Gespreksleider Arjen Dijkstra, hersenwetenschapper André Aleman en filosofe Marjan Slob tijdens de Nacht van de Filosofie. Foto Geert Job Sevink
Geert Job Sevink
De Groningse Nacht van de Filosofie trok 600 bezoekers. Het Groninger Forum zat bomvol met mensen die, geïnspireerd door tal van sprekers en denkers, nadachten over het denken zelf. De ervaringen van één van hen.
Daar sta je dan, opeens opgezadeld met een half uur pauze. Je wilde naar Zaal 1, waar Ignaas Devisch spreekt over empathie. ,,Sorry, de zaal is vol. De mensen zitten zelfs op de grond”, zegt de jongen bij de ingang. Ook in de andere vier zalen is net een nieuw programmaonderdeel begonnen. En het is overal druk. Eigenlijk is het een wonder dat je tot nu toe alles hebt kunnen zien wat je wilde, op de Nacht van de Filosofie.
Wat nu? Je mobieltje checken? Dat pas niet op een avond (want een nacht willen al die Nachten maar niet worden) die als thema ‘online/offline’ heeft meegekregen. Denken doe je niet in 280 tekens. Of op Facebook of Instagram. Daar ben je alleen maar bezig met het ‘hypen van je eigen leven’, heb je net gehoord van Arjen Kleinherenbrink en Simon Gusman. Dan maak je een avontuur van iets dat helemaal geen avontuur is. Want avonturen bestaan niet.
Daar hebben de twee jonge, Nijmeegse filosofen onlangs een boek over geschreven. Films, reclames, sociale media: we zijn tegenwoordig meer dan ooit verslaafd aan avonturen, vertelden ze. En dat levert een enorme psychische druk op: ons leven moet en zal een avontuur zijn en alles wat we meemaken, wringen we in het script. Om het maar betekenisvol te maken. Alledaagsheid en toeval mogen niet meer bestaan. En als het niet lukt om van je leven iets episch te maken dan is dat je eigen schuld.
,,Daarom is onze zucht naar avontuur gevaarlijk”, zeiden ze. Bovendien: als je gaat denken in avonturen grijp je terug op een verhaalstructuur die politiek ingezet wordt als propaganda, waarbij je de ander als absoluut kwaad kunt zien. En, vertelden ze, filosofisch is de avontuur-ideologie ook nog eens paradoxaal. Want als alles avontuurlijk is, dan is het avontuur het nieuwe alledaagse. Kortom: avonturen bestaan niet en dat is maar goed ook.
Overigens waren de twee een paar minuten te laat voor hun lezing omdat ze aanvankelijk bij het nieuwe Groninger Forum in aanbouw stonden. En hun hotel was onvindbaar. En ze werden afgeleid door een winkeletalage. Kortom, ze hadden al de nodige Groningse avonturen beleefd, alvorens ze het avontuurdenken konden aanpakken. ,,Het avontuur is geen structuur in de werkelijkheid zelf”, concludeerden ze desondanks.
Waarna je toch even ging twijfelen. Want hoe zat het filosofisch ook al weer met die ‘werkelijkheid zelf’...?
Hoe dan ook, wat doe je dan, daar bij Zaal 1, wachtend op de volgende lezing, over de filosofische dimensie in de romans van Haruki Murakami? Een gesprek aangaan met de spin, die je tegen de trap ziet kruipen? Dat adviseerde dierfilosofe Eva Meijer, aan het eind van haar veel te korte praatje (20 minuten is echt te weinig voor veel onderwerpen). ,,Andere dieren spreken tegen ons en wij luisteren maar zelden.” Maar wat doe je met een spin die geen sjoege geeft?
