In een hoek van de kas, op de werkbank, staat een terracotta pot met daarin tuinaarde en een stronk paksoi, net zichtbaar.
Het is het witte, ietwat taaie, onderste deel dat we in de regel wegsnijden en weggooien. Maar ik niet meer. Ik herplant dat en daar groeien vrij snel nieuwe stelen en blaadjes aan.
Wat ik niet wist is dat het onderste deel, de stronk, ook ‘het kontje’ wordt genoemd. En er zijn verschillende manieren om zo’n kontje te herplanten of te laten hergroeien. Ik wist trouwens ook niet dat dat een woord was: hergroeien.
Manier 1 is het kontje in een schaaltje met een laagje water zetten, tot er nieuwe wortels en blaadjes groeien. Water om de drie dagen verversen om verrotting te voorkomen. Als de nieuwe wortels en blaadjes zichtbaar zijn kan het begroeide kontje in een pot of in de tuin ‘geherplant’ worden. Dat woord heb ik zelf verzonnen.
Manier 2 is het kontje direct in de grond stoppen.
De naam paksoi is een Nederlandse verbastering van het Kantonese baak choi, dat ‘kleine witte groente’ betekent. Deze langbladige Chinese kool is rijk aan vitamine A, C, K en nog van alles en goed voor botten en immuunsysteem en tegen ontstekingen.
Wat met een kontje paksoi kan, kan met een kontje bleekselderij, andijvie, lente-ui en andere stronkgewassen.
Veel simpeler en goedkoper wordt het niet. Een tuin is zelfs niet eens nodig. Kan gewoon in potten op het balkon of voor het raam. Af en toe water geven.
De overheid zou dát eens moeten adviseren als noodvoedselvoorziening, in plaats van blikvoer, noten, gedroogd fruit en crackers.