Een woning met een groen energielabel ligt goed in de markt, vanwege de sterk gestegen energieprijzen en gasbelasting. Toch willen veel huizenkopers in de huidige krappe markt desnoods genoegen nemen met een tochtig huis. Voor de meeste kopers is het energielabel niet doorslaggevend.
Maar liefst 65 procent van de kopers is bereid met een lager energielabel genoegen te nemen dan zij op voorhand wensten, blijkt uit onderzoek van adviesketen De Hypotheker onder bijna 500 mensen die zich oriënteren op een aankoop. Een goed energielabel is zelfs één van de eerste wensen die tijdens de zoektocht op de woningmarkt sneuvelt, constateert de keten dinsdag in een onderzoek.
„Dit komt mogelijk doordat huizen met een hoger energielabel populair zijn vanwege de lagere maandelijkse energiekosten en dat daardoor hierop vaak flink wordt overboden”, zegt Mark de Rijke, commercieel directeur van De Hypotheker.
Uit onderzoek van het Kadaster blijkt dat het gemiddelde prijsverschil tussen het hoogste energielabel A en het laagste G is opgelopen naar 140.000 euro. Drie jaar geleden, voor de uitbraak van de Oekrainë-oorlog en de verdere verhoging van de gasbelasting, was het prijsverschil nog 60.000 euro. Voor energiezuinige huizen kan sinds januari extra worden geleend voor de hypotheek – 10.000 euro voor energielabel A en B – maar dat dekt maar deels de hogere prijzen die voor energiezuinige huizen worden gevraagd.
Woningen met een goed energielabel verkopen goed, maar er wordt ook genoegen genomen met minder.
Volgens De Rijke van De Hypotheker is het toch niet altijd verstandig om dan maar voor een huis met een lager energielabel te gaan. „Wat veel mensen zich onvoldoende realiseren, is dat een keuze voor een lager label uiteindelijk kan leiden tot veel extra kosten: zowel voor het eventueel verduurzamen en energiezuiniger maken van de woning als voor de hogere energielasten.”
Als groene labels gelden de energielabels A, B en C. Kopers die aan het maximum van hun leenvermogen zitten, hebben echter vaak geen andere keus dan een huis met een ’slecht’ label te kiezen, dus in de categorie D tot en met G. Deze ’noodkopers’, zoals hoogleraar woningmarkt Peter Boelhouwer hen noemt, kunnen ook vaak niet de extra maandlasten opbrengen voor verduurzaming van het pand. De maximale extra hypotheek van 20.000 euro voor verduurzaming schiet bij een oud pand meestal tekort.
Een derde van de ondervraagde potentiële huizenzoekers is tussen zes maanden en één jaar op zoek naar een woning, blijkt uit het onderzoek. Ruim een kwart is zelfs al langer dan een jaar bezig. De meesten zijn ook niet positief gestemd. Zo verwachten zes op de tien huizenzoekers dat de prijzen alleen maar zullen stijgen. Negen op de tien vinden dat de overheid zich te weinig inspant om de woningnood tegen te gaan.
De meeste potentiële huizenkopers zijn bereid buiten de regio van hun voorkeur te zoeken of in te leveren op het uiterlijk en indeling van een woning. Ook staan ruim vier op de tien mensen er voor open kleiner te gaan wonen dan zij aanvankelijk wilden.
„Uit ons onderzoek blijkt dat steeds meer potentiële huizenkopers ervoor kiezen hun koopplannen als gevolg van de krapte op de huizenmarkt uit te stellen of hun woonwensen vergaand bij te stellen”, aldus De Rijke.
Tekort
In de woningbranche wordt verwacht dat het huidige tekort van 390.000 woningen verder gaat oplopen. Mede daarom rekenen banken voor dit jaar op een verdere stijging van de huizenprijzen.