De Zweedse Anna Hasselborg in actie. Foto: ANP/ EPA
Op een onbewoond eiland van nog geen vierkante kilometer groot meert eens in de tien jaar een boot aan om duizenden kilo’s aan graniet mee te nemen. En dat is met het oog op de Olympische Winterspelen wel zo handig: de grondstof afkomstig van het piepkleine Ailsa Craig is de enige die gebruikt mag worden voor officiële curlingstenen.
Schotland is het walhalla van de curlingsport. Niet alleen omdat het precisiespelletje daar is bedacht, ook omdat de officiële curlingsteen er exclusief gemaakt wordt. Door één producent die als enige de licentie heeft om de grondstof van één specifiek eiland te halen. Alle grote curlingwedstrijden, inclusief de Olympische Winterspelen, gebruiken deze steen.
Het graniet van het Ailsa Craig is niet voor niets uitverkoren. Het haast onaantastbare Common Green-graniet van het mini-eiland is de basis van de curlingsteen, want daardoor kunnen ze ontelbare keren tegen elkaar botsen zonder te breken. De fijnere korrel in het ook van het Ailsa Craig afkomstige Blue Hone-graniet zorgt ervoor dat de steen niet slijt bij langdurig contact met (bevroren) water.
Curlingsteen weegt zo’n 20 kilogram
De twee granieten worden, zo goed als volledig met de hand, gepolijst tot één geheel. Daarna boren de steenhouwers een gat in het midden om een schroef en een handvat van kunststof te bevestigen. En zie daar: de befaamde curlingsteen van zo’n 20 kilogram.
Het eiland Ailsa Craig is onbewoond, maar er is wel een vuurtoren te vinden. Foto: Getty Images
Tja, allemaal leuk en aardig, zo’n graniet dat je van een eiland van één vierkante kilometer kunt halen. Maar betekent dat dan niet dat het eiland na een paar edities van de Olympische Winterspelen volledig is kaalgeplukt? Nou, niet dus. Het met rotsblokken bezaaide Ailsa Craig herbergt zo’n 400 miljoen ton aan graniet. De producent van de curlingstenen mag elke tien jaar ’slechts’ 25.000 ton meenemen. Dat kaalplukken gaat op die manier dus nog eeuwen duren.
800 euro voor een officiële curlingsteen
Haast als vanzelfsprekend zijn de officiële curlingstenen peperduur. Wie heeft er nou 800 euro voor over om een potje te spelen met een gloednieuwe steen? En dan te bedenken dat er voor één wedstrijd op de Olympische Spelen zestien exemplaren nodig zijn. Gelukkig voor de olympische deelnemers: zij hoeven de stenen niet zelf mee te nemen. Het IOC zorgt dat ze klaarliggen, zoals dit keer het geval is in Milaan.
Er zijn alternatieven die de sport bereikbaar maken. Tweedehandsjes, maar ook onofficiële curlingstenen met graniet van andere plekken zijn een optie. Wales heeft bijvoorbeeld zo’n plek waar onofficiële stenen geproduceerd worden.
Die maken het in elk geval mogelijk om flink te oefenen. En degenen die zich het best staande houden in de sport, zien we uiteraard terug op de Spelen. Vanuit Nederland is het aantal deelnemers in Milaan dit jaar helaas te tellen op een onbewoond eiland zoals Ailsa Craig dat is; het lukte niemand uit ons land om zich te kwalificeren voor de Spelen.