Razendsnelle gifslakken en onbuigzame nonnetjes. Natuurjournalist Koos Dijksterhuis uit Groningen schreef een lijvig boek over de wonderlijke wereld van de schelpen
Schelpen zijn er in veel soorten en maten. Foto uit besproken boek
De Groninger natuurjournalist Koos Dijksterhuis schreef een lijvig boek over de wonderlijke wereld van de schelpen. Schitterende sculpturen, gemaakt door een snotterend weekdier.
De gemarmerde kegelslak is zeer giftig. Wie wordt geraakt door een pijtje van de slak, kan dat lang niet altijd navertellen. Foto uit besproken boek
De pechvogel die op een tropisch strand een glinsterende gemarmerde kegelslak op pakt of aanraakt, loopt een gerede kans dat niet te overleven. De levensgevaarlijke slak vuurt via een lange slurf een minuscuul pijltje met een dodelijk gif af, waarvoor geen antiserum bestaat. Er zijn 36 sterfgevallen door een steek van een kegelslak bekend, maar vermoedelijk zijn er veel meer mensen aan bezweken, schrijft de Groninger natuurjournalist Koos Dijksterhuis in Noordkrompen, Zee-engelen en koffieboontjes - een schelpenboek. Daarmee doen deze slakken qua gevaar dus weinig onder voor de beruchte Taipan, een koraalslang, en de dooskwal. Dat laatste beestje zorgt in Zuidoost-Azië jaarlijks voor meer dan honderd dodelijke hartaanvallen onder nietsvermoedende zwemmers.
Dijksterhuis (1962), die als 8-jarige op Schiermonnikoog de basis voor zijn levenslange schelpenverslaving legde, verklaart ook waarom de slak is uitgerust met zo’n snelwerkend vergif. Dat is eigenlijk bedoeld om zijn prooien – zoals visjes – snel te doden of tenminste te verlammen, zodat de slak ze kan verschalken. Dat doet het dier op een tamelijk lugubere manier, die overigens bij meer schelpen gangbaar is. Nadat een prooi is uitgeschakeld, stulpt hij zijn rekbare maag naar buiten en omhult het slachtoffer. Vervolgens graaft de slak zich in op de zeebodem om zijn maaltje rustig te verteren. De graten worden na verloop van tijd uitgespuugd.
Gek van schelpen
Maar dat is niet alles. De schrijver – je bent gek van schelpen of je bent het niet, Dijksterhuis hoort overduidelijk bij de eerste categorie – heeft ook nog uitgezocht hoe kegelslakken hun pijltjes met enorme snelheid door het water schieten. Amerikaanse onderzoekers vonden uit dat de snelste pijltjes van de kattenkegelslak met bijna 90 kilometer per uur (25 meter per seconde) het water doorklieven.
De snelheid doet die van sommige vuurwapens verbleken, noteert Dijksterhuis. De pijl krijgt volgens hem een versnelling mee van 280 tot 400 kilometer per uur waardoor hij in een fractie van een seconde zijn topsnelheid bereikt. Dat is bijna tien keer zo snel als een 9millimeterkogel uit een semiautomatisch Beretta 92S-pistool. Niet gek voor een slak.
Waarom is al dat geweld trouwens nodig in de serene onderwaterwereld, vraag je je af. Wel, noteert de schrijver, door die overkill kan een vis op slag worden gedood of ernstig worden verlamd. Dan laat hij het wel uit zijn hoofd om nog een zwiep met zijn staart te geven, waardoor hij een meter wegschiet, alvorens de geest te geven. In dat geval is de kans groot dat een andere rover de prooi wegkaapt en de slak met lege handen achterblijft.
Zeestromingen
Maar er is wel meer in de wereld van de schelpen, slakken en mossels dat de verwondering wekt. Zo legt Dijksterhuis uit waarom hij op Schiermonnikoog vooral de linkerklep van de Noordkromp vindt. De zeestromingen in ons deel van de wereld hebben kennelijk minder grip op de rechterklep van die schelpensoort.
Dat blijkt uit onderzoek. Zo liet schelpenprof Jan Lever van de Vrije Universiteit in Amsterdam zijn studenten in 1962 en 1963 namaakschelpen in zee gooien en keek vervolgens waar die aanspoelden en terug werden gevonden.
In de jaren 90 werd dat onderzoek nog een keer herhaald met rechter- en linkerschoenen. Op Texel bleken meer linker- dan rechterschoenen aan te spoelen, terwijl op de Shetlandeilanden meer rechterschoenen op het strand werden teruggevonden.
