Johan Dijkstra: ‘Tuinstraat’ (1963) olieverf op doek (collectie Stichting Elker) Foto: Eric Bos
Dat de stad Groningen er een eeuw geleden anders uitzag, weten we. Op een expositie in Wehe-den Hoorn zien we de stad van vroeger en nu door de ogen van kunstenaars van De Ploeg.
De tentoonstelling Stad van De Ploeg in Wehe-den Hoorn gaat over de stad Groningen zoals de schilders van De Ploeg die indertijd hebben vereeuwigd. Er hangt werk dat zelden of nooit te zien was omdat de historische De Ploeg, waar iedereen gewoonlijk op afkomt, door de tijd vermengd is geraakt met eigentijdse amateurs en professionals, die dezelfde naam en hetzelfde vignet voeren.
Maar alles bij elkaar, oude en nieuwe kunst over de stad Groningen, heeft een leuke tentoonstelling opgeleverd met verrassende ‘stadsgezichten’. Het heeft ook historische waarde. Je kunt zien waar de stad is veranderd en waar niet. De Ploegkunstenaars vertaalden beton, klinkers en steen in beweging en kleur. Zoals bij Jannes de Vries, de kleurentovenaar onder de Ploegers. Sta vooral een tijdje stil bij zijn wasverfschilderij Zuiderhaven uit 1981, hoe hij de kades schilderde alsof het water was en de lucht als een groene weide, terwijl het oude Groninger Museum oranje en de bomen langs de singel lila werden. De vlam van de revolutie bleef bij Jannes de Vries eeuwig branden.
Illustere namen
Er hangt ook werk van Ben Walrecht, Lucas van der Baan (arresleden in een winters Stadspark) en Jan van der Zee. De Ploeg in Groningen, dat is kleur, expressie, experiment. Het zich afzetten tegen de traditie, tegen plaatjeskunst. Het bepaalt het beeld dat we van de historische kunstenaarsvereniging hebben, met illustere namen als Jan Wiegers, George Martens, Jan Jordens en Jan van der Zee.
Verrassende stadsgezichten met historische waarde
Op de tentoonstelling komen we een schilderij van Jan Altink tegen waarvan je denkt: is dát een Altink? We kennen Altink immers als de naamgever van De Ploeg, als schilder van paarden in de wei, het platteland, Reitdieptaferelen en vooral kleur en beweging. Bij dit schilderij staan we echter tegenover een keurig, ouderwets geschilderd stadsgezicht van Groningen, met de Martinitoren in de verte vanaf de Winschoterkade. Je zoekt naar het jaartal en je verwacht een vroeg werk toen van het Gronings Expressionisme nog geen sprake was. Maar nee, Altink schilderde dit stadsgezicht in 1953! Alsof het bedoeld was als afbeelding voor een legpuzzel of een schoolplaat.
Ook gedempte kleuren
Niet alle schilders van De Ploeg hielden zich bezig met expressionisme en kleurexperimenten. Er hangt bijvoorbeeld een schitterend schilderij uit 1958 van Marten Klompien van een winterse Noorderhaven in gedempte kleuren waarvan het water het rood van de zonsondergang heeft geabsorbeerd. Het is een studie in stemming, een portret van melancholie.
Hoe kunst zich tot de stad verhoudt, zien we ook terug bij Johan Dijkstra. Hij schilderde een weelderige binnentuin, zo’n stille plek in het drukke stadshart waar Groningen er veel van kent. Nu is het verdreven door nieuwbouw, maar toen lag de tuin achter het inmiddels afgebroken ‘Doorgangshuis’ in de Tuinstraat waar verwaarloosde meisjes werden opgevangen. Wat opvalt in dit tafereel is de zonnige atmosfeer en de geheimzinnige schaduwen. En natuurlijk de kleur. Het dak werd bijvoorbeeld geschilderd in typerend Johan Dijkstra-oranje.
‘Stad van De Ploeg’, Ploegcentrum, Mernaweg 55, Wehe-den Hoorn. Open: di-zo 10.30-17 uur. T/m 16 augustus.