Als u er eens even helemaal uit wilt, raad ik u de film ‘The Wizard of the Kremlin’ aan (naar het boek van Giuliano da Empoli, dat in het Nederlands ‘De Kremlinfluisteraar’ heet).
Die gaat over de schimmige spindoctor die de Poetin-dictatuur stroomlijnt. De hoofdrolspeler is de fictieve Vadim Baranov, gebaseerd op de voormalige Russische vicepremier, Vladislav Soerkov. Verder houdt de rolprent zich aan de feiten, en andere protagonisten treden op onder hun eigen naam.
Die Baranov wordt voorgesteld als bedenker van misleidende termen zoals ‘verticale macht’ en ‘soevereine democratie’ (waarover in de rolprent opgemerkt wordt dat soevereine democratie zich tot democratie verhoudt als de elektrische stoel tot een stoel). Ook zit hij achter geënsceneerde ‘Tsjetsjeense’ aanslagen in Moskou, de inlijving van de Krim en de slachtpartij op het Kyivse Maidanplein in 2014.
Kleurloos
Na de totale chaos van de jaren 90 is de behoefte aan orde in Rusland groot, en de rijk geworden elite denkt in Vladimir Poetin, een kleurloze agent van de Binnenlands Veiligheidsdienst, de ideale stroman gevonden te hebben om de zaken weer in goede banen te leiden. Net als bij Hitler, van wie de gevestigde politici in 1933 dachten dat ze hem wel in de hand konden houden, blijkt dat een noodlottige misrekening.
Eén voor één ontdoet Poetin, in de film consequent ‘de Tsaar’ genoemd, zich van degenen die hem dachten te bespelen, tot uiteindelijk ook Baranov het veld moet ruimen, op het doek zelfs nog definitiever dan in Da Empoli’s boek. Zowel de hoofdfiguur, zacht sprekend en vriendelijk ogend, als de door Jude Law ijzingwekkend vertolkte Poetin, houden de toeschouwer tweeëneenhalf uur ademloos geboeid.
Eigenlijk is het eigenaardig dat er zo’n enorme fascinatie uitgaat van slechteriken. We hebben oneindig meer belangstelling voor Poetin, en ook voor de huidige president der Verenigde Staten, dan voor een bewonderenswaardige volhouder als Zelensky. Oorlogsmisdadigers als Caesar of Napoleon kunnen zich in onze blijvende aandacht verheugen, terwijl de – toegegeven schaarse – weldoeners der mensheid veelal vergeten zijn.
Faust
Over Hitler zijn bibliotheken volgeschreven, maar de biografieën van Albert Schweitzer zijn op één hand te tellen; hetzelfde geldt voor Stalin en zeg Sjostakovitsj. Overigens worden in de film in kwestie Hitler en Stalin nadrukkelijk ook kunstenaars genoemd (het is inderdaad opmerkelijk dat vier van de leidende staatslieden in de Tweede Wereldoorlog een artistieke achtergrond hadden: Stalin als dichter, Mussolini als romancier en Hitler en Churchill als schilders – koningin Wilhelmina schilderde overigens ook, maar haar rol in het conflict was een stuk geringer).
Een voorwaarde voor onze waardering van gruwelijkheden is natuurlijk wel aanzienlijke afstand, in tijd of ruimte. Niemand beleeft plezier aan een moordpartij in de directe omgeving. Dit kenmerkt ook onze houding ten aanzien van de oorlogen die nu plaatshebben. We vinden het allemaal heel erg, maar het gaat ons – vooralsnog – nauwelijks aan. De komende gemeenteraadsverkiezingen zijn belangrijker.
Indien de oorlog maar ver genoeg weg plaatsvindt, vormt hij een alleszins aangenaam gespreksonderwerp. Wij zijn niet van de straat, dus een citaat uit Goethes Faust dringt zich op:
Nichts bessers weiss ich mir an Sonn- und Feiertagen