De plek waar een explosie is geweest, is afgetimmerd met planken. Foto: Vincent Jannink
Zelden had een kunstroof zulke vergaande diplomatieke gevolgen als de kraak in het Drents Museum in Assen. Alles, maar dan ook echt alles haalt de politie uit de kast om de gouden helm terug te vinden. Een terugblik op een dramatische week.
Ze kunnen kiezen. Of vertellen waar de helm van Cotofenesti is, of met de billen bloot en met hun naam en foto de wereld over. Justitie dreigt deze week met een ingrijpend en zeldzaam middel: het vrijgeven van de identiteit van verdachten die al in hechtenis zitten.
Het dreigement haalt niets uit. De twee mannen uit Heerhugowaard, verdacht van de grote kunstroof op zaterdag 25 januari in het Drents Museum, blijven zwijgen.
Donderdagavond publiceert de politie de namen van het duo, dat die dag ervoor is opgepakt. Binnen no time zijn Bernhard Zeeman (34) en Douglas Wendersteyt (36) wereldnieuws. „Ze hebben er zelf voor gekozen”, motiveert justitieminister David van Weel (VVD) die stap een dag later. Met de foto hoopt hij ook getuigen te bereiken die deze twee hebben gezien.
Het is echt menens. De verhouding tussen Roemenië en Nederland staat onder druk. Alles is de overheid eraan gelegen om de helm, dé Roemeense trots, hét symbool van de nationale identiteit, terug te vinden. Of is het al te laat?
Bij de kunstroof werd de helm van Coțofenești gestolen. Foto: Shutterstock
*
Het hele verhaal begint met een witte flits. Meteen gevolgd door een keiharde, doffe dreun. De knal aan de achterzijde van het Drents Museum is zo krachtig dat het raam boven de voordeur van de Oekraïneopvang aan de overkant van de Oostersingel aan diggelen ligt.
Het is zaterdag 25 januari, midden in de nacht. Een wekkerradio in een nabijgelegen appartementencomplex geeft 3.37 uur aan. „Zo laat was het volgens mijn buurman. Die was wakker geworden en keek meteen naar de tijd’’, zegt flatbewoner Jan Puper (78). Ook Puper wordt wakker van de explosie. „Ik hoorde meteen dat het geen vuurwerk was.”
De vrouw van Puper stapt na de knal snel uit bed en tuurt door het slaapkamerraam. Ze ziet niets opvallends. Niemand op straat, buiten is het stil. Minuten later is Puper alweer verzonken in een diepe slaap.
*
De Assenaar kan op dat moment niet bevroeden dat het Drents Museum, honderd meter verderop, het decor is van één van de meest ingrijpende kunstroven ooit in Nederland. Gouden erfgoedstukken uit Roemenië worden gestolen, waaronder de 725 gram zware helm. Het pronkstuk van de tentoonstelling Dacia – Rijk van goud en zilver is verzekerd voor 4,3 miljoen euro, al is dat bedrag peanuts vergelekenbij de historische waarde.
Even voor de explosie signaleert een beveiligingscamera drie in het zwart geklede figuren bij de achterkant van het museum. Zij sluipen via de omheinde daktuin richting een kuil. In dit metersbrede gat leidt een witte, betonnen trap naar beneden, naar een deur. Het is de nooduitgang van de ondergrondse expositieruimte, de grote tentoonstellingszaal die vol ligt met kostbaar goud.
Voor de nooduitgang staat een nieuwe buitendeur. Die is, op verzoek van de verzekering, speciaal voor deze tentoonstelling geplaatst. Ogenschijnlijk kost het de krakers weinig moeite om binnen te komen. Met een breekijzer wrikken ze de buitendeur los. „Op beelden zie je, en daar baalden we wel van, dat die deur redelijk eenvoudig openging”, vertelt zakelijk directeur Annelies Meuleman van het Drents Museum.
Daarna plaatsen de krakers een zwaar explosief bij de binnendeur.
Flits.
Bam.
Luttele seconden later glijden drie lichtpuntjes van zaklantaarns over de donkere wanden van de grote expositieruimte.
De plek waar een explosie is geweest, is afgetimmerd met planken. Foto: Vincent Jannink
*
Op een nachtkastje in een hotel in Brussel gaat zaterdagochtend om 4.17 uur de telefoon van museumdirecteur Harry Tupan. Hij is in de Belgische hoofdstad voor de kunstbeurs BRAFA Art Fair. Het is het hoofd beveiliging van het Drents Museum. Tupan schrikt zich een ongeluk. Niet veel later zit hij in de auto, onderweg naar Assen.
Tegen 8.45 uur is hij ‘thuis’. Hij weet dan allang wat er gestolen is. „Vanaf dat moment heb ik een steen op mijn maag. Mensen vragen hoe het met me gaat. Het gaat gewoon niet goed.” Het is een nachtmerrie, een ramp. En dat in het jaar dat hij met pensioen gaat.
