U heeft het waarschijnlijk alweer verdrongen, maar nog geen twee weken geleden hield koning Winter het Noorden des lands in zijn ijzige greep, terwijl men in de rest van het koninkrijk onbekommerd op terrasjes zat. Dat is vaker zo.
In de winter van ’78/’79 (ik weet nooit of je dan de winter van ’78 of ’79 moet zeggen; het was in februari ’79) werd Groningen wekenlang door metershoge sneeuw geïsoleerd, terwijl er in de Randstad niets aan de hand was. Het was een feeërieke aanblik, met witte heuvels en skiërs op straat, en onbereikbare dorpen. Als ik me wel herinner, is er zelfs een enkeling ingesneeuwd en door de kou omgekomen.
Nuttige tips
De toen nog Radio-Omroep Noord en Oost geheten provinciale zender, onder de leiding van de journalist Joris Stam, die daardoor een kortstondige heldenroem verwierf, was – bijzondere omstandigheden vergen bijzondere maatregelen – ten eersten male 24 uur per dag in de ether. Er werden nuttige tips verstrekt, zoals het advies even je aansteker onder de door bevriezing vastzittende dop van je benzinetank te houden. Na enige explosies in het achterland werd deze raadgeving herroepen.
Ja, grootvader vertelt. Dat ik hierover uit eigen ervaring kan berichten, daaraan merkt u dat ik niet meer de jongste ben. Op mijn leeftijd wordt er niet meer gelachen als ik omval. Toen vorige week mijn straat in een ijsbaan veranderd was, waagde ik me dan ook nauwelijks buitenshuis.
Het advies om een aansteker onder de vastgevroren benzinedop te houden, werd herroepen
Eén keer deed ik de krant bij mijn buurman in de bus, een afstand van een meter of drie, maar durfde vanwege de gladheid niet meer terug naar mijn eigen voordeur. Een passerende heer met stoere stappers aan zag mijn paniek, en gaf me een arm. „Ik heb altijd zo genoten van uw gedichten”, sprak hij, terwijl hij me zorgzaam ondersteunde; hij was blij iets terug te kunnen doen. Een ongedacht voordeel van het schrijven van poëzie.
Tijdens een vorige koude-periode, jaren geleden, heb ik me er op deze plaats over verwonderd dat allerlei diensten, zoals het openbaar vervoer, terstond geheel verzaken bij een paar centimeter sneeuw. Dat was vroeger wel anders, schreef ik, alle treinen die in de begin jaren 40 vanuit Drenthe naar het Oosten reden, vertrokken op tijd, weer of geen weer. Daarop ontving ik een instemmend schrijven van een lezeres, die het roerend met me eens was: toen wisten ze nog van aanpakken! Ironie, zei Goebbels reeds, is een heikele stijlfiguur.
Plat op het plaveisel
Maar ik heb de ijzeltijd zonder kleerscheuren overleefd, en zaterdag jongstleden was hier het ergste voorbij, al lag er nog een dichte nevel over Groningen en Drenthe. De treinen reden weer, en ik reisde naar Amsterdam, teneinde een literaire bijeenkomst op te luisteren. Het was daar zonovergoten en meer dan tien graden.
Aansluitend tafelde ik en petit comité in een oud-befaamde gelegenheid naast het Concertgebouw, bij het verlaten waarvan ik struikelde over een oneffenheid van het trottoir, en ter aarde stortte. Door een ongezeglijke rechterarm kon ik mijn val niet breken, en plofte plat op het plaveisel, met een gekneusde knie, verstuikte pols, en een deerlijk door schaafwonden gehavend gelaat tot gevolg (neen, niets gebroken, dank u).