Mick La Rock is een van Europa's eerste en bekendste vrouwelijke graffitikunstenaars. Foto: Corné Sparidaens
Graffiti straatvervuiling? Het is maar net met welke bril je ernaar kijkt, vindt Aileen Middel, alias Mick La Rock of Mickey. Ze is een van Europa’s eerste vrouwelijke en beroemdste graffitikunstenaars en timmert ook aan de weg als beeldend kunstenaar, onder meer met manshoge, kleurrijke muurschilderingen. ,,Ik ben er nog niet.”
Groningen, 1984. De stad ligt er uitgewoond bij, verf bladdert van slecht onderhouden herenhuizen, en overal is graffiti te zien. Daar fietst de dan 14-jarige Aileen Middel elke dag naar school en ze is gefascineerd door de namen die ze onderweg op de muren leest. Pinox, Hartax, Vanda, Pizza, Henkes, het spreekt tot haar verbeelding. Wat zijn dat voor mensen, die dat soort namen schrijven?
Dat wil ze ook.
Aileen noemt zichzelf in die tijd Mickey. Ze draagt, net als zoveel jonge meiden, kleding met Mickey Mouse erop. Haar bijnaam gaat een eigen leven leiden. De buren noemen haar Mickey, de meiden in de bakkerswinkel vragen haar: ‘Hé, Mickey, wat mag het zijn?’. Ze maakt tekeningen, ze schrijft het op haar jasje en daarna ook in de Groningse straten: Mickey. En ja, Mickey is een meisje, als enige in de Groningse hiphopscene. Maar ze groeit uit tot een grote naam in Europa en New York.
Een piece van Mickey op het Martinikerkhof in Groningen, 1986. Foto: Aileen Middel
Hoe hield je je toen staande in zo’n jongenscultuur?
Aileen: ,,Voor mij was het gewoon klip en klaar dat ik dit wilde doen. En ja, ik hoorde bij de jongens, in die tijd was het niet zo dat je je ook echt als vrouw kon profileren binnen de graffiti, dus ik deed stoer mee. Mijn enige voorbeeld was Lady Pink, en die naam zegt het al, dat was heel vrouwelijk. Zo was ik niet, ik was gewoon Mickey. Ik heb er ook nooit last van gehad dat ik de enige vrouw was in een mannenwereld. Ik was one of the guys.”
,,Ik moest als meisje denk ik wel wat harder werken om gezien te worden. En dat heeft mij gebracht waar ik uiteindelijk gekomen ben, ook op internationaal niveau. Omdat ik ook echt wel goede graffiti maakte. Nu is dat gelukkig heel anders, veel meer meiden maken graffiti. Ik hoop ook echt dat ze zich niet laten tegenhouden.”
Haar werk hang ook in het Groninger Museum
Vanaf diezelfde jaren tachtig wordt de waarde van graffiti en streetart ook erkend in de kunstwereld. Het is museumdirecteur Frans Haks van het Groninger Museum die in 1992 New Yorkse graffitiartiesten naar Groningen haalt met een grote tentoonstelling in het museum. Dat was pionierswerk, want wereldwijd was het Groninger Museum een van de eersten die graffiti in de collectie opnam.
En zo komt Aileen met de New Yorkers in aanraking. Ze vindt Amerika sowieso fascinerend en ze zal er in de jaren negentig nog vaak komen voor de graffiti. ,,In de graffitiwereld ben ik nog altijd Mickey”, vertelt Aileen. Onlangs schreef ze de naam nog op een muur vlak bij het station onder het Emmaviaduct in Groningen, samen met Quik (Lin Felton), een bekende graffitiartiest uit New York. Aileen heeft inmiddels naam gemaakt als een van Europa’s eerste en bekendste vrouwelijke graffitikunstenaars. ,,Ik kan in Hamburg niet over straat zonder dat iemand mij herkent.”
Een piece van Mickey in Williamsburg, Brooklyn gemaakt in 1994. Foto: Aileen Middel
Alles goed en wel, maar graffiti spuiten is vaak illegaal. Hoe kijk je zelf naar graffiti? Is het vandalisme, is het kunst?
,,Graffiti heeft meerdere lagen. Het is een communicatievorm, het is beeldende kunst. Je hebt tags (gestileerde handtekening, red.) en pieces (uitgewerkt, gestileerd kunstwerk, red.) op straat. Je hebt spuiters op treinen, vaak illegaal, en mensen die op legale plekken spuiten. En dan heb je de post-graffiti van jongens die het allemaal kunnen en dan door de traditionele regels breken. Die halen vaak het museum.”
,,En ja, dan heb je ook nog een kleine minderheid die het doet om zich af te zetten tegen de maatschappij. Maar de meeste graffitischrijvers doen het omdat ze het leuk en mooi vinden. Al zit er natuurlijk wel een rebelse laag in. Ik zou ook niet blij zijn als iemand een tag op mijn deur zet. Tenzij het Banksy is natuurlijk, dan zou ik de deur meteen naar de veiling brengen.”
