In Leeuwarden werd onlangs een plan gelanceerd om leerlingen in de pauzes aan het bewegen te krijgen, als een gezond alternatief voor roken en vapen. Op de foto twee leerlingen bij een reactiespel: wie het eerst en vaakst de knoppen aanraakt die oplichten heeft gewonnen. Foto: Marchje Andringa
De verkiezingen zijn achter de rug, er moet geformeerd worden. Wat moet er gebeuren op het gebied van sport en bewegen?
Lennart Langbroek
„Er is lang gezegd dat sport en bewegen een zaak is voor het individu, maar dat is geen houdbare situatie meer. We nemen de e-bike in plaats van de gewone fiets, er zijn roltrappen in plaats van trappen en we zitten heel veel op een dag. Het minder bewegen is er geleidelijk ingeslopen door beslissingen op andere terreinen. Bij defensie, waar ze nu mensen zoeken, verzuchten ze dat minder dan de helft van de mensen die vroeger gewoon slaagde, nu de test niet haalt; puur op fysiek. Om maar aan te geven: het wordt zo’n groot probleem, natuurlijk ook op het gebied van gezondheid. Het schrikbeeld is Amerika, maar ook in Nederland heeft al 50 procent van de mensen overgewicht.. De politiek ziet die urgentie nu wel in, maar een groot thema is het niet, ook de afgelopen verkiezingen niet. Het probleem is dat er nog geen taak is omschreven voor de landelijke overheid. Ik heb wel ’s gezegd: er zijn allemaal spelers, maar er is geen opstelling en tactiek.”
Lennart Langbroek is directeur-secretaris van de Nederlandse Sportraad
Gerard Kemkers
Gerard Kemkers. Foto: Geert Job Sevink
„Ik heb gestemd uiteindelijk, maar heel lang getwijfeld. Ik was boos, nadat ik mezelf verplicht had om me te verdiepen in de verkiezingsprogramma’s. Over sport en bewegen was niks te vinden. Dat heeft ook met de gezondheidszorg te maken. Er is nu geen enkele strategie op preventie, terwijl het over tien jaar ontzettend uit de klauwen gaat lopen op het gebied van welvaartsziekten als overgewicht. Iedere innovatie van nu maakt de mens luier. Het is een crisis die zich langzaam voltrekt. Voor kinderen moet het goedkoper worden om te sporten en bewegen. Het is nu bijna elitair om te sporten, zo duur is het. De faciliteiten moeten ook op orde zijn. Zoiets als een nieuw Kardinge, dat is een non-discussie. Tuurlijk moet de overheid daar fors aan bijdragen. Als we vijftien jaar verder zijn, zul je zien dat goede sportinfrastructuur de hoeksteen is van de samenleving.”
Gerard Kemkers uit Eelde is oud-schaatser en -schaatscoach en is nu ook in te huren als spreker.
Jorrit Smink
Jorrit Smink. Foto: Jaspar Moulijn
„Sowieso houdt sport Nederlanders gezond, dus het lijkt me fantastisch om daar wat meer mee te doen in een nieuw kabinet. Toevallig zit ik op de trainerscursus met Robert Oosting van Drenthina en hij vertelde me dat hij bezig is met een jongerenproject in Emmen. Het is ze daar al gelukt om ze meer aan het sporten te krijgen. Van 10 procent naar 38 procent. En je ziet dat die jongeren het ook op school beter gaan doen. Het geeft ze meer structuur en ze belanden niet meer in de criminaliteit. Dus ik zou zeggen, doe daar meer mee. De landelijke overheid moet daar wat mij betreft in sturen. Het is denk ook goed om mensen meer te motiveren voor bestuursfuncties. Dat je als bestuurder bijvoorbeeld persoonlijk aansprakelijk gesteld kunt worden, dat schrikt af.’’
Jorrit Smink is Chef Voetbal van de Rijksuniversiteit Groningen en assistent-trainer van Be Quick 1887
Jans Deenen
Jans Deenen. Corné Sparidaens
„Ik vind ten eerste dat alle kinderen drie keer per week gymles moeten krijgen van een vakleerkracht. Ten tweede moeten de kinderen ook les krijgen in goede accommodaties. Bij mijn werk in Assen was dat altijd goed voor elkaar, maar dat is lang niet altijd het geval. De landelijke overheid moet daar ook een rol in spelen. We krijgen nu D66 aan het bewind, die staan voor onderwijs. Ze moeten ook laten zien dat bewegingsonderwijs daar bijhoort. Ik vind overigens ook dat de docent bewegingsonderwijs leerlingen actief moet stimuleren om lid te worden van een vereniging. Als ze zien dat een kind atletiek, voetbal of het maakt niet uit wat leuk vindt, dan kunnen ze het kind aansporen om bij een vereniging te gaan. Zo deed ik het zelf ook altijd.”
Jans Deenen was gymleraar in Assen en trainer van tal van noordelijke amateurvoetbalclubs