En weet u trouwens waaraan het nonnetje, de algemeenste schelp die op onze stranden aan de Noordzee en de Waddenzee aanspoelt, zijn naam dankt? Vissers en andere zeelieden die op zee schelpen aten, kregen die schelpen niet open en gaven ze naar verluidt de naam nonnetje.
Amerikaanse zwaardscheden
Exoten komen natuurlijk ook aan bod. Zoals de lange en scherpe Amerikaanse zwaardscheden die onze stranden overspoelen. Rond 1980 doken die voor het eerst op aan de Nederlandse kust. Inmiddels hebben ze alle kustwateren gekolonialiseerd, van het Zwin in Zeeland tot de Eems in Groningen.
Oesterboorder
Gevreesd is de Amerikaanse oesterboorder, die met oesterbroed is ingevoerd en berucht is bij de oesterkwekers. Die schelpen boren gaatjes in oesters en vreten ze vervolgens op.
Minder goed verging het de eveneens uit de VS afkomstige Zuiderzeekrab, die in de negentiende eeuw met schepen uit Amerika naar ons deel van de wereld meereisden. Ze leefden in de brakke wateren van de Zuiderzee, totdat die in 1932 werd afgedamd. Nu komt het dier vrijwel alleen nog voor in het Noordzeekanaal en in het Eemskanaal in Groningen.
Dijksterhuis beschrijft in zijn bundel hoe mensen door de eeuwen heen schelpen niet alleen mooi vonden en verzamelden, ze gebruikten ze ook als decoratie – denk aan de schelpengrot op landgoed Nienoord. In 2004 werden in een grot in Zuid-Afrika op 20 kilometer van de zee veertig kralen gevonden, vervaardigd uit schelpen. Het zijn kleine, ronde, stevige zeeslakkenhuizen van de fuikhoren. De kralen zijn 75.000 jaar oud.
Nog ouder zijn de kralen die in 2007 werden aangetroffen in een grot in Oost-Marokko. Deze schelpenkralen zijn gedateerd op een ouderdom van 82.000 jaar en daarmee de oudste tot nu toe gevonden sieraden.
Schelpen als betaalmiddel
Schelpen dienden in het verleden ook als betaalmiddel. In China, India en Siam (het huidige Thailand) werd eeuwenlang gehandeld met behulp van schelpengeld. Vaak waren het kauri-schelpen die daarvoor werden gebruikt. Ze kwamen vooral van de Malediven, waar eilanders ze kweekten aan matten die ze in het water hingen.
Onze eigen VOC voer met scheepsladingen kauri’s de zeeën rond. Veel gingen er naar West-Afrika. Ze werden daar onder meer gebruikt in de mensenhandel. Schelpen werden geruild voor slaven. In 1670 kostte een tot slaaf gemaakte Afrikaan 10.000 kauri’s. De koers van de kauri stortte begin 19de eeuw in, toen president Thomas Jefferson een verbod afvaardigde op de invoer van slaven in Amerika. Na die tijd namen munten de rol van het schelpengeld over.
Schelpen kregen in het verleden, net als allerlei planten en andere dieren, bijwerkingen toegedicht die de gezondheid en vruchtbaarheid zouden bevorderen. Aan oesters kleeft tot op de dag van vandaag een erotische associatie, de parel erin zou zelfs symbool staan voor de clitoris, aldus Dijksterhuis.
Volgens de Groningse publicist is het allemaal onzin: het enige aangetoonde medische effect van oesters zijn cholera en andere ingewandstoornissen, na de consumptie van besmette en bedorven exemplaren.
Knotsvormig uiteinde
Behalve oesters roepen ook andere schelpen erotische associaties op. Zo is daar de weverspoel, een schelp uit de tropische wateren van Zuidoost-Azië, waarin sommigen een vagina herkennen. In die zelfde contreien vind je de Verpa penis, een 12 centimeter lange, dunne schelp met een knotsvormig uiteinde.
Mensen kunnen wel degelijk ook iets leren van schelpen. Zo ontrafelden wetenschappers de geheimen van mossellijm, waarmee die dieren zich aan stenen oppervlakten vasthechten. Het heeft een gigantische kleefkracht, ook in een zoute of zilte omgeving. Tegenwoordig gebruiken medici een nagebootst goedje om zeer effectief botsplinters of inwendige wonden te lijmen - wat vaak beter werkt dan hechten. Nagemaakte mossellijm lost na enige tijd vanzelf op, zodat de gelijmde weefsels keurig aan elkaar groeien.
Scan Gerdt van Hofslot. Noordkrompen, zee-engelen en koffieboontjes, een schelpenboek, Koos Dijksterhuis
Titel Noordkrompen, Zee-engelen en Koffieboontjes - een schelpenboek