In 1913 vierde de Duitse keizer Wilhelm II zijn 25-jarig regeringsjubileum. Wat hij daarbij het meest op prijs stelde, was dat hem de eretitel van ‘Friedenskaiser’ verleend werd.
Aan hem zou het immers te danken zijn dat de toch zo krijgslustige volken van Europa elkaar al decennia lang niet in de haren waren gevlogen. Een jaar later brak de Eerste Wereldoorlog uit, waarvoor de meeste historici Wilhelm als hoofdverantwoordelijke stokebrand aanmerken.
Het is opvallend hoe door de eeuwen heen gegoocheld wordt met het begrip ‘vrede’. Dat begint al met de Pax Romana, de veelgeprezen vrede in het Romeinse Rijk, die pas tot stand kwam wanneer de vijand volledig vernietigd was. Tacitus laat daarover een verbitterde Britse hoofdman aan het woord: Solitudinem faciunt pacem appellant, ‘Ze maken een woestenij, en noemen dat vrede’.
Vrede van Amiens
De meeste regeringsleiders beweren de vrede na te streven, ook ijzervreters als Napoleon en Hitler. Er heeft zelfs een strijdpauze geheerst tussen Engeland en Frankrijk in de Napoleontische tijd, na de Vrede van Amiens (1802), die de bijnaam had the peace that passeth all understanding, en die dan ook slechts één jaar beschoren was.
Hitler had in de jaren 30 de mond vol over vrede, terwijl hij als een razende aan het bewapenen was, want hij beschouwde oorlog als de natuurlijke staat van de mens, waarbij de sterkste uiteindelijk zou overwinnen (toen dat tenslotte niet de Duitsers bleken te zijn, trok hij zijn handen van hen af, ze waren ‘het niet waard te overleven’).
Ik kom hier natuurlijk op door het gedram van de huidige president der Verenigde Staten
Dikwijls is intensieve bemoeienis met de vrede juist een verontrustend voorteken van zijn tegendeel. Er is nooit zoveel over geredekaveld als in het lustrum direct voorafgaand aan de Eerste Wereldoorlog, en het Haagse Vredespaleis dateert van het al eerder genoemde jaar 1913. In 1910 publiceerde de latere Nobelprijslaureaat Norman Angell zijn bestseller The Great Illusion, waarin hij onomstotelijk aantoonde dat er nooit meer oorlog zou komen, omdat die economisch voor niemand voordelig was.
Op het eind van de vorige eeuw leek de wereld even de goede richting op te gaan, maar we zijn weer terug bij af. De agressie van Rusland tegen Oekraïne duurt al langer dan de ‘Grote Vaderlandse Oorlog’, het titanengevecht tussen Hitler en Stalin, al blijft men in Rusland hardnekkig het woord ‘oorlog’ vermijden. Het is daar nog steeds strafbaar er anders over te spreken dan met het eufemisme ‘speciale militaire operatie’, die niettemin al meer dan een miljoen levens heeft geëist.
Groenland niet Noors
Ik kom hier natuurlijk op door het gedram van de huidige president der Verenigde Staten, die koste wat het kost als vredestichter de geschiedenis in wil gaan, maar niettemin Noorwegen dreigde Groenland gewapenderhand te bezetten, uit wrevel dat hem de Nobelprijs voor de Vrede onthouden was. Dat Groenland niet Noors was (en de Noorse regering niets over die prijs te zeggen had), was hem in alle consternatie ontgaan.
De enige werkelijke vredevorst, ik vertel u niets nieuw, is onze Verlosser, hoewel er ook geschreven staat (Mattheus 10 : 34): ‘Meent niet dat Ik gekomen ben om vrede te brengen op de aarde, maar het zwaard.’ Nu kun je met de Schrift alle kanten op, maar het is wel om moedeloos van te worden.