Meijer had verteld over recent onderzoek naar dierentalen. ,,Vleermuizen maken heel veel ruzie en houden erg van roddelen”, zei ze bijvoorbeeld. En: ,,Taal is door filosofen vaak gezien als het ravijn tussen mensen en andere dieren.” Maar dieren blijken ook over geavanceerde taalsystemen, inclusief grammatica’s, te beschikken, zo blijk uit recent onderzoek. ,,Dat heeft morele consequenties voor onze relatie tot dieren. Hoe we over dieren denken is sterk verbonden met hoe we ze behandelen.”
Ja maar..., dacht je toen, ja maar... Gelukkig problematiseerde Meijer zelf nog snel even de begrippen ‘taal’ en ‘dier’, waardoor we weer echt konden nadenken over het denken zelf. Want is het wel taal dat ons onderscheidt van andere dieren? Heeft dat niet meer met bewustzijn te maken? Of is dat nu juist een hersenspinsel? Je kwam net bij filosofe Marjan Slob en hersenwetenschapper André Aleman vandaan, die onder meer daarover een zeer vriendelijk en wellevend gesprek voerden.
,,Jullie zijn het op een bepaalde manier erg met elkaar eens”, constateerde gespreksleider Arjen Dijkstra. Het ging erover of we relevante dingen kunnen meten in de hersenen (’natuurlijk’) en of wij ons brein zijn (’nee’). ,,Vaak worden metingen door hersenwetenschappers als keiharde werkelijkheid de wereld in gespoten”, zei Slob. Ze vroeg of we alsjeblieft een beetje subtieler wilden nadenken over die metingen.
Want de vooronderstellingen waarmee gemeten wordt, bepalen mede de metingen zelf. En: ,,Je kunt niet meten dat twee mensen exact hetzelfde denken.” Daar was Aleman het mee eens, al kun je wel exact dezelfde patronen meten in hersenactiviteit bij verschillende mensen. ,,Maar wat zegt dat”, vroeg Slob. En zo kabbelde deze gedachtenwisseling over ons denken op aangename wijze voort, tot het tijd werd om richting Zaal 1 te gaan.
Nog tien minuten tot Murakami en je kijkt naar de plastic dop van je pen. Wat is de dopheid van de dop, denk je, met Heidegger in gedachten? Is dat de leegte die de punt van de pen omvat? Of is dat het plastic zelf? ,,Plastic is als materiaal subliem”, had Elize de Mul beweerd in haar lezing . Vandaar dus deze gedachten over een pen. ,,Plastic maakt de mens tot een tragisch subliem wezen.” Subliem omdat plastic als materiaal staat voor de maakbaarheid van de wereld en tragisch vanwege de plastic soep die de wereld bedreigt.
Dan gaat Zaal 1 open en stromen de mensen naar buiten. Je groet een bekende en als de stroom is opgedroogd, vloei je in een tegengestelde beweging op een nieuwe stroom mee naar binnen. ,,In de romans van Murakami ervaren de personages een sterke gespletenheid”, vertelt Ype de Boer. Hij is filosoof en heeft een boek over die gespletenheid geschreven. Bij Murakami ontstaan er altijd meerdere werkelijkheden, die niet op elkaar passen, en die de logica in de war schoppen.
De Boer vertelt over alledaagse levens van personages die geen werkelijk contact hebben met de mensen om zich heen en streven naar harmonie en zelfbehoud. Waarna er iets gebeurt waardoor er een kloof ontstaat met hun dagelijkse routine: de nieuwe werkelijkheid past niet meer op de oude en dat vraagt om een transformatie. En je denkt: dat is toch gewoon de basisstructuur van het menselijk bewustzijn? En van het avontuur? Van het sublieme? En van alle kunstwerken? Van het denken? En van het denken over denken?
De Boer zegt het in Zaal 1 zo: ,,Waar Marukami filosofisch het meest interessant is, wordt die gespletenheid van het bestaan geaccepteerd en het ideaal van een waar zelf losgelaten. Daar geven de personages zich over aan de stroom.” En je denkt: is dit waar je op gewacht hebt?