‘Graffiti: de domste vorm van criminaliteit’
,,Gelukkig leven we in Nederland, waar bij graffiti vaak wordt gedacht: ‘goh, vervelend’. In Amerika kun je als graffitischrijver zo in de gevangenis belanden. En eigenlijk is het de domste vorm van criminaliteit, want we overtreden wel het Wetboek van Strafrecht, maar zonder enig financieel of materieel gewin. We zijn niet als drugsdealers of inbrekers. En het kost ons alleen maar geld.”
,,Graffitispuiters zijn eigenlijk net als hondjes, die tegen een boom hun plasje doen. Een volgende plast er dan weer overheen. Zo communiceren we ook met tags en pieces. Iemand die graffiti schrijft heeft ook een ontwikkeling doorgemaakt om het zo esthetisch mogelijk te maken. Maar, ja, het illegale zit wel in de graffiticultuur.”
Muurschildering van Mick La Rock op een bibliotheek in Lübeck, Duitsland. Foto: Aileen Middel
Wat is het spannendste dat jij zelf hebt meegemaakt op straat?
,,Ik vertelde laatst al eens bij RTV Noord over hoe we in New York bij het spoor graffiti gingen spuiten en toen niet op tijd weg konden komen toen er een trein aankwam. We moesten eronder duiken, dat was de enige optie. En vlak daarna gebeurde het nog een keer. Dat was heel heftig.”
,,Maar later dacht ik: nee, dat was niet het heftigste wat ik ooit heb meegemaakt. Dat is hier gewoon in Groningen op het Helperspoor gebeurd, in mijn tienertijd. Je had toen een groot rangeerterrein in Groningen-Zuid. Daar stonden van die houten goederentreinen, daar gingen we wel hangen en graffiti spuiten. Het was een rustige plek en we keken altijd goed uit.”
,,Ik was daar met een jongen die we Orea noemden, omdat hij dat altijd schreef. We liepen daar langs het spoor, je moet het zien als tieners die aan het buitenspelen waren. Zoals kinderen ook wel op het dak van de school klimmen. Ik weet nog, het was een heel warme zomermiddag, en er reed een kleine locomotief van de NS over het rangeerterrein. Dat was ongebruikelijk. Dus wij waren al op onze hoede.”
‘Wij zijn beschoten door een machinist’
,,De loc stopte en wij bukten een beetje. Die machinist had ons gezien, dat was duidelijk. Wij kijken naar hem, en hij klimt op de locomotief met een geweer in zijn handen. Wij keken elkaar aan: heeft hij écht een geweer? We zijn gaan schuilen achter een elektriciteitskast die naast het spoor staat. En terwijl wij erachter doken, schoot hij op ons. Ja, echt, wij zijn beschoten op het Helperspoor door een machinist.”
,,Ik heb het nooit aan iemand verteld, want wij mochten daar natuurlijk ook niet rondhangen, dus je gaat dat ook je ouders niet vertellen of de politie. Maar jeetje, wat als het raak was geweest? Dan was een gezin misschien wel een kind kwijtgeraakt. Ik heb heel lang getwijfeld of het wel echt gebeurd was, maar in mijn studententijd ben ik nog eens teruggegaan en toen zag ik die kogeldeuken nog in het kastje zitten.”
Muurschildering op een gebouw van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Foto: Alexander Santos Lima
Van kleuterjuf tot kunstenaar
De illegale tijd is voorbij, Aileen ziet zichzelf tegenwoordig liever als beeldend kunstenaar Mick La Rock, een naam die ze in 2005 aannam. Ze maakt grote muurschilderingen met abstracte figuren met veel kleuren. Als je goed kijkt, herken je nog de vormen van de kunstige graffitiletters in de New Yorkse stijl waarmee ze bekend werd. Ook maakt ze installaties van houten panelen die aan kettingen hangen.
Ze maakt inmiddels kunst over de hele wereld, maar kunstenaar worden ging niet vanzelf. Aileen begon haar carrière na school als kleuterjuf. ,,Ik had graag naar de Academie Minerva gewild, de kunstacademie. Maar ik had toen zoveel wilde haren dat mijn ouders mij dat afraadden. Ze zeiden: ‘Je bent zo goed met kleine kinderen, ga de pabo maar doen’. Ik had al zo vaak niet naar ze geluisterd, dat ik dat toen maar een keer wel heb gedaan.”
,,Daarna ging ik de wijde wereld in. Naar Amsterdam, waar ik voor de kleuterklas stond, en in de vakanties naar New York voor de graffiti. Maar ik wist al op de pabo in Groningen dat ik in het onderwijs nooit honderd procent gelukkig zou worden.”
