Wethouder Kirsten de Wrede, Kunstraad-directeur Robine de Koff en gedeputeerde Tjeerd van Dekken tijdens de presentatie van het Kunstraad-advies in het Provinciehuis in Groningen. Foto DvhN
Als het aan de Kunstraad Groningen ligt, moeten negentien cultuurorganisaties het zonder gevraagde meerjarige steun van de provincie en gemeente Groningen doen.
Dat blijkt uit het donderdag gepresenteerde advies Vele kunsten op goede grond. Met het oog op komende vier jaar beoordeelde de Kunstraad het functioneren van 85 organisaties. Onder meer aanvragen voor subsidie van stichting Oude Groninger Kerken, het Aurora Festival, Museum Stad Appingedam en Pictura werden te licht bevonden.
Tijdens de presentatie op het provinciehuis vergeleek Kunstraad-directeur Robine de Koff de totstandkoming van het advies qua lengte en genot met een bevalling. Ook sprak ze van een ‘scherp maar liefdevol’ advies. Doordat de negatief geadviseerde organisaties vooraf een telefoontje hadden gekregen had de bijeenkomst iets weg van een diploma-uitreiking.
Extra geld voor cultuur
De stemming werd deels bepaald door extra geld voor cultuur. Nadat eerder al wethouder Kirsten de Wrede 500.000 euro kon bijleggen, mocht vorige week gedeputeerde Tjeerd van Dekken 1,3 miljoen euro extra besteden. Gevolg is dat de gemeente Groningen komende jaren 24,3 miljoen euro beschikbaar stelt voor kunst en cultuur, terwijl de provincie 9,8 miljoen investeert.
Het grootste deel van het geld gaat naar zogeheten cultuurpijlers, instellingen als NITE, Eurosonic Noorderslag, Groninger Museum, Spot, Biblionet en Kunstpunt. De pijlers functioneren wisselend, constateert De Koff. ,,Hun opdracht is heel ruim. De een geeft er goed invulling aan, de ander heeft het te druk en laat het liggen. De gemeente en provincie moeten duidelijker zijn over wat zij van de cultuurpijlers willen.”
Waar de grote instellingen door hun bijzondere status vooraf wisten waar ze financieel aan toe zijn, kregen donderdag 62 kleinere organisaties te horen of zij steun verdienen. Voor onder meer Zummerbühne, Noorderlicht en Profoundplay pakte dit positief uit. Begin deze maand kregen zij nog nul op het rekest tijdens de nationale cultuursubsidieverdeeldag.
Muziekfestival Roegklassiek
Tegenover de organisaties met een negatief Kunstraad-advies, staan zeventien nieuwkomers. Zo krijgen Bruckman Projecten, Kamerorkest van het Noorden, Kinderfestival Haren, Luthers Bach Ensemble, De Wijk De Wereld, festival Hongerige Wolf, muziekfestival Roegklassiek en Theatergroep Waark steun die ze vier jaar geleden niet ontvingen.
De aanvragen voor subsidie zijn beoordeeld op drie criteria: artistiek-inhoudelijk, maatschappelijke betekenis en bedrijfsmatige gezondheid. Festival Aurora zou op dat laatste punt zwak scoren. De bedrijfsmatige gezondheid van Het Groninger Landschap heet matig. Stichting Oude Groninger Kerken wordt zowel artistiek-inhoudelijk als bedrijfsmatig als niet goed beoordeeld. Het Der Aa-theater scoorde op alle drie criteria zwak, aldus de raad.
Code inclusie en diversiteit
Naast deze criteria is organisaties gevraagd rekening te houden met de codes fair pay, good governance en inclusie en diversiteit. ,,Vergeleken met vorige keer is de bewustwording op het gebied van fair pay enorm toegenomen”, constateert De Koff. ,,Het neerzetten van een goede organisatie blijkt ingewikkeld, zeker voor startende instellingen. Op het gebied van diversiteit en inclusie moet nog een sprong gemaakt worden.”
Met het rolstoeltoegankelijk maken is een museum niet meteen divers en inclusief, zegt de directeur. ,,Het idee dat diversiteit en inclusie vooral te maken heeft met mensen van kleur is veel te beperkt; we zijn allemaal van verschillende afkomst. Het gaat erom dat we erover blijven nadenken en het breed hanteren. Dat vraagt om meer bewustwording van iedereen. Bij alle instellingen zie je een begin.”
Met de presentatie van Vele kunsten op goede grond is het laatste woord over de subsidieverdeling in Groningen nog niet gesproken. Komende periode zullen naar verwachting de teleurgestelden op de adviezen reageren zodat na de zomer uiteindelijk de gemeenteraad en provinciale staten bepalen wie wel of geen steun moet krijgen.