Cultuurhistoricus Claartje Wesselink brengt met een vergeten journalist opnieuw onder de aandacht. Foto: Siese Veenstra
Claartje Wesselink uit Groningen schreef een boek over het leven van Paul Sanders. Nu is de Joodse cultuurjournalist vrijwel vergeten, maar zijn levenshouding blijft inspirerend.
Paul Sanders maakte de hoogte- en dieptepunten van de twintigste eeuw van nabij mee. Hij zag hoe arbeiders voor zichzelf opkwamen, hoe de kunsten zich vernieuwden, hoe het fascisme tot de Holocaust leidde en hoe daarna de wederopbouw begon. Hij was voorbestemd om bankier te worden, maar werd journalist met een scherp oog voor sociale ongelijkheid en de mogelijkheid van verandering.
Cultuurhistoricus Claartje Wesselink (Amsterdam, 1980) verdiepte zich de afgelopen jaren in het leven van Sanders (1891–1986) en leerde een man kennen ‘die het beste voor had met de mensen en de wereld’. Haar boek De strijd van Paul Sanders is geen klassieke biografie, maar een zoektocht naar de idealen van een journalist, kunstliefhebber en wereldburger die een turbulente eeuw van dichtbij meemaakte.
Claartje Wesselink uit Groningen met haar hondje Japi.
Foto: Siese Veenstra
Sanders werd geboren in een uit Groningen afkomstige ondernemersfamilie die in Amsterdam een bank begon. Het lag voor de hand dat ook hij daar zou gaan werken, maar zijn droom was een leven in de muziek. Toen dat pad naar hobbels en kuilen leidde, stuurde het lot hem in 1913 naar Berlijn.
Sociale ongelijkheid
In Duitsland ontdekte hij tijdens de Eerste Wereldoorlog de moderne kunst én de sociale ongelijkheid. „De tijdgeest maakte hem ervan overtuigd dat kunst niet alleen schoonheid moest bieden, maar ook bewustzijn moest creëren”, vertelt Wesselink. „Kunst mocht schuren, vond hij, omdat de wereld schuurde.”
Terug in Nederland meldde Sanders zich aan bij de arbeidersbeweging. Hij werd kunstjournalist bij de socialistische krant Het Volk, waar hij schreef over muziek, schilderkunst en de rol van cultuur in de samenleving. En toen brak de Tweede Wereldoorlog uit.
Cultuurjournalist Paul Sanders werd omstreeks 1936 gefotografeerd door Cas Oorthuys. Foto uit besproken boek.
Het werd een scharnierpunt in Sanders’ leven. Als Jood moest hij onderduiken in Amsterdam. Vanuit zijn schuilplaats hield hij een dagboek bij en schreef hij lange brieven. Wesselink noemt ze ‘ontroerend mooi’, maar ook strijdlustig. In zijn dagboek noteerde hij: ‘Ik moet ervoor zorgen dat ik niet ga haten.’
Volgens Wesselink is dat een cruciale zin. „Hij maakte het allerergste mee, iets waar wij ons niets bij kunnen voorstellen. En toch besloot hij dat hij zich na de oorlog nóg harder zou inzetten voor een betere wereld.”
Chroesjtsjov in goede banen
Die inzet bracht hem na 1945 bij Het Parool, waar Simon Carmiggelt hem binnenhaalde. Sanders werd er uiteindelijk correspondent in de Verenigde Staten, waar hij de tweede helft van zijn leven zou doorbrengen. Hij werkte onder meer voor de Verenigde Naties, waar hij tijdens de Koude Oorlog zelfs een persconferentie met Chroesjtsjov in goede banen leidde.
Claartje Wesselink uit Groningen verdiepte zich in het leven van Sanders (1891–1986). Foto: Siese Veenstra
In Amerika schreef Sanders over de grote thema’s van zijn tijd: het afscheid van het kolonialisme, de Koude Oorlog en de opkomst van de burgerrechtenbeweging. Toen Rosa Parks in 1955 weigerde haar zitplaats in de bus af te staan, zag Sanders meteen de historische betekenis. Hij schreef dat het ‘heel klein lijkt, maar ontzettend groot is’. Wesselink: „Hij keek altijd vanuit een humanistisch perspectief. Hij zag dingen vaak net iets eerder.”
Mijn boek en ik
In de maandelijkse rubriek ‘Mijn boek en ik’ komen mensen aan het woord over een boek dat ze recentelijk hebben gemaakt – van poëzie tot en met prentenboek, fictie en non fictie. Suggesties? joep.vanruiten@mediahuis.nl ovv. ‘Mijn boek en ik’.
Wesselink begon met het schrijven van haar boek in een periode die zij als grimmig omschrijft: de eerste verkiezing van Trump, de Brexit, de opkomst van radicaal-rechtse partijen in Europa. „Het werd een troostproject”, vertelt ze. „Ik las zijn brieven, zijn stukken, en zag iemand die leefde in een ongelooflijk zware tijd en tóch niet cynisch werd. Hij bleef geloven dat de wereld beter kan zijn.”
Sanders’ geloof in cultuur en menselijkheid is volgens haar actueler dan ooit. Met haar boek wil ze laten zien dat de zachte krachten uiteindelijk sterker zijn en dat hoop kan leiden tot verzet. „Na elke slechte tijd komt er ook weer een betere tijd”, zegt ze. „Misschien niet meteen een goede tijd, maar wel een betere tijd.”