‘Ik kocht een schol en maakte er een kam van’
Ze waagde de sprong, werd ondernemer en schreef zich in voor de Rietveld Academie in Amsterdam. ,,Heel voorzichtig, voor het oriëntatiejaar. Ik was toen 34. Dat was een van de beste jaren van mijn leven, omdat ik eindelijk de voeding en de uitdaging kreeg die ik zo nodig had. Op de pabo kregen we ook wel beeldende vorming. Moesten we een kam maken. Ik mag niet oneerbiedig zijn maar die studenten daar waren zo voorzichtig. Terwijl ik een schol op de markt kocht, die half liet fileren en de rest in kunsthars goot. Kon je je haar kammen met de graten.”
Een van de werken waar Aileen het meest trots op is: de plafondschildering in parkeergarage Our Domain in Amsterdam. Foto: Marco Buddingh
Aileen moest, net als met de graffiti, helemaal haar eigen pad banen. ,,Na het oriëntatiejaar werd ik toegelaten tot de avondopleiding. Maar ja, toen werd ik zwanger, dat ging niet. Mijn docenten lieten me toen meedoen op de privéopleiding. Dan liet ik de baby twee uurtjes bij mijn man en ging ik kunstonderwijs volgen, op het niveau van de Rietveld Academie. Daar heb ik me echt verder ontwikkeld. Ik miste het papiertje wel, maar mijn docenten zeiden: ‘Er zijn meer wegen die naar Rome leiden, jij komt er wel’. Al kan ik best wel onzeker zijn over mijn kunst.”
Ze krijgt steeds meer erkenning uit de kunstwereld en daarmee kan ze nieuwe uitdagingen aangaan. ,,Ik ga in Rotterdam een muurschildering maken in een techniek die nog niet eerder is gebruikt. En ik zou nog heel graag eens iets doen met vrachtwagens en auto-onderdelen. Autobanden, wielen, autodeuren, noem maar op. Maar dan heb ik een heel grote werkruimte nodig, dat past niet in mijn ateliertje.”
Het werk 'Style Wars' van Mick La Rock werd aangekocht door het Groninger Museum. Foto: Aileen Middel
Waar ben je tot nu toe het meest trots op?
,,Een plafondschildering in parkeergarage Our Domain in Amsterdam Holendrecht. Daar kwam heel veel meetwerk bij kijken. Trouwens ook vorig jaar bij een project voor de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Bij zulke projecten denk ik echt: nu ga ik als kunstenaar ergens naartoe. Maar ik ben er nog niet.”
Ze denkt even na. ,,Nee, de grootste erkenning vind ik toch dat het Groninger Museum, in mien old stadje, een werk van mij aankocht in 2021. Dertig jaar na de grote tentoonstelling met de New Yorkers! Ik vind dat een privilege.”
Aileen Esther Middel, dochter van een Groningse vader en Friese moeder, werd geboren begin 1970 geboren in Groningen. Toen ze 10 was, verhuisde het gezin naar Tilburg, om na vier jaar weer in Groningen terug te keren. In haar tienertijd ontdekte ze hiphop, breakdance en graffiti. Nadat ze rapte op een hiphopparty van het VPRO-radioprogramma De Wilde Wereld, kreeg ze ook in de Groningse scene meer contacten. Via het Groninger Museum leerde ze de New Yorkse graffitiartiesten kennen. Ze werkte zich ook in de Amsterdamse graffitiscene op tot een bekendheid. In 2013 mocht ze in het Stedelijk Museum in Amsterdam een muurschildering maken voor een tijdelijke expositie. Ze was ook gastconservator van Graffiti. New York meets The Dam in het Amsterdam Museum in 2015-2016 en samen met stichting Kladmuur Graffiti in Groningen in het Groninger Museum in 2021-2022. Verder maakt ze zich hard voor bescherming en bekendheid van straatkunst, zoals een muurschildering van Keith Haring in Amsterdam, die jarenlang met aluminium platen was bedekt. Het Groninger Museum heeft in 2021 een werk van haar aangekocht. Aileen woont met man en zoon in Amsterdam. Een overzicht van haar werk is te vinden op micklarock.com.
Aandacht voor graffiti in Groningen
In oktober, tijdens de Maand van de Geschiedenis, is het archief van Stichting Kladmuur overgedragen aan de Groninger Archieven. Kladmuur is een stichting die zich inzet voor behoud van verhalen en objecten uit de Groningse subculturen uit de jaren tachtig. De muurschildering onder het Groningse Emmaviaduct van Mickey en Quik vormde hiervan het startpunt. Op 25, 26 en 27 oktober is er in Groningen de internationale Tag Conference, met lezingen en activiteiten bij Academie Minerva en Museum aan de A. Ook is er een documentaire in de maak over de pioniersjaren van de Groningse graffitiartiesten, die op 9 november in première gaat. Meer informatie op: thetagconference.com.