Tymo Muus (36) uit Wilhelminaoord legt in levenswerk verborgen wereld van 1694 microvlinders vast: ‘Mensen zijn verbaasd over de hoeveelheid soorten in Nederland’
Tymo Muus in zijn tuin in Wilhelminaoord waar hij met zijn felle vlinderlamp ruim 1100 verschillende soorten microvlinders onderzocht. Foto: Wilbert Bijzitter
Wie de afgelopen jaren een avondwandeling maakte door Wilhelminaoord, moet zich er weleens over hebben verbaasd: een felle bouwlamp die midden in een achtertuin scheen. Voor voorbijgangers een raadsel, voor Tymo Muus (36) het middelpunt van zijn jarenlange onderzoek dat uiteindelijk leidde tot een monumentaal tweedelig boek. Onlangs verscheen het boek: Handboek Motten – Alle microvlinders van Nederland en België, waarin maar liefst 1694 soorten door Muus zijn vastgelegd.
Muus, biologiedocent en macrofotograaf, bestudeert al meer dan twintig jaar nachtvlinders, microvlinders in het bijzonder. Toen hij in Wilhelminaoord kwam wonen, werd het tijd om het serieus aan te pakken. „Ik heb de tuin omgevormd tot een gecontroleerd wild geheel”, vertelt Muus.
„Meer wilde planten, minder maaien. Dan krijg je uiteindelijk meer insecten en soorten in je tuin. En dan kun je dus gewoon onderzoek doen in je eigen tuin.” Een aanzienlijk deel van de microvlinderwaarnemingen uit zijn boek deed hij dan ook gewoon thuis. Het boek is het meest complete en uitgebreide werk over de microvlinders voor Nederland en België.
Twee dikke delen
Hoewel het werken aan het boek veertien jaar in beslag nam, gaat de fascinatie van Muus voor de motten veel verder terug. „Het onderzoek doe ik eigenlijk al mijn hele leven. Maar het intensieve werk voor het boek ben ik begonnen toen ik achttien was. Ik ben nu net 36, dus het heeft me dertien tot veertien jaar gekost om het te schrijven. Dat komt ook omdat er zoveel soorten zijn.”
De zwartwitmot. Foto: Tymo Muus
Dat blijkt uit het eindresultaat: twee dikke delen, vol foto’s, beschrijvingen en verspreidingsgegevens. Van de 1694 soorten fotografeerde Muus er zelf ruim 1100. „Dat was echt zoeken”, zegt hij. „Een kwestie van op zoek gaan naar de plant en dan hopen dat je op die plek van de plant ook de soort vindt. Dat was een flink werkje. Mensen vergelijken het wel eens met Pokémon Go: ik had steeds lijstjes met soorten en kon het niet laten om eropuit te trekken.”
Ontdekkingen in eigen tuin
Zijn onderzoek bleef niet zonder verrassingen. In zijn eigen tuin ontdekte Muus onder andere twee soorten die nog nooit eerder in Drenthe waren waargenomen: het zilveroogje en de eikelspaandermot. Landelijk wist hij zelfs negen soorten te vinden die nog niet eerder in Nederland waren gemeld. „Die vond ik vooral in Zuid‑Limburg, langs de kust in Zeeland en één soort in Drenthe, bij Emmen in het Bargerveen. Die was niet nieuw, maar wel herontdekt.”
De vlinder op de voorkant van zijn boek is extra bijzonder. „Dat is een parelmotsoort met zilveren vlekjes en oranje tinten. Die heb ik nieuw voor Nederland gevonden. Hij is mooi, bijzonder en heeft qua kleur een duidelijke Nederlandse uitstraling. Daarom staat hij op de voorkant.”
De parelmotsoort met zilveren vlekjes en oranje tinten prijkt op de voorkant van het boek. Foto: Tymo Muus
Voor Muus draait het boek niet alleen om soortenkennis, maar ook om bewustwording. „Veel mensen zijn verbaasd over hoeveel microvlinders we in Nederland hebben. Terreinbeheerders, hoveniers, boswachters en ecologen gebruiken het boek inmiddels. En ik krijg veel reacties op de inhoud.”
Microvlinders spelen volgens Muus een veel grotere rol dan vaak wordt gedacht. „Ze zijn belangrijk voor bestuiving, onkruidbeheer en als voedsel voor andere dieren.” Zelfs beruchte soorten hebben een verhaal. In 2007 determineerde, de toen nog puber, Muus de eerste buxusmot in Nederland. „Toen dachten we nog dat die wel weer zou verdwijnen. Maar dat is anders gelopen. Onder nachtvlinderkenners werd hij populair, bij veel tuinbezitters wat minder”, zegt hij droog.
De ‘Varen Hobbit’
Nieuwe soorten blijven komen. Een recente exoot uit Nieuw‑Zeeland gaf volgens Muus zelfs aanleiding tot een opvallende naam. „Hij leeft op varens en is klein en bruin. We zochten een naam die blijft hangen. Omdat hij uit Nieuw‑Zeeland komt, dachten we aan The Hobbit. En omdat hij varens eet, werd het: de Varen Hobbit. Dat is nu de officiële Nederlandse naam.”
De vikingmot. Foto: Tymo Muus
Die felle bouwlamp in zijn tuin? Die hoort bij het vak. „Ik zet ’s nachts vaak een vlinderlamp aan”, vertelt Muus. „Denk aan een felle bouwlamp. Laatst stonden mijn buurmannen te praten en zei er eentje: ‘Nu het mooi weer wordt, ga je zeker weer met die felle lamp staan.’ Ik denk dat veel mensen zich ’s avonds laat hebben afgevraagd wat dat nou toch voor licht was.”
Een nieuw boek staat nog niet op de planning, maar stilzitten doet Muus niet. „Ik wil met dit boek het land in om lezingen en excursies te geven.” In Wilhelminaoord en Frederiksoord is hij actief bezig met vergroening en biodiversiteit. „Ik wil de omgeving erbij betrekken. Natuureducatie.” Samen met Landschapsbeheer Drenthe werkt hij al aan excursies in het voorjaar.