Paul Cliteur op de Groningse Nacht van de Filosofie. Foto Geert Job Sevink Geert Job Sevink
De Nacht van de Filosofie in Groningen trok dit jaar zelfs politie en demonstranten naar het Groninger Forum. Maar de liefde zegevierde.
Politieagenten in gele hesjes voor de deur en een handvol demonstranten die protesteerden tegen de komst van Paul Cliteur met - merkwaardig genoeg - in het Engels geformuleerde strijdkreten als ‘cultural marxism = right-wing conspiracy theory’ en ‘fuck nazis’ (sic).
Het bleek uiteindelijk veel gedoe om niks. Het optreden van de voorzitter van het wetenschappelijk bureau van Forum voor Democratie op de Groningse Nacht van de Filosofie verliep zonder opstootjes.
Jammer genoeg had de organisatie van de Nacht (die weer eens een avond was) geen aanleiding gezien om Cliteurs voordracht over theoterrorisme te vervangen door een debat met Martin Lenz. Lenz, filosofieprofessor aan de Rijksuniverseit Groningen, had op zijn blog kanttekeningen geplaatst bij Cliteurs komst naar de Nacht.
Dat leidde tot een heus relletje toen Lenz’ betoog door Cliteur werd opgevat als een aanval op het vrije woord, waarna hij de rector van de universiteit in open brief om uitleg vroeg.
Het leverde de rechtsgeleerde en filosoof extra bewaking op in Groningen en een bomvolle zaal. Die kreeg eerst een verhandeling te horen over zijn nieuwe boek
Cliteur sprak zijn zorgen uit over de terroristische aanvallen op de vrijheid van expressie en de reacties daarop in het Westen, waarin volgens hem de politiek-religieuze motieven onderbelicht blijven. Terroristen worden volgens hem te makkelijk weggezet als psychisch gestoorde mensen.
,,Ik zeg niet dat er geen psychologische aspecten aan terrorisme zitten”, vertelde hij in het gesprek met Rug-docent Marc Pauly, dat volgde op zijn inleiding. ,,Ik zeg alleen dat de cultureel-religieuze benadering erg onderbelicht is, al is er tegenwoordig wel wat meer aandacht voor.”
Ook de weerloosheid van de samenleving die blijkt uit de reacties op de aanslagen grijpt Cliteur aan. De zelfcensuur van cartoonisten en schrijvers is toegenomen, betoogde hij. ,,Het terrorisme is succesvol. Dat is pervers.”
Cliteur legde een verband met een vermeend tekort aan kritisch denken in de Westerse samenleving, dat volgens hem een gevolg is van het westerse schuldgevoel over het koloniale verleden en de wereldoorlogen. ,,We moeten wel kritisch zijn op onze westerse geschiedenis, maar het moet ons niet verlammen in onze morele oordelen.”
Veel vuurwerk leverde zijn betoog niet op, ook al omdat het genuanceerder was dan de boude uitspraken die Forum-voorman Thierry Baudet doorgaans over deze onderwerpen de wereld in slingert.
Wat dit alles met filosofie van doen had, werd ondertussen niet helemaal duidelijk. Dat gold overigens in nog veel hogere mate voor het optreden van de absurdisten Gummbah en Leonard Bedaux. De striptekenaar en cineast hadden de meeste spreektijd van alle gasten gekregen (50 minuten) en zorgden voor ongekende hilariteit.
Niemand die het woord ‘hond’ zo mooi kan uitspreken als Gummbah, maar wat de filosofische component van hun show was, werd nergens duidelijk.
Goed, je kon beide heren zien als de verpersoonlijking van het thema van de avond: ‘Ik stuntel, dus ik ben’, maar meer ook niet. Wie niet kon lachen om ‘net niet verschenen boeken’ als van Hand Anders, van Willy Vaderbal of Lobke de Trochs dichtbundel had de keuze uit lezingen in drie andere zalen.
Voor wie de absurdisten uitzat en vervolgens met een schorre keel van het lachen de mooie lezing van Eddo Evink over Paul Ricoeur bijwoonde, was het wel even schakelen. ,,Je moet je van je eigen beperkingen bewust zijn om als ethisch persoon te kunnen handelen”, was een van de conclusies die de Rug-hoogleraar trok uit Ricoers denken. ,,Durf te stuntelen en heb geduld met het stuntelen van anderen.”
Die woorden sloten mooi aan bij Désanne van Brederodes pleidooi voor stuntelen in de liefde, eerder op de avond. Het was een van de hoogtepunten van deze opnieuw uitverkochte Nacht van de Filosofie, waar bijna 30 sprekers in vier zalen de 600 bezoekers (soms) aan het denken zetten.
Filosofe en schrijfster Van Brederode vertelde een sprankelend en grappig verhaal over haar liefdescarrière, die als vierjarige begon met een verliefdheid op Rob de Nijs, wiens postertje uit de ze elke avond goedenacht kuste.
,,Het is zo jammer dat het spreken over verliefdheid zo door en door nuttig is geworden”, zei Van Brederode onder meer. Het rustig en ontvankelijk kijken is er niet meer bij, constateerde ze. ,,Terwijl dat toch is waar wijsbegeerte om draait: het begeren van wijsheid, een diep verlangen dat verder gaat dan kennis of weetjes.”
Van Brederode verwees daarbij nog even naar Thijs Lijsters lezing over het denken, waarmee de Nacht van de Filosofie begon.
Lijster had, aan de hand van Heidegger en Rodins beeldhouwwerk , uitgelegd dat het denken - zelfs bij veel filosofen - te vaak in dienst staat van het doen en het praktische nut. Terwijl écht denken iets heel anders is.
,,Het is een open houding van in het leven staan, zoals je die ziet bij vierjarigen”, vertelde Van Brederode. Kinderen bevragen de wereld vanuit hun gevoel. ,,En wij zijn randdebielen aan het worden als het gaat om voelen. Alles wordt meteen geduid en we moeten overal wat van vinden.”
In de liefde gaat het vooral om voelen en ‘het overgeleverd zijn aan de gevoelens van anderen’, zei Van Brederode. ,,Het zal jou altijd ontgaan wat het geheim van jezelf is, terwijl je heel goed weet wat het geheim van de ander is.” De liefde vereist een scherp oog, dat ook ‘de schoonheid van een opengekrabde muggenbeet’ bij de geliefde waarneemt.
Liefde is paradoxaal, zei Van Brederode, waarbij je bij elke verliefdheid opnieuw ‘de ware’ vindt. Het is bindings- en verlatingsangst tegelijk. Missen en verlangen. ,,Dat is wat de mens is en waartussen we ons bewegen. Dat te voelen, die pijn, maar ook die energie, dat is prachtig.” Waarna ze besloot met een hartenkreet: ,,Voel, voel, voel!”