Bloeiende lelies op een veld in Drenthe. Foto: archief DvhN
Een bollenkweker in Smilde moet een dwangsomboete van 25.000 euro betalen voor het lozen van met bestrijdingsmiddelen verontreinigd afvalwater in een sloot.
Dat heeft de Raad van State vandaag in hoger beroep bepaald. In de einduitspraak is de hoogste bestuursrechter het geheel eens met het Waterschap Drentse Overijsselse Delta die de dwangsomboete oplegde. Met het eerdere dwangsombesluit wilde het waterschap juist voorkomen dat er afvalwater afkomstig van gereinigde leliebollen via de akker in de sloot stroomde. Volgens bollenkweker Wijnand Eleveld ging het waterschap er met een gestrekt been in. Van opzettelijke lozingen zou geen sprake zijn. Eleveld vond de boete onterecht en exorbitant hoog. Hij ervaarde het als een straf.
Toezichthouder
Het waterschap legde de boete op nadat een werknemer van het bedrijf zonder overleg geulen had gegraven om verontreinigd water afkomstig uit het afvalwaterbassin van een leliebollenkweekveld af te voeren. Het met bestrijdingsmiddelen verontreinigde water belandde volgens het Waterschap in de sloten en een hoofdwatergang. De Raad van State wijst daarbij op een controlerapport waarin de toezichthouder vaststelde dat een medewerker tijdens het spoelen van de geoogste leliebollen geen scheiding maakten tussen hoofd- en naspoelwater. Er kwam veel verontreinigd spoelwater op de bollenakker terecht omdat er afvalwater met een beregeningsinstallatie op de akker werd gespoten. En een deel van dat water stroomde weer in de sloten.
Maatregelen genomen
Kortom, een terecht dwangsomboete voor de leliebollenkweker, vond de Raad van State. Eerder tijdens de rechtszaak in Den Haag zei een woordvoerder van het waterschap dat het bollenbedrijf een lange geschiedenis van overtredingen had en dat het telkens weer mis ging. Dat het nu beter gaat vond het waterschap geen reden om de boete alsnog kwijt te schelden. Bollenkweker Eleveld zei afgelopen januari in Den Haag dat hij de laatste jaren heel veel milieumaatregelen heeft genomen om overlast voor omwonenden en het milieu te voorkomen. „We hebben voor een ton een plek aangelegd waar we onze machines reinigen. En in samenwerking met een onderzoeksbureau nemen we regelmatig monsters in de sloten en hoofdwatergang om te kijken of en hoeveel resten gewasbeschermingsmiddelen in het water zitten.”