ze naar India is verhuisd, kijkt ze ernstig in de lens, een stip op haar voorhoofd (een bindi), het teken van liefde en trouw. Niet iemand die, zoals in Parijs, allerlei losse relaties had met zowel mannen als vrouwen.
Het Indiase werk is van een heel andere schoonheid, decoratiever, met zachte schaduwen en warme kleuren, waarbij het magische groen en het oranjerood, haar lievelingskleur, de sfeer bepaalt.