Harry Tupan staat de pers te woord. Foto: Marcel Jurian de Jong
Een week na de goudroof blikken algemeen directeur Harry Tupan en zakelijk directeur Annelies Meuleman van het Drents Museum terug en vooruit.
Directeur Harry Tupan verbleef in de nacht van vrijdag 24 op zaterdag 25 januari in Brussel om tijdens een kunstbeurs contacten te leggen voor een nieuwe tentoonstelling voor Drents Museum De Buitenplaats in Eelde. Zakelijk directeur Annelies Meuleman was in Assen.
En toen verschaften rovers zich met geweld toegang tot hun museum.
Na de eerste melding stapte Tupan in de auto en begaf Meuleman zich naar de Brink waar ze werd opgewacht door hoofdconservator Annemiek Rens. Die vertelde wat was gestolen: de gouden helm van Cotofenesti en drie Dacische koninklijke armbanden.
Vanwege sporenonderzoek mocht Meuleman de tentoonstellingszaal niet in. Tupan arriveerde na drie uur autorijden in Assen met een steen in zijn maag. Daarop verspreidde het bericht over de diefstal zich via media in binnen- en buitenland. Al snel kwamen vragen of het museum de beveiliging wel op orde had.
Harry Tupan: ,,Ons werd gevraagd: wat hebben jullie eraan gedaan? Ik zou willen zeggen: wat konden we hier aan doen?”
NRC en Dagblad van het Noorden publiceerden een kritisch stuk waarin een expert die bij het Rijksmuseum in Amsterdam heeft gewerkt uitlegt wat aan de beveiliging schortte.
HT: ,,Tot wanneer heeft hij daar gewerkt?”
Tot 2002. Daarna heeft hij ook andere musea geadviseerd. Jullie zijn om commentaar gevraagd, maar wilden niet op het stuk reageren.
HT: ,,Met alle respect, er is in die jaren nogal wat veranderd. Toen die man nog bij het Rijksmuseum werkte, was dit een kleinschalig museum. We hebben in 2011 ons nieuwe paviljoen gekregen voor dit soort tentoonstellingen. Daar hebben we enorm ingezet op beveiliging en veiligheid.
Je moet kritiek aanvaarden. Maar of ik het ermee eens ben? Ik vind het heel erg voor de beveiligers waarvan ik weet dat zij hier 24/7 mee bezig zijn. Het feit dat wordt gezegd dat hier iemand had moeten lopen. Je denkt toch niet dat als daar een man had gelopen hij iets had kunnen doen tegen inbrekers die met bommen binnenkomen?
De maandag na de roof hebben we een grote personeelsbijeenkomst gehad. Je moest eens weten wat zo’n stuk in de krant over de beveiliging doet met onze beveiligers. Ik word dan verdrietig. Hoe kun je zoiets plaatsen? Het is goed dat het mag in dit land. Maar het doet wat met me. En ik kom voor mijn mensen op.”
Annelies Meuleman: ,,Zeg er maar niks meer over.”
HT: ,,De impact... Er is een tijd voor de bom. Er is een tijd na de bom. Zo hard wordt het gespeeld. Zo hard zal het ook gaan.”
Is de schade hersteld?
AM: ,,Ja. Op de camerabeelden die op televisie zijn vertoond zie je een deur die er met een breekijzer redelijk makkelijk uitging. Het was een extra deur die wij voor de vertraging op verzoek, als eis van de verzekering, vlak voor de opening van de tentoonstelling hebben neergezet. Het was voor het eerst sinds ik hier werk, en we hebben hier wat aan tentoonstellingen gehad, met goud en goede kunst, dat extra maatregelen moesten worden getroffen. Op de beelden zag je dat die deur redelijk makkelijk open gaat – daar baalden we van. Maar daar achter zit onze echte deur. Die is er door de explosie uit geknald.”
Hebben jullie nu extra maatregelen getroffen om de veiligheid te verbeteren?
HT: ,,Dat is de volgende stap. De deur is ook een nooduitgang.”
Heeft de verzekeraar al onderzoek gedaan?
AM: ,,Ja, maar dat is nog niet afgerond. Er zijn aanvullende vragen. Die zijn we aan het beantwoorden.”
De Roemeense cultuurminister heeft gezegd dat het contract over het tentoonstellen niet zorgvuldig genoeg was opgesteld. De Roemeense premier heeft een schadeclaim aangekondigd.
AM: ,,We hebben de extra eisen van de verzekering uitgevoerd. Daarna hebben we de certificaten gekregen om de spullen van Roemenië deze kant op te krijgen. Onze verantwoordelijkheid gaat over de collectie. Als er een schadeclaim is waarbij de Nederlandse staat wordt aangeklaagd gaat dat onze competentie te boven. Wij hebben geen contact gehad met de Roemeense regering.”
Overwegen jullie geen risicovolle tentoonstellingen meer organiseren?
HT. ,,Wat hier is gebeurd overstijgt Assen, overstijgt ook Nederland. Wat betekent dit voor de sector? Kunnen we straks als de verzekeringspremies sky high worden, als transporten met ingewikkelde beveiliging moeten plaatsvinden, ons werk nog doen? Als wij het niet meer kunnen betalen, kan alleen een handjevol musea dat nog.
Andere vraag is in hoeverre andere musea bereid zijn om hun kostbare spullen uit te lenen. Onze reputatie is sterk. Toch heb ik die vraag al van een museum gehad. Die had ons iets beloofd en wil er nu opnieuw naar kijken. Onze eerstvolgende tentoonstelling is al minder risicovol, Gen F. - 75 jaar figuratieve kunst. Die stond gepland, dat is werk uit eigen collectie. Het kan best dat we er daarna nog een uit eigen collectie doen.
Wij zijn gewend grote aantallen mensen te ontvangen. Die aantallen hebben een relatie met onze begroting. Komen die aantallen niet, omdat onze tentoonstellingen een minder groot publiek aanspreken, en halen we niet onze prestatieafspraken met de provincie, dan moeten afschalen. Dat is een zorg. Daar denken we nu al over na. Maar eerst moeten we van alles repareren.”
Wat is het werk dat jullie komende week gaan doen?
AM: ,,De stukken verzamelen die worden gevraagd.”
HT: ,,Ik moet op politiek niveau opereren en tegelijkertijd over tot de waan van de dag. Op 15 februari moet weer een tentoonstelling open.”