Andreas Blühm (links) en Henk Helmantel in 2014 in het Groninger Museum bij het schilderij 'Gezicht op de noordmuur van het koor van de Nicolaikerk te Appingedam'. Foto: Groninger Museum
Andreas Blühm zwaait vrijdag na 10 jaar af als directeur van het Groninger Museum. Een mooie gelegenheid om een aantal van zijn aanwinsten op een rij te zetten.
Gezicht op de noordmuur van het koor van de Nicolaikerk in Appingedam (2012) van Henk Helmantel
Een nieuwe directeur zet een stempel door het anders te doen. Andreas Blühm baarde opzien door in zijn eerste jaar een schilderij te kopen van Henk Helmantel. De kunstschilder uit Westeremden had tot dan toe, ondanks zijn internationale succes, op het Groninger museumeiland geen voet tussen de deur gekregen. Eerdere directeuren als Kees van Twist en Frans Haks waren meer van spektakel en glamour. Met de aanschaf van een Helmantel gaf het museum nadrukkelijk aan oog te hebben voor de regio waar het museum uit voortkomt.
'Whipper Snapper', een kinetisch kunstwerk uit 1990 van Wim T. Schippers. Foto: Collectie Groninger Museum
Whipper Snapper (1990) van Wim T. Schippers
De redactie van het televisieprogramma De Wereld Draait Door kwam op het idee om in Amsterdam een pop-uptentoonstelling te maken met kunst gekozen door bekende Nederlanders. Schrijver Jan Mulder bezocht daartoe het museumdepot in Hoogkerk en ontdekte Whipper Snapper van de in Groningen geboren Wim T. Schippers, een spookdoek dat in beweging komt als het publiek naderbij komt. Niemand wist dat het kinetische kunstwerk in het depot lag. De vondst gaf aanleiding om een vergeten bruikleen in 2016 alsnog aan te kopen.
'Hindelooper Kast' (1943), Hendrik Nicolaas Werkman. Foto: Vereniging Rembrandt
Hindelooper Kast (1943) van Hendrik Nicolaas Werkman
Aan Ploegkunst geen gebrek. De Hindelooper Kast werd in 2017 gepresenteerd als een van de grootste aankopen ooit: 300.000 euro is voor het meubelstuk betaald. De uitgave werd gerechtvaardigd doordat Hendrik Nicolaas Werkman, de meest invloedrijke kunstenaar die verbonden is geweest aan De Ploeg, de kastpanelen van Bijbelse taferelen had voorzien. Hij deed dat in 1943 op verzoek van zijn vriend August Henkels, de man die in 1940 aan de wieg stond van de clandestiene uitgeverij De Blauwe Schuit, die Werkman op het idee bracht de beroemde Chassidische legenden te drukken.
Een fragment van het glaskunstwerk 'Grand Stairwell Installation' van Dale Chihuly uit 2018. Foto: Vereniging Rembrandt
Grand Stairwell Installation (2018) van Dale Chihuly
Het Groninger Museum maakte in de jaren 90 naam met aandacht voor hedendaags design. In het tijdperk Blühm is die lijn doorgetrokken met tentoonstellingen van onder anderen Joris Laarman, Maarten Baas en Dale Chihuly. Van laatstgenoemde, een Amerikaanse glaskunstenaar, kocht het museum in 2019 voor net geen miljoen euro Grand Stairwell Installation. Het werk werd speciaal voor Groningen gemaakt ter gelegenheid van een uitzonderlijk drukbezochte Chihuly-tentoonstelling (156.000 bezoekers) en hangt sindsdien aan de muur in het trappenhuis.
Deel 1 van de 3-delige foto Chroniques de Clichy Montfermeil van J.R. uit 2019 Foto: Collectie Groninger Museum
Chroniques de Clichy Montfermeil, Work in progress #1, #2, #3 (2019) van J.R.
Het museum is óók van de straat en buitenwijk. De Franse kunstenaar J.R. – Jean-René, zijn achternaam is bij zijn moeder bekend – komt oorspronkelijk uit de wereld van de graffiti. Na de vondst van een videocamera besloot hij zijn omgeving vast te leggen. Eerst waren dat de banlieus en Clichy-Montfermeil in het oosten van Parijs. Later verlegde hij zijn werkterrein naar bijvoorbeeld de grens tussen Israël en Palestina en de grens tussen Mexico en de Verenigde Staten. J.R. heeft oog voor mensen die door instituties meestal niet worden gezien. Zijn tentoonstelling in 2021 ging gepaard met de parallel-expositie Graffiti in Groningen. In het museum liep toen al een project gericht op de Groningse wijken Vinkhuizen, Beijum en Oosterpark.
Bierfles (2004), Barbara Stok. Foto: Collectie Groninger Museum
Bierfles (2004) van Barbara Stok
Niet alles van waarde wat het museum verwerft kost geld. In 2023 werden 49 objecten door het museum gekocht, 117 objecten werden geschonken. Een daarvan kwam van de Groninger Archieven, op dat moment bezig met een verbouwing en herinrichting. Het leverde het museum een bierfles op waarvan het etiket ter gelegenheid van de Stripdagen in Haarlem van 2004 werd getekend door Barbara Stok. Datzelfde jaar werd de Groningse stripmaker gevraagd een bijdrage te leveren aan een tentoonstelling waarmee in 2024 het 150-jarig bestaan van het museum is gevierd. Ze maakte een tijdelijke wandstrip over hoe het schilderij Lentetuin van Vincent van Gogh in Groningen belandde en na een diefstal ook terugkeerde.
Zonnewijzer (ca. 1700), Jan de Rijk. Foto: Heinz Aebi
Zonnewijzer (ca. 1700) van Jan de Rijk
De laatste grote aankoop onder het bewind van Andreas Blühm werd gedaan na het opduiken van een curieus object op de kunstbeurs Tefaf in maart 2024: een rijk gedecoreerde zonnewijzer waarvan niemand in Nederland het bestaan nog kende. Een kunsthandel in Parijs wist na bestudering van een monogram te achterhalen dat de wijzer ooit bezit is geweest van de familie Alberda. Die had het omstreeks 1700 laten maken door de houtsnijder Jan de Rijk, voor bij een borg in Groningen. In september waren genoeg partijen gevonden – acht in totaal – om de aanschaf mogelijk te maken.
Aankopen en afscheid
Aan het verwerven van museale kunst en verwante voorwerpen gaat een ragfijn spel van discussiëren, pleiten en geld verzamelen vooraf waarbij veel mensen zijn betrokken. Het Groninger Museum heeft sinds de start 150 jaar geleden zo’n 80.000 objecten verzameld, zowel door schenking als door aankoop. Op basis van de jaarverslagen ging het de laatste 10 jaar om zo’n 200 objecten per jaar, het merendeel schenkingen.
Andreas Blühm zwaait vrijdag af als directeur, hij gaat met pensioen. Blühm vertrekt op een dag dat in het museum een rondetafelgesprek wordt gehouden over het verleden, heden en de toekomst van het musea. Aansluitend gaat Hoe Vincent van Gogh naar Groningen kwam open. De tentoonstelling vertelt hoe een groep ondernemende studenten in 1896 een voor die tijd zeldzaam grote hoeveel Van Gogh-schilderijen naar Groningen haalde en daarmee Noord-Nederland liet kennismaken met moderne kunst.