Minister Eppo Bruins staat in het Drents Museum de pers te woord over de goudroof. Foto: Marcel Jurian de Jong
Nederland is geen Roemenië. Waar in het ene land een museumdirecteur na een goudroof op straat wordt gezet, krijgt in het andere land de museumdirecteur een arm om zich heen.
Minister Eppo Bruins was vrijdag naar Assen afgereisd om het personeel van het Drents Museum een hart onder de riem te steken. Dat beleefde na de roof van vier uit Roemenië geleende historische objecten van goud misschien wel de zwartste week uit zijn 170-jarige bestaan.
Na een inbraak met explosieven werd het museum in Assen door critici in binnen- en buitenland verweten dat het de beveiliging niet op orde zou hebben gehad. Bruins (NSC) concludeerde vrijdag iets anders.
,,Het Drents Museum is een geweldig museum van de hoogste standaard en met een internationale allure”, zei hij. ,,Er zijn naast de gebruikelijke beveiligingsmaatregelen voor deze tentoonstelling extra maatregelen getroffen, dat heb ik ook aan mijn Roemeense collega laten weten.”
‘Niet zorgvuldig’
Die collega, Natalia Intotero, stelde eerder in de media dat het contract over het tentoonstellen van Roemeens erfgoed ‘niet zorgvuldig genoeg’ was opgesteld. Bruins heeft niet officieel van haar vernomen. ,,Ik heb haar zaterdag gebeld, toen hebben we afgesproken dat ik haar op de hoogte zou houden van de ontwikkelingen. En dat gebeurt.”
De premier van Roemenië, Marcel Ciolacu kondigde dinsdag aan dat zijn land een grote schadeclaim overweegt tegen Nederland. Bij weten van Bruins is ook dat niet gebeurd. ,,Wat voor nu van belang is, is dat de contacten goed blijven”, reageerde hij. ,,Dat is de manier om er voor te zorgen dat de spullen terugkomen.”
‘Eerst onderzoek afwachten’
Ook zegt de minister geen reden te hebben om aan te nemen dat de beveiliging van de Nederlandse musea niet langer voldoet nu rovers zich van explosieven bedienen. ,,De beveiligingsregels voor musea in Nederland zijn helder. Het is te vroeg om te zeggen dat extra maatregelen nodig zijn. We moeten eerst het onderzoek afwachten naar wat hier is gebeurd.”
Hoewel de eerste gewone dag na de tijdelijke sluiting vrijdag rustig verliep, constateerde Bruins dat de schrik er bij het personeel nog wel inzit. ,,Ik vind het heel dapper dat ze weer aan de slag zijn gegaan. Een museum hoort open te zijn. Het museum leeft weer.”