Het is die stem. Opeens weet ik het. Ik sta al een tijdje te praten met de grote bebaarde Amerikaan, als ik hem herken. Hij voelde al zo vreemd vertrouwd, deze man aan wie ik toch echt voor het eerst van mijn leven ben voorgesteld.
Patterson heet hij, maar dat deed nog geen belletje rinkelen.
Hij vertelt over zijn stad Portland, waar Donald Trump de nationale garde op af dreigt te sturen. Demonstranten in de stad verkleedden zich in kleurige opblaasbare pakken, om te laten zien dat ze niet gevaarlijk zijn en dat Portland geen oorlogsgebied is, zoals de president beweert. Ze dansten als kikkers, kippen, koeien, muppets en pokémon bij het detentiecentrum van de Amerikaanse immigratiepolitie.
„Maar de media van Trump gebruiken gewoon beelden van andere gewelddadige protesten en zeggen: dit gebeurt nu in Portland.”
Drive-By Truckers
Zijn stem is lichter en hoger dan je zou verwachten van een imposante kerel als hij. Een beetje hees, een milde slis. Als hij begint over de eerste keer dat hij met zijn band in Vera speelde, valt het kwartje. Naar die stem heb ik vaak geluisterd, aan zijn liedjes had ik allang gehoord hoe aardig hij is. Patterson Hood van de Drive-By Truckers.
„Jullie hadden goeie verkiezingen toch?”, zegt hij hoopvol. We moeten hem teleurstellen, radicaal rechts is groter dan het lijkt. Hij knikt spijtig en zegt dat hij de volgende dag op TakeRoot een nieuw nummer zal spelen dat hij schreef over de shit in zijn land.
De avond wordt nacht, we dalen af naar de kelderbar, waar de rest van de wereld vervaagt en alles is zoals het moet zijn. Een eenvoudig samenzijn van een stel met het leven worstelende mensen, verbonden door de liefde voor muziek. „Tot morgen”, zeggen we als het genoeg is geweest, en slingeren naar huis.
Donker liefdesliedje
Op TakeRoot speelt Patterson Hood een prachtige akoestische set, met alleen gitaar en piano. Wij staan vooraan en zien aan de zijkant van het podium een digitale klok aftellen. Harde rode cijfers die onverbiddelijk richting de nul lopen. Met nog 3 minuten te gaan zet hij een donker liefdesliedje in. Zijn anti-Trumpnummer speelt hij niet.
Het kwam er niet van, zegt hij als we hem later tegenkomen. De show ging snel, de klok was streng. En hij nam de tijd voor verhalen tussendoor, zoals die over de oude auto van zijn tante waarin hij als klein jongetje, gezeten op de achterbank, voor het eerst echt muziek luisterde.
TakeRoot is ten einde, hij leunt met een tevreden grijns tegen de muur van de binnenzaal van de Oosterpoort, waar hij net is weggeblazen door de overweldigende afsluiter Chuck Prophet.
Die protestsong speelt hij nog wel een keer. Dat is onvermijdelijk. Maar vandaag hoefde het even niet.