Jochem en Anneke Liemburg volgen thuis in Brongergea met hun dochter Freya de olympische race van hun voormalige kostganger Jenning de Boo. Foto: Jilmer Postma
Toen Jenning de Boo als tiener bij hen introk, droomde hij van de wereldtop. Jaren later zien zijn gastouders Jochem (65) en Anneke (65) Liemburg uit Oranjewoud hoe hun kostganger in Milaan naar zilver schaatst. „Die turbo erop.”
„Kan ik nog even naar de wc?”, vraagt Anneke Liemburg, terwijl de klok richting half acht kruipt. Haar blik is op het televisiescherm gericht, waar de olympische 1000 meter voor mannen verdergaat en de rit van Jenning de Boo op het punt staat te beginnen.
„Dan moet je nu gaan”, zegt haar man Jochem. Dochter Freya, die ook op de bank zit, schudt lachend haar hoofd. „Ik zou het niet doen, mam.”
Anders dan anders
Een klein uur eerder is de sfeer in het huis, dat verscholen ligt in Parklandschap Oranjewoud, nog een stuk relaxter. Op de oranje hoekbank kijken Jochem en Anneke, zoals wel vaker, naar het schaatsen. Maar deze avond is anders dan anders.
Deze woensdagavond zien de voormalige gastouders hoe iemand die jarenlang bij hen woonde op olympisch niveau meedoet om de medailles. Het is de Groninger Jenning de Boo (22), die hier als vijftienjarige introk en uitgroeide tot olympisch topsprinter.
Onderdak
Jochem en Anneke boden in Brongergea, een buurtschap van Oranjewoud, tien jaar lang onderdak aan jonge schaatstalenten die in Thialf trainden. Het begon met Sam Aagten, een shorttracker die bij hun dochter Rosanne in de klas zat.
Hij is mager, maar hij is wel afgetraind, jonge jonge
„Onze jongste dochter kwam thuis. We hebben een jongetje in de klas dat altijd moe is”, vertelt Anneke. „Hij moest ’s winters uit Nijelamer komen. Toen zei ik: laat hem hier maar eens komen.”
Het bleef niet bij Sam. Toen beide dochters het huis uit waren, kwam er meer ruimte voor nieuwe sporters. Na Sam volgden Niels Kingma en Suze Kingma, en later Angel Daleman en dus Jenning de Boo.
Leeg nest
Freya kijkt glimlachend naar haar moeder. „Moeder had het legenestsyndroom.” Anneke reageert meteen: „Houd je snavel. Moeder heeft dat nu niet meer. Alle goede dingen komen tot een eind.”
Sporters kwamen vrijwel altijd via via in Brongergea terecht. „Wij hebben nooit reclame gemaakt”, zegt Jochem. Zo ging dat ook met De Boo. „Hij was een vriend van Niels.”
Als tiener kwam De Boo binnen als een ietwat slungelige jongen, vertellen de kostouders. Hij stond op het punt de overstap te maken van shorttrack naar de langebaan.
Smal om de kop
Nu zien ze op televisie een afgetrainde olympiër staan. „Hij is heel smal om zijn hoofd”, merkt Anneke op. Jochem kijkt aandachtig. „Hij is mager, maar ook wel afgetraind, jonge, jonge.”
Anneke kookt graag en vond het geen moeite om voor meerdere sporters tegelijk te zorgen. Recepten zijn toch vaak voor vier personen. Spareribs en ovenschotels vielen bij De Boo wel in de smaak. „En veel brood „, zegt Jochem. „ De hele vriezer zat vol.”
In huis was De Boo vooral rustig en makkelijk in de omgang. „Zoals hij op televisie is, zo is hij in het echt ", zegt Jochem. „ Ik heb twee dochters, maar als ik een zoon had gehad. Dan iemand zoals Jenning. '
Met een tosti op de bank
Tussen trainingen door draaide het voor De Boo vooral om rust. „Ze leven ervoor. Het is zes dagen per week, vijftig weken per jaar”, zegt Anneke. De sporters lagen daarom vaak even bij te komen op de bank, vaak met een tosti en Netflix op televisie. „ Daar in de hoek lag hij altijd.”
De dweilpauze is geweest. Eerst is het de beurt aan Kjeld Nuis, ploeggenoot en maatje van De Boo. Daarna volgt de rit van wereldkampioen Joep Wennemars tegen de Chinees Lian Ziwen.
En nu volhouden. De turbo erop
Wennemars ligt voor, tot het bij de kruising misgaat en hij wordt gehinderd door zijn tegenstander. „Ooooh nee”, roept Anneke. Jochem schudt zijn hoofd. „Niet best jongen. Gadverdamme, wat rot voor die jongen.”
Ze kijken zwijgend naar het scherm. Wennemars krijgt later op de avond nog een herkansing. „Het zit toch in de kleine dingen, dat zie je bij Joep ook”, zegt Jochem. Anneke knikt. „ Het kan zo misgaan. Het is maar eenmaal in de vier jaar.”
IJzersterke race
Dan verschijnt De Boo in beeld voor zijn rit tegen de Amerikaan Jordan Stolz. Jochem, Anneke en Freya schuiven naar het puntje van de bank. „Oei”, roept Jochem als zijn voormalige huisgenoot bij de start even wegglijdt.
Anneke buigt naar voren. „Toe maar, jongen.” De Boo komt daarna op snelheid. „Kom op, kom op. Houd hem bij”, roept Jochem, terwijl Anneke haar handen in elkaar klemt.
Wanneer De Boo in de laatste bocht zelfs nog voor lijkt te liggen, wordt er harder aangemoedigd. „En nu volhouden! De turbo erop”, zegt Jochem.
Dan versnelt Stolz binnendoor. „Nee, nee, nee, nee”, mompelt Jochem. Op het scherm rijdt de Amerikaan naar de overwinning, terwijl De Boo als tweede finisht. „Ik had het zo gehoopt”, zegt Jochem, terwijl Freya naar het scherm wijst. „Maar hij staat wel op zilver.”
Om de nek
Wanneer duidelijk wordt dat niemand de tijd van De Boo meer verbetert, zakt de spanning. Maar bij de medailleceremonie zitten de gastouders weer rechtop. „Jaaa, joehoe!”, roept Anneke. „Als Jenning weer op de koffie komt, zal ik die medaille wel eens om de nek willen dragen.”