*
Als de binnendeur eruit is geknald, is het een kwestie van tellen. De kunstrovers weten precies waar ze moeten zijn. Alsof ze de weg kennen. Hebben de kunstrovers de expositie vooraf bezocht? Hebben ze de plattegrond van het Drents Museum – online op te zoeken – van tevoren bestudeerd? Het zijn vragen die meegenomen worden in het politieonderzoek.
Ze nemen de helm mee, die vlakbij de opgeblazen deur staat. Trap af, een paar passen en daar ligt ie te fonkelen in een vitrine. Vervolgens richten de rovers zich op de zware, gouden armbanden, halverwege de museumzaal. Ook deze pronkstukken, elk verzekerd voor ongeveer een half miljoen euro, ontvreemden ze.
Drie minuten na de explosie vertrekken de krakers met een buit van 6 miljoen euro. In een gestolen Volkswagen Golf racen ze de stad uit richting Rolde, een rit van ruim tien minuten. Daar steken ze de vluchtauto onder een viaduct in brand. Als de politie arriveert, ontbreekt van de verdachten ieder spoor.
*
De nachtportier van hotel De Jonge, gelegen aan De Brink, is zaterdagochtend even na half vier één van de eersten die bij het Drents Museum komt. Hij hoort de knal, inspecteert het hotel om te kijken of alles goed is en neemt vervolgens poolshoogte bij het museum. De portier ziet vrijwel niets door de enorme rookpluim die na de explosie rondzweeft.
Roemeense media tijdens de heropening van het Drents Museum na de kunstroof. ANP/Jeroen Jumelet
*
Als die dampen zijn opgetrokken, is Assen wereldnieuws. Koud terug uit Brussel belt Harry Tupan ‘s ochtends tegen tienen met Ernest Oberländer-Târnoveanu, directeur van het Nationaal Historisch Museum in Roemenië. Het is geen leuk gesprek. „Hij wist weinig te zeggen. Ik was al dankbaar dat ik niet te veel moppers kreeg”, zegt Tupan.
Een internationale rel is ontketend. De Roemeense premier Marcel Ciolacu beklemtoont dat de gestolen helm het land nooit had mogen verlaten. Hij overweegt een ‘ongekende schadevergoeding’ in te dienen. Binnen de Roemeense overheid rijzen twijfels over de beveiliging in het Drents Museum. Museumdirecteur Oberländer-Târnoveanu wordt ontslagen.
Ondertussen tuigt de politie een team van specialisten op. Ook wordt samengewerkt met Europol en Interpol. Kenners, zoals kunstdetective Arthur Brand, zeggen dat de eerste 72 uur na een roof cruciaal zijn. De dagen tikken voorbij. Zondag. Maandag. Dinsdag.
Harry Tupan staat de pers te woord. Foto: Marcel Jurian de Jong
*
Blije gezichten in hotel De Jonge. Na de roof is het hotel, schuin tegenover het museum, volgestroomd met verslaggevers van alle denkbare Roemeense media. Woensdagmiddag 29 januari is de stemming onder de journalisten opgetogen. Er zijn mensen opgepakt in Heerhugowaard. Het gaat om, zo blijkt een dag later, Bernhard Zeeman, eerder veroordeeld voor een brute woningoverval, Douglas Wendersteyt en een nog onbekende vrouw. Justitie gaat ervanuit dat dit trio in de vroege ochtend van 25 januari in het Drents Museum is geweest. Eindelijk kan de politie resultaten laten zien.
Uit het onderzoek blijkt dat de drie dieven steken hebben laten vallen. „Er zat heel veel werk in de roof, dat is wel duidelijk. Maar de uitvoerders hebben wel fouten gemaakt die ons hebben geholpen”, zegt officier van justitie Debby Homans. De drie komen in beeld door een combinatie van sporenonderzoek op een tas met kleding die door de daders wordt gedumpt in Assen-Oost, telecomgegevens van zendmasten op locaties waar de verdachten zijn geweest en camerabeelden.
Ook laten de verdachten een voorhamer, moker en breekijzer achter in het water rond het museum. De gereedschappen leiden de recherche al snel naar de Praxis in Assen, waar een beveiligingscamera twee dagen voor de goudroof een vierde verdachte haarscherp vastlegt. Deze man, met opvallende bril, is nog spoorloos.
*
Vrijdag opent het Drents Museum weer zijn deuren na de roerigste week in het 170-jarig bestaan. Het personeel van het museum krijgt een hart onder de riem gestoken. Het meest wordt Tupan geraakt door de bezoekers. „Een oude vrouw begon te huilen en zei dat ze het zo erg vond. Twee jongens van 13 jaar kwamen langs om een bosje bloemen te brengen.”
Maar de helm is nog foetsie.
Het Drents Museum in de ochtend na de goudroof. Foto: Marcel Jurian de Jong